Nog weerklinkt de stem van de reus Mao

China herdenkt zondag de honderdste geboortedag van Mao Zedong, stichter van de communistische Volksrepubliek. Mao's opvolgers braken na zijn dood, op 9 september 1976, radicaal met zijn economische opvattingen, zonder hem te verguizen. Hoewel buitenlandse historici Mao inmiddels hebben ontmaskerd als een despoot en een vernietiger van zijn eigen land, is de officiële Chinese lezing dat de Grote Roerganger “voor zeventig procent goed heeft gehandeld”. De laatste tijd is een sterke opleving van de Mao-verering onder het volk waar te nemen.

SHAOSHAN, 24 DEC. Shi Zhujing is zestien. De scholiere noemt zich “vurig patriottisch” en aanbidt 'Voorzitter Mao'. “Hij is de stichter van ons vaderland”, zegt ze. Shi bezoekt Shaoshan, het stoffige geboortedorp van Mao, al voor de derde keer. Op het voorerf van het gele, lemen geboortehuis drommen honderden mensen vrolijk samen, het grootste deel middelbare scholieren in uniform. Luidsprekers met tokkelende, metaalachtige vrouwenstemmen blèren de levensloop van Mao rond. Over de visvijver met waterlelies voor het Mao-huis is een grijze houten vloer gebouwd waarop camera- en filmploegen hun groot materieel aan het installeren zijn. 26 december wordt een media-festival.

“Waarom heb je geen gids”, blaft een politieman mij toe. Hij heeft een xenofobe blik in zijn ogen, hij lijkt zo weggelopen uit het totalitaire Mao-tijdperk. “Wij buitenlanders zijn tegenwoordig vrij om in China te gaan en staan waar wij willen, net als jullie Chinezen bij ons”, zeg ik. “Wat weten ze in Uw land van Voorzitter Mao? Achten ze hem hoog”, vraagt de agent. Ik verwijs hem naar China's officiële geschiedschrijving, die ook niet onverdeeld positief is. Een moeizaam bij elkaar gedokterde resolutie van 1981 beschreef Mao als een groot leider, die echter slechts voor zeventig procent correct had gehandeld en voor dertig procent grove fouten had gemaakt, die onnoemelijk leed over het Chinese volk hadden gebracht.

Pogingen van uitstervende ideologen en generaals om een Mao-renaissance onder de jeugd op te poken, hebben nog wel enig, maar geen magisch effect meer. Op de jassen van de scholieren in Shaoshan staat de naam van hun school; ze komen allemaal uit de buurt. Aan de accenten kan men horen dat de meeste volwassenen ook van nabij komen. Van een nationale Mao-manie is nog geen sprake.

Tijdens de rondgang door het Mao-huis schuifelen de meeste bezoekers vrij achteloos door. De gidsen doen hun best om hen te interesseren voor de zeis, waar Voorzitter Mao als kind het gras mee maaide, of de dorsvlegel waarmee hij in het rond sloeg. Kroonprinses Beatrix en prins Claus bezochten Shaoshan in 1977, toen het dorp nog een mystiek bedevaartsoord was. Duizenden mensen in Mao-kielen en petten stonden destijds uren in de rij en eenmaal binnen schreven zij hun notitieboekjes vol Mao-weetjes.

Nu is het dorp een half geseculariseerd Lourdes, waar nog wel ware zeloten heengaan, maar het merendeel bestaat uit kuddevolk dat bij gebrek aan andere recreatie voor de lol komt en betaald wordt door hun school of werkeenheid. Shaoshan, een dorp van 5.500 inwoners, is boven alles een grote bazaar van Mao-kitsch. Meisjes met zware make-up in fleurige kledij venten overal honderden verschillende soorten Mao-speldjes uit: Mao als jonge revolutionair, als holbewoner in Yanan, stichter van de nieuwe staat, als bejaarde Grote Roerganger, als de 'ondergaande rode zon' enzovoorts.

