Politieke grillen en crisis vormen een risico; Brussel vreest de Grieken als voorzitter

BRUSSEL, 24 DEC. Vanaf 1 januari zal de Europese Unie geleid worden door de politiek meest geisoleerde en economisch zwakste lidstaat _ Griekenland. Dat is althans het meest gehoorde oordeel in Brussel over de nieuwe voorzitter van de Europese ministerraden voor het komende half jaar.

Deze week presenteerde de Griekse minister van Europese zaken Theodoros Pangalos in Brussel het voorlopige werkprogramma. Hij moest meteen al veel uitleggen. Of Athene volhardt in het maken van verwijten aan Europa over de erkenning van Macedonie. Of hij alweer kan opschieten met Bonn, nadat hij Duitsland had uitgemaakt voor “een reusachtig monster met het verstand van een kind”. Het was maar een kleine greep uit de vele vraagtekens die bij de komende Griekse presidence van de onvoorspelbare premier Papandreou worden gesteld. Op diens vermoedelijk eerste Euro-stunt worden al weddenschappen afgesloten. Hoge ogen scoort een gerucht uit het Europees Parlement dat Papandreou in januari zal proberen om Cyprus lid te maken van de Unie. In Europa een leeg gebaar, maar voor de Griekse politieke Buhne in schoonheid moeilijk te overtreffen. Pangalos deed gisteren echter z'n best om zo redelijk en efficient mogelijk over te komen. Bang is hij niet. In eigen land was hij tot nu toe de enige politicus met het lef om de strijd tegen de Europese erkenning van Macedonie als een “verloren zaak” voor te stellen. Het werkprogramma dat hij bracht was neutraal-degelijk en een toonbeeld van loyaliteit aan de Europese zaak. Precies zoals het hoort dus: de nu twee maanden oude Unie, die de Belgische voorzitter op de rails wist te zetten, zal door Athene kalmpjes verder worden geleid. Griekenland doet zo te zien geen grote moeite de agenda naar de eigen hand te zetten. De eerdere voorzitterschappen die Griekenland in '83 en '88 bekleedde, waren uiteindelijk ook vrij zakelijk. Een onschadelijk, kleurloos en ontspannen half jaar _ als de Griekse voorzitter daarvoor zorgt is Brussel al tevreden.

