Non-fictie poezie

Dichters hebben, net als voetballers, hun lotsbestemming. Neem nu Paul 'Gazza' Gascoigne.

'Wie is Gazza?'' vroeg de rechter verbaasd in 1990 toen het Britse Hof zich boog over de zaak Paul Cascoigne Ltd versus Penguin Books. De kwestie was of de biografie Gazza inbreuk maakte op het als handelsmerk gedeponeerde koosnaampje. 'Paul Cascoigne is een bekende voetballer,'' legde zijn advocaat uit. Maar de rechter tastte in het duister. 'Amateurvoetballer?'' wilde hij weten. 'Beroepsvoetballer,'' antwoordde de advocaat geduldig, 'Hij speelt in het Engelse nationale elftal. Daarom is hij uitermate beroemd.'' Nu moest de rechter de knoop doorhakken. 'Denkt u dat de heer Cascoigne bekender is dan de Hertog van Wellington in 1815?'' vroeg hij priemend. 'Best mogelijk,'' gaf de advocaat toe. Dit besliste de zaak ten voordele van de uitgeverij, want de IJzeren Hertog had destijds geen poot om op te staan toen biografen zijn bijnaam gebruikten, en dat geldt dus ook voor een voetballer. Dank zij dit vonnis kon nu (weer bij Penguin) een nummer van het literaire tijdschrift Granta verschijnen onder de titel 'Gazza Agonistes', naar het enorme artikel over Cascoigne van dichter Ian Hamilton. De voetballer blijkt een geestverwant. Een kleinood uit zijn Italiaanse periode:

Blue is the colour / Lazio is the name / I am the other / Football is the game / Now never mind the League / Or the bastard cup / Because we will play the derby / We will fuck them up. Men ziet: de poezie is rond.