Perron 0 en Witte de With

Jeffrey Sulter kreeg vorige week het verzoek van deze krant een tekening te maken. Een impressie van Perron 0. Hij kent die plek als zijn broekzak, maar komt er alleen nog om 'inkopen' te doen. Liever zwerft hij de laatste tijd door de stad. Zijn lijf is zijn huis geworden, zegt hij. Een lijf dat 's nachts in een kartonnen doos, in een kraakpand ligt. En in zo'n pand zijn dit weekeinde zijn tekeningen gestolen. Want medemensen die 'gebruiken', kunnen van alles gebruiken. Op de valreep maakte hij toch nog gauw een andere schets.

Jeffrey is een van drugsverslaafden die meewerkten aan La Casa de Erasmo de Rotterdam, onderdeel van de tentoonstelling van de Chileense kunstenaar Eugenio Dittborn in Witte de With, centrum voor eigentijdse kunst in Rotterdam. Dittborn vroeg hen zowel hun ouderlijk als hun ideale huis te tekenen. De tekeningen van vijf Perron 0-bezoekers zijn nu in Witte de With tentoongesteld. Hun huis-van-verlangen voorziet in waterbedden, dikke kleden, een bar, een open haard, een ligbad en een zwembad. Zo ver het oog reikt groeien er bloemen en planten.

Jeffrey ging tekenend terug in de tijd: Hij maakte een mooie gevel met brandende lantaarns, trappen en een bordesje. Iedereen is er welkom, eten is er altijd, en er moet vrijheid heersen, schrijft hij. Zijn huis oogt als Soestdijk, maar stelt een van de kindertehuizen voor waar hij opgroeide. Hij zoekt nog steeds naar zijn vader, zegt hij, en naar iemand voor wie hij kan zorgen. En die persoon moet natuurlijk ook voor hem zorgen.

Dittborn completeerde het Perron 0-project door op een vloer de vorm van een huis in wit poeder uit te strooien. Er hoeft in Witte de With maar een raam open te schieten of het huis vervaagt tot wat strooisel. De littekens op de polsen van Jeffrey vertellen trouwens dat zijn lijfelijk onderkomen ook niet veel nodig heeft om te verdwijnen.

Onderdak en dood zijn de belangrijkste thema's van Dittborns kunstwerken. Al jarenlang verzendt hij zijn Airmail Paintings via de post naar tentoonstellingen. Zijn dunne, viltachtige lappen glijden in Santiago keurig opgevouwen in een enveloppe en komen oceanen verderop steeds weer aan. Stevige, kartonnen enveloppen zijn het, waarop alles staat te lezen wat we willen weten: titel, afmetingen, afzender, adres en een begeleidende tekst. Ze hangen als de onderkomens van zijn kunst naast de collage-achtige inhoud.

Zo simpel als deze transporten, zo complex zijn de werken en de gesprekken met Dittborn (1943). Wie vragen stelt over de gezichten, de tekeningetjes van voorwerpen, de krantefoto's op zijn weidse viltlappen, onthult vooral veel over zichzelf. Met de drugsgebruikers van Perron 0 wilde hij alleen via de tekeningen contact hebben.

Hij vertelt dat er in Chili pas na de uitvinding van de fotografie een visuele traditie is ontstaan, wat westerlingen met hun rijke musea zich nauwelijks kunnen voorstellen. Het grensoverschrijdend reizen van zijn enveloppen is een politiek element in zijn werk, meent hij. Onder een dictatuur, zoals jaren achtereen in Chili, kan de waarheid soms net nog door de brievenbus. En laten we vooral niet denken dat de afdrukken op zijn vilten vouwsels, die oude portretfoto's van kruimeldieven, aboriginals en indianen, verwijzen naar verdwenen mensen in Zuid-Amerika. Die associatie riekt naar westerse sensatie-zucht.

Laten we het toch maar wél over verdwijningen hebben. Want de rijen gezichten op zijn vele 'Histories of the Human Face' zijn behalve op foto's nooit meer zichtbaar. De gehangene, die steeds omringd door weer andere beeldassociaties ten tonele wordt gevoerd, kan het evenmin navertellen. En die mummies, die verstopt in ijslagen, urnen of kisten nu als uitvergrote krantefoto op zijn Airmail Paintings prijken, tonen alleen maar aan hoe 'dood' de dood is.

Dittborn noemt zichzelf verzamelaar. Een verzamelaar van beelden die vaak bij toeval zijn pad kruisen. Eenmaal ordentelijk gecomponeerd is het aan de toeschouwer een samenhang of een kloof te ontdekken. Simpele, terugkerende tekeningetjes van een bed, een vlot en een huis als universele tekens van geborgenheid en onderdak. Pal daarnaast de beelden van een auto-ongeluk, een fatale bokswedstrijd en een herinnering aan een verongelukt familielid. De kloof tussen veiligheid en onveiligheid, tussen leven en niet-leven, is op het witte vilt niet groter dan dertig centimeter. Tussen Jeffrey Sulter en Eugenio Dittborn is die afstand in wezen kleiner. De een speelt zelf Russische roulette, de ander laat dat aan het lot over.