Pangalos baarde alleen enig opzien door een studiecommissie voor te stellen die een Europese grondwet moet schrijven. Met vier nieuwe lidstaten barst de Unie immers uit z'n voegen. Pangalos wil dat daarover nu eens fundamenteel wordt gesproken, niet “op het niveau van allemaal een Commissaris erbij en dan zijn we klaar”. Daarmee is wel het 'institutionele spook' weer losgelaten _ de verlammende discussie over de staatsrechtelijke vorm van de Unie (superstaat of samenwerkingsclub), de machtsverdeling tussen grote en kleine landen, het lot van nationale parlementen. Al die thema's waarvan de grote lidstaten hoopten dat die met de ratificatie van Maastricht voorlopig diep waren begraven. Maar die volgens Pangalos “als het monster van Loch Ness toch steeds weer opduiken”. Daarmee heeft Athene in ieder geval het hart van Delors gestolen. De voorzitter klaagde vlak voor de top van Brussel dat met de uitbreiding “Europa wel een grote stap vooruit maakt, maar niemand weet alleen waarheen”. Inhoudelijk leggen de Grieken het accent op de uitvoering van Delors' Witboek: het bestrijden van werkloosheid en verbeteren van de concurrentiekracht. Daarbij viel al meteen op dat de Grieken de strenge eisen voor het invoeren van de monetaire unie uit het verdrag van Maastricht daaraan ondergeschikt achten. “Bij het voldoen aan de convergentie-criteria moet ook het bereiken van doelstellingen in de echte economie, waar de burgers direct de gevolgen van ondervinden, betrokken worden”, zo zegt het nieuwe voorzitterschap. Het is een duidelijke waarschuwing aan de noordelijke lidstaten, die stevig willen vasthouden aan het sterk beperken van de overheidstekorten, staatsschuld en inflatie, alvorens een munt in te voeren. De Grieken zien in het Witboek kennelijk een uitweg: daarin is immers sprake van sociale dialoog, forse overheidsinvesteringen en verlaging van de rente. Allemaal plannen die de socialistische regering van Papandreou na aan het hart liggen. Het is vooral de slechte economische toestand in Griekenland in combinatie met de grillige Papandreou die Brussel toch huiverig maakt voor het nieuwe voorzitterschap. Het land had vorig jaar een inflatie van 18 procent en een overheidstekort van 96 procent van het BNP. De lonen plegen er jaarlijks gemiddeld met twintig procent te stijgen. Ruim 15 procent van de beroepsbevolking is een levenslange betrekking bij de overheid gegarandeerd, in weinig doelmatige organisaties. De miljarden ecu's die Brussel in de Griekse economie pompt lijken er meteen te verdampen. Waar in Portugal, Ierland en Spanje het structuurgeld wordt gebruikt voor nieuwe infrastructuur, kwamen de EG-subsidies in Griekenland terecht bij de gewone staatsuitgaven. In 1985 moest Brussel de Grieken nog met een noodlening te hulp schieten van 1,5 miljard ecu, op voorwaarde dat de regering van (ook toen) Papandreou de inflatie zou bedwingen en de staatsschuld zou beperken. De socialistische regering bracht daar toen niets van terecht _ Brussel wacht nu nog op terugbetaling. In 1990 waarschuwde voorzitter Delors de Griekse regering dat het land haar internationale kredietwaardigheid dreigde te verliezen. Daarmee zou ook het Griekse lidmaatschap van de EG op het spel kunnen komen te staan. Delors noemde de Griekse toetreding ronduit “een mislukking” en een “economisch echec”. Nooit eerder was een lidstaat zo hard toegesproken door een functionaris van de Commissie. De wittebroodsweken met het in 1981 toegetreden Griekenland waren duidelijk voorbij. Het definitieve einde van de Koude Oorlog na de val van de Muur speelde daarbij ook een rol. Griekenland had z'n strategische waarde verloren. De vooruitgeschoven Westerse post tegen de communistische Balkan was een gewoon mediterraan land geworden, dat z'n boekhouding op orde moest brengen.

Onder de conservatieve regering Mitsotakis, die begin jaren negentig aantrad, leek de ommekeer te komen. In maart van dit jaar gingen de Europese ministers van financien akkoord met het Griekse convergentie-programma. Een ambitieus pakket belastinghervormingen, privatiseringen, prijsliberalisaties en besparingen op ambtenaren had de inflatie van 19.7 procent in 1990 al teruggebracht tot 12.6 procent in dit jaar. Aan de stijging van de staatsschuld leek een einde te komen. Athene had zelfs de drachme aangemeld voor het stelsel van stabiele wisselkoersen. Brussel ging ervan uit dat “bij continuering van deze koers” Griekenland wellicht toch mee zou kunnen doen aan de economische en monetaire unie tegen het einde van dit decennium. Het land kreeg uit de nieuwe cohesie-fondsen extra geld toegewezen, zodat het in de komende zes jaar op 20 miljard ecu steun uit Brussel kan rekenen. Athene ontvangt inmiddels ongeveer zes procent van haar inkomsten rechtstreeks van de EG.

Maar de herkiezing van de socialisten in oktober heeft voor een domper gezorgd. Het is Brussel niet ontgaan dat de eerste beslissing van Papandreou het terugdraaien van de privatiseringen van Mitsotakis betrof. Juist dezer dagen wordt in de straten van Athene slag geleverd tussen de politie en de geprivatiseerde buschauffeurs, die hun net gekochte autobussen weer moeten inleveren bij de staat. Papandreou stelde een kabinet samen met ruim 40 ministers, waaronder ook naar Griekse begrippen wel erg veel vrienden en familieleden. De in Brussel gerespecteerde Griekse ex-Commissaris mevrouw Vasso Papandreou (geen familie) werd gepasseerd, terwijl de vrouw van de premier (voormalig stewardess) een politieke topfunctie kreeg. Ook zijn lijfarts kwam in het kabinet. Volgens het gezaghebbende Britse blad The Economist speelt het nieuwe economische beleid van de regering zich af in 'een onwezenlijke mist'. Moet nu uitgerekend deze lidstaat leiding geven aan de verbetering van werkgelegenheid en concurrentiekracht in Europa, zoals op de laatste top is afgesproken? In Brussel overheerst de scepsis.