Opmars van 'Nederlandse Dow Jones'

AMSTERDAM, 24 DEC. Op de Amsterdamse effectenbeurs brak de EOE-index op 411,17 punten gistermiddag een nieuw record. Op de valreep van 1993 zagen de bestuurders van de diverse beurzen in Amsterdam daarmee voorlopig hun gelijk bewezen om deze index vanaf januari tot de meest gezaghebbende graadmeter van de koersontwikkeling op de Amsterdamse beurs te bombarderen. De oude EOE-index is tot het eind van dit jaar de officële graadmeter van de handel op de Optiebeurs op het Rokin. Maar het cijfer werd geleidelijk aan en in toenemende mate ook gebruikt voor de weergave van de algemene koersbeweging van de aandelenhandel op de effectenbeurs op het Beursplein. Nadat de beurzen - ook internationaal - dit jaar al een intentieverklaring hadden afgelegd dat zij intensiever met elkaar zullen gaan samenwerken is besloten de EOE-index met ingang van het nieuwe jaar te gebruiken als graadmeter voor beide markten onder de naam Amsterdam EOE Index, afgekort tot AEX.

Voor de Amsterdamse aandelenmarkt blijft een ander cijfer, de CBS-koersindex, voor veel toepassingen wel van belang. Dit gegeven wordt tot dusverre eenmaal per dag, bij het slot om half vijf, berekend als aanwijsstok voor de koersbeweging van alle verhandelde aandelen. In januari zal van deze index al dagelijks om 11 uur een voorlopige opgave worden gedaan.

Van de koersindex heeft het CBS een tijdreeks beschikbaar vanaf 1952, zodat de koersbeweging over een langere periode kan worden bezien. Bovendien vormt de koersindex de enige serie, waarmee records kunnen worden afgelezen. De algemene CBS-koersindex voor aandelen, berekend naar de stand van eind 1983, in 1952 begonnen op 13,2, is nu opgeklommen tot 276,4.

Maar de opmars van de EOE-index is niet meer te stuiten. Frankfurt kent als internationaal herkenningssymbool de DAX, Parijs de CAC en Londen de FTSE. Voor een zichzelf respecterend instituut als de Amsterdamse effectenbeurs werd het derhalve de hoogste tijd voor een 'Nederlandse Dow Jones'. Dat wordt nu de Amsterdam EOE Index, die in 1985 voor het eerst de grens van 200 punten overschreed, vervolgens een aantal jaren bleef sukkelen, maar in de euforiestemming van de lage rente en de mede daardoor volop florende effectenhandel de laatste weken record na record laat sneuvelen.

Van de door 25 fondsen bepaalde EOE-index weegt de inbreng van 'beursgiganten' als Koninklijke Olie, ABN Amro, Unilever en ING het zwaarst. Zij voerden de tien zware fondsen op de beurs aan en wegen elk voor 5 preocent mee in de index. De vijftien andere fondsen wegen mee voor 3,1/3 procent. Het ligt in de bedoeling de EOE-index in februari verder te vernieuwen waarbij de zogeheten internationals ieder voor 10 procent zullen meewegen.

Vooral de 'olies' - Shell heeft een beurskapitalisatie van ongeveer honderd miljard - zijn in staat het koersbeeld van de beurs flink te vertekenen. Bovendien vindt een flink deel van de handel plaats in Londen en New York. Door de internationals gelijkmatig te laten meewegen in de nieuwe index hoopt Amsterdam vanaf januari een internationale koersgraadmeter te kunnen presenteren die past bij de status van het instituut.