Mijnheer Jan, de reddende engel van busbedrijf Den Oudsten

WOERDEN, 24 DEC. In het bedrijf noemen ze hem 'mijnheer Jan'. Dat heeft niks met feodalisme, maar alles met ontzag te maken. bp“Een patente vent, een man met een groot sociaal gevoel”, zoals ze er zeggen. Toen United Bus, waarvan het Woerdense bedrijf Den Oudsten deel uitmaakte, in oktober failliet werd verklaard, had men zich al afgevraagd wanneer de 63-jarige J.A. den Oudsten als reddende engel zou optreden, want dat hij dat zou doen was veler stille hoop. De zenuwen werden langer dan goed was voor het gemoed van de 320 werknemers op de proef gesteld totdat mijnheer Jan vorige week over de brug kwam. Met zijn eigen geld en dat van de familie nam hij het busbedrijf, dat hij in 1990 had verkocht aan United Bus, over voor een onbekend bedrag. “In ieder geval voor minder dan bij de verkoop in 1990”, zoals hij zegt. “Dan hoor je wel zeggen: je hebt zeker goede zaken gedaan en dan is mijn antwoord: ik heb er wel een heel ander bedrijf voor teruggekregen. Een rommeltje? Dan zijn uw woorden. Laten we het erop houden dat het nogal onoverzichtelijk was wat ik hier aantrof”.

Hoewel men in dit deel van Nederland best nuchter is, moet er in menige keel een klein brokje van ontroering hebben gezeten. Bij Den Oudsten zelf ook. “Bij het besluit speelden emoties en een zekere nostalgie wel degelijk een rol. Toen ik het bij mijn zussen, die aandeelhouders zijn, ter sprake bracht hadden ze maar twee minuten nodig om er volledig achter te gaan staan.” Maar zakenman als mijnheer Jan is, had hij zich eerst terdege de vraag gesteld of het bedrijf in afgeslankte vorm levensvatbaar zou blijken.

Begin deze week tekende hij het overnamecontract. Met ingang van 1 januari zal het bedrijf weer langzaam op gang komen. Men mikt op een jaarproduktie van 150 tot 200 bussen, waarvan er volgens Den Oudsten zeker 100 tot 120 op de Nederlandse markt zullen worden afgezet; vooral in het stads- en streekvervoer. Het aantal werknemers zal echter tot 200 moeten worden teruggebracht. “Het doet pijn dat je mensen, van wie sommigen al heel lang aan het bedrijf verbonden zijn, de boodschap moet brengen dat ze niet meer nodig zijn, dat je je de vraag moet stellen wie het beste past in een bepaalde functie”, aldus Den Oudsten. De ongelukkigen zullen het nog deze week te horen krijgen. Er zijn vreugdevoller kersttijdingen denkbaar.

Hij stelde uit eigen middelen 900.000 gulden beschikbaar om de nood van de meest schrijnende gevallen enigszins te lenigen. Zelf had hij de bedoeling om de donatie beschikbaar te stellen om het salarisgat dat zal onstaan doordat men met 25 procent minder genoegen moet gaan nemen wat op te vullen, maar het is tekenend, zegt hij, voor de solidariteit onder de werknemers om het geld te stoppen in een soort sociaal plan voor degenen die ontslagen zullen worden.

Jan A. den Oudsten. Telg uit een gezin van veertien kinderen. Geboren en getogen in Woerden, waar hij 63 jaar geleden werd geboren. Zelf vader van zes kinderen, want, zegt hij, “we zijn kennelijk een produktieve familie en dat heeft niks met het geloof te maken, want kerkelijk ben ik niet”. Verknocht aan het maken van bussen. Mooie bussen. “Bussen die een lange levensduur hebben, die goed zijn afgewerkt met een goede service na de levering.”

In 1953 trad hij in dienst van het bedrijf, waar zijn vader toen nog aan het roer stond. “Toen maakten we per week 1 tot 2 bussen. Toen ik in 1990 wegging waren het er 7.” Tot twaalf jaar geleden zaten nog drie broers in de directie: Arie, Piet en Kees. Daarna bleef mijnheer Jan als enige over. Tot in 1990 werd besloten tot verkoop aan United Bus waarin verder onder meer zaten Bova in Valkenswaard, DAF Bus in Eindhoven, Zwisters, Duitsers, Engelsen en Denen.

“De Europese grenzen gingen open. We hadden al enige tijd pogingen gedaan om nieuwe afzetmarkten te vinden, maar dat was niet erg gelukt. Toen kwam DAF op de proppen die veel ervaring had in de export. Ik vond het een heel logische ontwikkeling om de Nederlandse krachten te bundelen tegenover giganten als Mercedes, Renault, MAN en Ikarus. Zo konden we gebruik maken van elkaars kennis, konden we gezamenlijk materialen inkopen en ons gezamenlijk richten op de exportmarkt. Maar daarna hebben de jongens, denk ik, een aantal fouten gemaakt”.

Hoe trof mijnheer Jan het bedrijf bij het weerzien aan? “Laten we zeggen dat het nogal onoverzichtelijk was. Zo wisten we bijvoorbeeld niet waar al die tweedehandsbussen die United Bus had gekocht om toch vooral maar nieuwe bussen te kunnen blijven produceren terecht zijn gekomen en stonden er in onze fabriek zeker 20 wagens die men niet had afgemaakt. Dat is niet goed. In een bedrijf als het onze geldt: afmaken en wegwezen, anders heb je geen kapitaal om verder te gaan.”

Het tekort kwam niet helemaal als een verrassing voor mijnheer Jan. “Ik had al langer informatie gekregen van mensen die in het vak zitten en die zeiden: het gaat niet goed. Dat ging me toen behoorlijk aan mijn hart, dat mag men best weten, maar dat het zo snel bergafwaarts zou gaan had ik niet kunnen vermoeden. Ze hebben gewoon te laat het roer omgegooid. Ze hebben waarschijnlijk te weinig overzicht gehad. Achteraf heb ik er toch spijt van gehad dat ik destijds het bedrijf hebt verkocht. Kijk, aan de recessie die er na het ontstaan van United Bus is opgetreden, konden zij natuurlijk ook niks doen, maar ze hebben te laat ingegrepen. Ze zijn maar blijven produceren, terwijl ze de onderneming geleidelijk aan hadden moeten afslanken.”

Tijdens een korte rondtocht door de bussenfabriek krijgt de bezoeker de neiging de glimmende bakbeesten over de zachte huid te aaien. Daar staan ze in geel, wit of blauw te geuren naar verse lak. Een ploeg van zo'n vijftig mensen is bezig de bussen die vlak voor het faillissement bijna klaar waren af te maken. Hoe komt het dat bij het maken van bussen de fantasie meer op de loop gaat dan bij het produceren van pakjes boter? Mijnheer Jan: “Er komt iets duidelijk zichtbaars uit je handen. Een ding wat je van de bodem hebt opgebouwd, waar straks veel mensen in komen te zitten”.

Mijnheer Jan is dan al weer bijna op de terugweg naar Winnipeg in Canada waar hij president is van de busfabriek New Flyer, die drie maal groter is dan zijn bedrijf in Woerden en waardoor hij vorig jaar de bezem haalde door de president en de plantmanager de laan uit te sturen, want zegt hij: “Ik zoek goeie mensen die een gemeenschappelijk doel voor ogen hebben, mensen die, ook al zitten ze lager in de organisatie, zelf komen met ideëen. Die werkwijze zal de plantmanager hier in Woerden ook invoeren. Om een proces van continuous improvement, daar gaat het om opdat de vleugeltjes in ons logo ons ook echt in de lucht houden.”