Margarethe von Trotta filmde opnieuw een loden leven

Il lungo silenzio. Zondag. Ned.3, 22.47-0.26u.

In 1981 maakte de Duitse cineaste Margarethe von Trotta diepe indruk met Die bleierne Zeit, een tragisch zussen-epos in de door het terrorisme van de Rote Armee Fraktion geteisterde Bondsrepubliek. Von Trotta zocht in haar film naar verklaringen voor het extreem-linkse geweld, schetste achtergronden, markeerde het effect van de RAF-acties op de Duitse linkse intellectuelen en bracht feministische motieven aan. Na Die bleierne Zeit wilden de films van Margarethe von Trotta niet meer lukken. Ik herinner me haar tranen op het Filmfestival van Berlijn na de premiere van haar modieus-intellectuele melodrama Heller Wahn: ze gaf een persconferentie en de verwijten van salon-feminisme deden haar binnen een kwartier onherstelbaar overstuur raken. Zielig, maar de kritiek was terecht. Helaas vergooide Trotta in de daaropvolgende jaren haar onmiskenbare filmtalent op datzelfde spoor: het bleef bij vrouwendrama's die of topzwaar waren van theoretisch feminisme of ten onder gingen aan loodzwaar damespathos.

Inmiddels woont en werkt Margarethe von Trotta in Italie en waar anders dan daar had ze beter getroffen kunnen worden door de relatie tussen vervloeid politiek en crimineel geweld en de persoonlijke tragiek, die haar destijds al inspireerde voor Die bleierne Zeit. In Il lungo silenzio, haar nieuwste film die de VPRO uitzendt, omlijnt ze dat geweld via de echtgenote van een onderzoeksrechter zoals de vermoorde anti-mafia-rechter Falcone er een is geweest. De film raakt alleen zijdelings aan diens strijd tegen corrupte politici en cynische militairen, tegen industrielen zonder geweten en de greep die de mafia op dit hele zootje heeft. Het onderwerp van Il lungo silenzio ligt daarachter: de angst, de verwarring, de chaos die zich niet laten terugdringen wanneer een mens bestaat in de wetenschap dat er hem elk moment een onomkeerbare ramp kan gebeuren.

De eerste beelden stellen het al vast. Ze tonen een paar dat hand in hand in avondlicht langs de branding slentert, keuvelt en elkaar toegenegen in de ogen kijkt. Net als de cliche's gaan ergeren zoomt Trotta uit en blijkt dat het romantisch isolement beperkt is. Het stel wordt omringd door zes lijfwachten die geen moment hun ogen op een plek houden en hun wapens zo zichtbaar mogelijk onder de arm dragen. De eerste helft van Il lungo silenzio besteedt Trotta aan een, opnieuw loden, leven onder de druk van het altijd bedacht moeten zijn op een aanslag. Voor de rechter is dat zwaar, voor zijn echtgenote, die er nog minder greep op heeft dan hij, helemaal, hoe begaan zij ook is met het werk van haar man. Carla Gravina speelt haar knap, met consequent vermoeide ogen en kleine gebaren, zoals het even verschieten wanneer er een geluid in haar huis klinkt waar ze niet op verdacht is.

Tenslotte buigt Il lungo silenzio zich over de manier waarop de vrouw zich teweerstelt als er eigenlijk niets meer teweer te stellen valt. “Ik ben niet bang. Niet meer”, zegt ze. Reageren en riskeren, dat is nu aan de orde, en het zal moeten gebeuren door samen met andere echtgenotes, weduwes en dochters sterk te staan tegen de botte terreur van gezichtsloze machts- en bezitswellustelingen. Trotta geeft de theorie de overhand en de persoonlijke urgentie van het eerste gedeelte van Il lungo silenzio maakt plaats voor oppervlakkig feminisme. Haar smeltende close ups, haar uitleggerige dialogen, haar onheilszwangere muziek, haar visuele pathos gaan irriteren. Dat de film overeind blijft dankt ze aan Carla Gravina en, in de rol van moeder, de vroegere diva Alida Valli _ een ongeruste grijze panter is zij, machteloos maar desondanks klaar om uit te halen. En daar komt geen ideologie aan te pas; alleen moederliefde.