Ledental bonden in 1993 met twee procent gestegen

UTRECHT, 24 DEC. De vakbeweging in Nederland heeft het afgelopen jaar, ondanks de sterk gestegen werkloosheid, haar ledental zien groeien. Dat hebben woordvoerders van de vakcentrales FNV, het CNV en de MHP gisteren desgevraagd meegedeeld.

De bij de grootste vakcentrale, de FNV, aangesloten bonden hebben gezamenlijk ongeveer 22.000 leden méér dan begin dit jaar. Dat komt neer op een stijging van circa 2 procent (vorig jaar 2,4 procent). In totaal tellen de FNV-bonden nu 1.118.000 leden.

De grootste groeiers in absolute aantallen waren de AbvaKabo en de FNV Dienstenbond, die beide 4 procent groeiden. Percentueel groeiden de aanzienlijk kleinere Horecabond FNV en de Kappersbond FNV het hardst (6 à 7 procent). De Industriebond FNV ging met 2 procent omhoog. De overige bonden bleven min of meer stabiel. Alleen bij de grafische bond werd enig verlies genoteerd.

Het CNV boekte in 1993 een ledenwinst van 4 procent (vorig jaar 1,9 procent). Een stijging met 13.000 resulteerde in een totaal van 340.000 leden. Door de aansluiting van de Marechausseevereniging van de ACOM, de CNV-bond voor militairen, kwamen er ineens 4.500 nieuwe CNV-leden bij. Dat zijn echter geen nieuwe vakbondsleden. Verder stegen de ledentallen van de CFO, de Industrie- en Voedingsbond CNV en de Dienstenbond CNV relatief sterk. De dienstenbond noteerde percentueel de grootste groei (9,3 procent).

De bij de MHP aangesloten bonden tellen in totaal nu 153.000 leden, ruim 6 procent meer dan vorig jaar. Bij de vakcentrale voor middelbaar en hoger personeel valt vooral de groei van de Unie BLHP op. Daar ligt het stijgingspercentage rond de 8. De Unie telt ruim 71.000 leden.

Het ledental van de drie grote vakcentrales bereikte in 1986 een dieptepunt. Toen telden zij samen ruim 1,3 miljoen leden. Sindsdien groeit het ledental. Momenteel tellen FNV, CNV en MHP samen ruim 1,6 miljoen leden. Afgezien van overnemingen van onafhankelijke bonden is de laatste jaren wel sprake van een zekere afvlakking van de ledengroei.