Bij het parkeerterrein waar de bussen met dagtoeristen aankomen is een grote Mao-supermarkt waar honderden kramen met Mao-parafernalia staan opgesteld: T-shirts, tassen, beeldjes, wandelstokken, paraplu's, aanstekers (Mao aan de ene, een blote vrouw aan de andere kant), vulpennen, dasspelden, horloges, wekkers, halssnoeren, alles voorzien van Mao's beeltenis. De gangmakers achter deze handel zijn geen ideologen, maar China's nieuwe middenstand, die er Kerstmis, kermis, carnaval en sinterklaas tegelijk van maakt.

Verderop in de bergen ligt Dishuidong, een ruim buitenverblijf dat speciaal voor Mao gebouwd werd voor zijn grote thuiskomst, samen met zijn vierde vrouw Jiang Qing, in 1959. In zijn badkamer had Mao een toilet en een urinoir naast elkaar. Grenzend aan het verblijf is een atoomvrije kelder met zware stalen deuren. Het jaar tevoren, tijdens de tweede Quemoy-crisis, had de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Foster Dulles met tactische atoomwapens gedreigd en hoewel Mao hier slechts elf dagen doorbracht, was alle voorzorg genomen in geval er een kernaanval op China zou worden gedaan. Langs het bergpad naar Dishuidong zijn talrijke inscripties in de rotsen van mede-communisten die Mao de hemel inprijzen.

Midden in het dorp ligt de Mao-gedenkhal, die de lokale partij-secretaris Hua Guofeng in 1964 liet bouwen als een van de eerste stappen in de extreme persoonlijkheidscultus van de Culturele Revolutie. Als beloning wees Mao in 1976, enige maanden voor zijn dood, Hua als zijn opvolger aan. Hua's doctrine was het zogenaamde whateverism: alles wat Voorzitter Mao had gedaan en gezegd moest voor eeuwig worden hooggehouden. Maar daarmee werd in 1978, toen Deng Xiaoping de macht heroverde, rigoureus gebroken. In 1977 was de Mao-hal maandenlang gesloten om Jiang Qing, de inmiddels opgesloten weduwe van alle foto's weg te retoucheren.

Vandaag is er weer een aantal zalen gesloten. Een suppoost bekent grif dat een nieuwe revisie in volle gang is. Tegenover de Gedenkhal staat een nieuw standbeeld van Mao, dat een dezer dagen door president Jiang Zemin zal worden onthuld. Het is een uitzondering op de nationale trend van de afgelopen jaren van het slopen van Mao-beelden. Het nieuwe beeld is van brons, terwijl de Mao-fabrieken in het verleden bij duizenden cementexemplaren produceerden. Overal staan boekenstalletjes, waar ook cd's en cassettes te koop zijn met Mao's toespraken onder de titel De stem van de reus. De opnames beginnen met Mao's proclamatie van de Volksrepubliek op 1 oktober 1949. “Het Chinese volk is opgestaan”, zei hij toen met zijn hoge piepstem en zijn onverstaanbaar Hunanese boerenaccent.

Die dag was het onmiskenbare begin van een keerpunt in de wereldgeschiedenis, de herrijzenis van China. Dat is de reden waarom de huidige Chinese leiding zo ambivalent over Mao is. Iedereen weet dat hij de staat die hij stichtte ook weer bijna compleet ruïneerde en dat hij een geobsedeerd beest was dat nergens voor terugdeinsde als hij zijn zin niet kreeg. Maar hij was geen Hitler of Stalin, die beide na hun dood zijn verketterd. Mao was ondanks alles de dominerende figuur in de twintigste-eeuwse Chinese geschiedenis en daarom de Lenin plus Stalin van China.

In Stalins geboorteplaats Gori, in Georgië, bestaat hetzelfde soort volksheldenverering als voor Mao in Shaoshan, maar anders dan in de voormalige Sovjet-Unie houdt in China de staat zijn eens gevreesde dictator grotendeels in ere. Een complete de-maoïsering zou China evenzeer van zijn anker losslaan als Rusland door de destalinisatie en de latere abrupte ineenstorting van het communisme heeft ervaren. Vandaar het behoud van de officiële 'Mao status quo'.

