Nederland als volle herberg is grote onzin

Als Nederland een roekeloze herberg is, zoals Marten Bierman aangeeft in de serie 'Hoe vol is Nederland', dan is Amsterdam het absolute toppunt van roekeloosheid. Twintig procent van alle vreemdelingen die naar Nederland komen, vestigt zich immers in Amsterdam.

Het gevaar van dergelijke metaforen en de argumenten waarmee ze onderbouwd worden is, dat ze gebruikt kunnen worden voor minder gastvrije opvattingen. Bovendien valt op de argumenten het een en ander af te dingen.

Bierman onderkent zelf al dat de gemiddelde bevolkingsdichtheid in de randstad tweemaal zo hoog ligt als het gemiddelde voor heel Nederland. De schaal van het gebied waarop het gemiddelde aantal bewoners berekend wordt, is altijd willekeurig. Er zijn dan ook vele gebieden in de wereld, vergelijkbaar in hun functies met de randstad of de regio Amsterdam, die een grotere bevolkingsdichtheid hebben. Verder moet de bevolkingsdichtheid gerelativeerd worden omdat circa 70 procent van de ruimte in Nederland een agrarisch gebruik heeft of bos is. Nederland is dus niet vol. Wel doet de huidige groei van de bevolking de ruimteclaims, de mobiliteitsbehoefte en het consumeergedrag toenemen. Bierman stelt dat, terwijl deze situatie tot een grensstellend overheidsbeleid zou moeten leiden, een 'milieugeorienteerde bevolkingspolitiek' onbespreekbaar is.

Wat houdt zo'n bevolkingspolitiek in? Welvaartsgroei is de beste manier om bevolkingsgroei tegen te gaan. Dat laten de demografische ontwikkelingen in het Westen afdoende zien. Wel bevordert welvaartsstijging de immigratie uit de rest van de wereld.

Het Brundlandtrapport pleit voor selectieve groei van de economie voor opvang van de bevolkingsgroei, maar ook om milieuschade uit het verleden op te kunnen vangen.

Wat voorkomen moet worden is de consumptieve groei. Daar vallen ook de 'mobiliteitsconsumptie' en de 'ruimteconsumptie' per persoon onder. Dit betekent dat we mobiliteit niet moeten subsidieren, net zomin als een overdadig beslag op de ruimte. De consequentie is dat we ruimte optimaal moeten benutten, dus bouwen in hoge dichtheden, in of nabij de stad. Zo wordt de mobiliteit teruggedrongen en de waardevolle groene ruimte in Amsterdam en de regio het minst aangetast. Aan de andere kant moeten we ook nadenken over het te royaal bezetten van aantallen vierkante meters per persoon. Dit kan betekenen dat het prijsmechanisme een grotere rol gaat spelen (wie veel ruimte wil moet daar de prijs voor betalen). Daarbij moet wel aangetekend worden dat in Amsterdam het ruimtegebruik in het algemeen niet vreselijk groot is. Want hoewel het voorkomt dat alleenstaanden een vierkamerwoning hebben, is ruim tachtig procent van de Amsterdamse vierkamerwoningen kleiner dan zeventig vierkante meter. En dat betekent dat we driemaal zo groot wonen als onze ouders. Een vorm van consumptie die voortkomt uit onze rijkdom.

Het gaat erom de consumptie per persoon terug te dringen: geen bevolkingspolitiek dus, maar consumptiepolitiek.

De grote steden kunnen de bevolkingsgroei wel degelijk aan, zij het onder bepaalde voorwaarden. Er is wel sprake van tegenstrijdigheden: de woningbehoefte groeit, maar er moet gebouwd worden met minder subsidies, dus met de condities van de markt en in een hoog tempo. De belangrijkste voorwaarde is dat de bebouwingsdichtheid omhoog gaat. Is bijvoorbeeld in de Amsterdamse 19de eeuwse gordel de dichtheid ca. 130 woningen per hectare, in de laagbouw in de tuinsteden is die nog maar zo'n 40-55 woningen. In nieuwe wijken als het Oostelijk Havengebied blijkt dat hoge dichtheid (100 woningen per ha.) goed samengaat met een aantrekkelijk leefklimaat en zelfs met kwaliteit in de architectuur. De steden kunnen uitbreiden zonder dat er veel ruimte voor nodig is. De verdichting van de stad leidt op vele plaatsen waar het voorzieningenniveau terugloopt, tot verbetering van de kwaliteit van het leefmilieu.

De uitbreiding van de woningvoorraad is nodig om de inwoners meer aan hun stad te binden. Bouwen voor de 'blijvers' dus, maar ook voor de nieuwkomers. In dit op hol geslagen Europa moeten steden met een betrekkelijke rust en een grote welvaart radeloze voorbijgangers opnemen. We zijn gastvrij, en dat wilden we graag zo houden.