Nintendo

Hij was tien en zijn vriendjes hadden het al. Hij wou er met alle geweld ook een hebben.

Zijn vader is al tegen televisiekijken, dus helemaal tegen televisiespelletjes. Maar op de elfde verjaardag kwam er een grijs kastje op de televisie te staan met allerlei draadjes. Van dat ogenblik af waren eten en slapen en schoolgaan hinderlijke onderbrekingen van de eigenlijke levenstaak: het met behulp van een knopje doodschieten van zoveel mogelijk draken, monsters, reuzen, boeven en andere slechtgetekende tegenstanders op het televisiescherm.

De rest van de familie zag het bloedbad hoofdschuddend aan, maar maakte alleen bezwaar tegen de Japanse piepgeluiden. Er werd een koptelefoon gekocht en sindsdien haden we een nintendoënd kereltje in de kamerhoek, waar anders misschien een snorrende kat of een rondzwemmende goudvis had gezeten.

Waarom zou je iets dat je spannend vindt, niet met hartstocht en enthousiasme dag en nacht willen doen? In de krant staat dat je er ziektes van krijgt, maar dat is niet zo (als je aanleg voor epilepsie hebt dan is nintendo net zo gevaarlijk als televisie). In de krant staat dat wie het veel speelt, de straat oploopt om daar iedereen dood te schieten, maar dat is niet zo (wie nintendoot zit in ieder geval binnen, en geweren liggen in Nederland niet op straat).

Hij is vijftien en het grijze kastje staat ongebruikt op de televisie. Hij wil een computer. Duurder en leuker. Hij zal er een krijgen. Ik hoop dat hij later iets uitvindt dat nog leuker is en dat mijn kleinkinderen kopen.