Maar er is ook een grillige, spontane Mao-nostalgie aan de basis ontstaan. Al in mei 1989 droegen demonstranten in de 'pro-democratie beweging' Mao-slogans met zich mee. Desgevraagd zeiden zij toen dat er onder Mao geen corruptie, misdaad en prostitutie was en dat nu alles corrupt is. Er zijn veel diepere oorzaken, die hun wortels hebben in de te snelle sociaal-psychologische veranderingen. De beperkte afbraak van Mao's ideeën in het begin van de jaren tachtig en de versnelde overgang naar de markteconomie nu, hebben een spiritueel vacuüm veroorzaakt dat al gedeeltelijk opgevuld is door de terugkeer naar traditioneel bijgeloof en qigong.

Boeren bouwen liever tempels voor de streekgoden - met name in Mao's vroegere revolutionaire hoofdkwartier Yanan - dan moderne scholen. Qigong is de traditionele heelkunde, die op massa-bijeenkomsten onder leiding van een 'grootmeester' gepraktizeerd wordt en tevens soelaas voor psychische malaise moet bieden.

De vlaag van Mao-koorts is de nieuwste remedie. “Mao was net als de Keizer de Zoon des Hemels”, zei een bejaarde boer mij afgelopen zomer. Deng Xiaoping is nog niet modern genoeg, maar te concreet en te pragmatisch en heeft nooit de metafysische status van Mao bereikt. Terugvallen op Mao met alle pre-moderne zekerheden van een neo-feodale dictatuur is dan ook de uitweg uit de verwarrende 'overgangs-chaos' van traditionele naar moderne waarden die het Deng-tijdperk kenmerkt.

Taxichauffeurs, die vaak het doelwit van roofovervallen zijn, hangen Mao-portretten boven hun voorruit met de simpele verklaring dat Mao zoveel gevaren doorstaan heeft en altijd overleefde: dus is hij een goede beschermheilige. Orthodoxe marxisten hebben deze Mao-koorts niet geïnitieerd maar maken er wel gebruik van om Deng Xiaopings hervormingsbeleid aan te vallen, meer uit wanhoop dan uit overtuiging.

Een meisje van 25 vertelt over een gesprek dat ze met haar vader van 65 in het ziekenhuis had. Hij zei haar dat hij er voor de 26ste december uit wilde, want hij wilde als lid van het revolutionair veteranenkoor Mao-liederen zingen ter herdenking van de honderdste geboortedag van de dictator. “Maar geloof je daar nog in, vader”, vroeg ze. Na een lange onderbreking zei de oude heer: “Natuurlijk is het onzin, maar we hebben ons ons hele leven als gekken gedragen. Laat ik nog maar een keer doen alsof ik een idioot ben.”

De aanzwellende Mao-koorts is de belangrijkste reden voor de lancering van een Deng-cultus in november. Dengs verzameld werk is gepubliceerd als seculier, constructief tegenwicht tegen de mystieke, destructieve Mao. Het is geheel de lijn van deze regering om Mao's nagedachtenis low key te houden. Vandaar dat het verbazingwekkend is dat de Chinese regering grove taal tegen de Britse regering en de BBC heeft gebezigd om de uitzending van een Mao-documentaire, begin deze week, te voorkomen. Alle hoofdthema's uit de documentaire waren genoegzaam bekend in China, alleen de details over Mao's actieve seksleven - hij had een voorkeur voor groepsseks met jonge meisjes - waren nieuw.

Elke geïnformeerde Chinees wist dat Mao een onverzadigbaar libido had en vertelt er smakelijke anecdotes over. Een gaat als volgt. Mao was zich in Zhongnanhai, het Chinese Kremlin, aan het vermaken met enige concubines. Plotseling kwam zijn vrouw Jiang Qing binnen en ontplofte van razernij. De jongedames holden naakt naar naburige vertrekken en Jiang Qing begon wild met hun lingerie rond te smijten. Een behaatje bleef op het grote voorhoofd van Mao hangen en op dat moment kwam net premier Zhou Enlai binnen die als Mao's 'meesterknecht' bijna onbeperkte toegang had en zei droog: “Kijk eens, onze voorzitter is piloot geworden.”