Koud en chaotisch

Lloyd C. Gardner: Spheres of influence. The partition of Europe, from Munich to Yalta 302 blz., John Murray 1993, fl.66,95

Ronald Havenaar: Van koude oorlog naar nieuwe chaos (1939-1993) 488 blz. G.A. van Oorschot 1993, fl.55,- (pb), fl.75,- (geb.)

De Koude Oorlog is voorbij - lang leve de Koude Oorlog! Waar eens orde en tucht heersten, regeert nu de chaos. Waar eens twee grote mogendheden elkaar in militair evenwicht hielden, wordt nu gevochten door lokale krijgsheren en militia's. Waar eens een IJzeren Gordijn West-Europa beschermde tegen ongewenste invloeden van buiten, worden we nu geconfronteerd met moeizame en pijnlijke dilemma's: ingrijpen of afwachten, openheid of afgrendeling, verbreden of verdiepen? Van koude oorlog naar nieuwe chaos, van de Amsterdamse historicus Ronald Havenaar, is vrij van dergelijke, ongetwijfeld misplaatste, nostalgie. Alleen al de prijs die in Oost-Europa is betaald voor de stabiliteit op ons continent is voldoende reden om niet te verlangen naar het wankele evenwicht van de afgelopen decennia, meent de schrijver. Dit is juist, hoewel de prijs van de 'vrijheid' voor veel Oosteuropeanen veel hoger is gebleken dan de rekening die ze ooit voor het communisme kregen gepresenteerd. Een van de bijkomende voordelen van de ineenstorting van het communisme is de mogelijkheid voor Westerse historici om hun visie op hetgeen zich de afgelopen decennia aan gene zijde van het IJzeren Gordijn heeft afgespeeld te toetsen aan de gegevens die nu uit lange tijd gesloten archieven worden opgediept. Dit zal de Amerikaanse historicus Loyd Gardner mede hebben geinspireerd zijn Spheres of influence te schrijven. Het boek belooft een 'briljante herinterpretatie' van de onderhandelingen tussen de Sovjet-Unie, Groot-Brittannie en de Verenigde Staten die ten grondslag lagen aan het uitbreken van de Koude Oorlog en aan de deling van Europa.

Dit is geen simpele opgave. In de historiografie van de Koude Oorlog zijn zo'n beetje alle denkbare stellingen betrokken geweest: een traditionele visie, de Koude Oorlog is het resultaat van Sovjet-expansie; een revisionistische kijk op de zaak, de Sovjet-Unie had na de oorlog het voornemen noch de mogelijkheid om de Westerse vrije wereld te bedreigen maar zag zich genoodzaakt, geconfronteerd met de agressieve politiek van de Verenigde Staten, haar invloedssfeer in oostelijk Europa af te grendelen van de buitenwereld en in te richten naar eigen, Stalinistisch model; en een post-revisionistische visie, het ontstaan van de Koude Oorlog is te wijten geweest aan een samenloop van omstandigheden waarbij de schuldvraag niet kan worden beantwoord of irrelevant wordt geacht. Met een beetje goede wil zou Spheres of influence tot de post-revisionistische categorie kunnen worden gerekend. Van een radicale herinterpretatie is in ieder geval geen sprake. Dit ligt misschien ook niet voor de hand want Gardner baseert zijn analyse grotendeels op reeds bekende archiefstukken, memoires en overige literatuur van Westerse origine.

Twistpunten

In de traditionele interpretatie van de Koude Oorlog wordt Roosevelt doorgaans de zwartepiet toegespeeld. Hij had geen antwoord op de agressie van de Sovjet-Unie. Erger: hij was soft on communism. Roosevelts gebrek aan kennis en doorzettingsvermogen, zijn streven het geallieerde bondgenootschap ten koste van alles overeind te houden, zijn utopische ideeen over een nieuwe wereldorde, zijn fragiele gezondheid en misplaatste ijdelheid zouden Stalin in de kaart hebben gespeeld. In Spheres of influence wordt dit beeld, dat niet wezenlijk onjuist is, ietwat genuanceerd. De Verenigde Staten hadden een sterke aversie tegen, zoals het werd getypeerd, Old World diplomacy, waartoe onder meer afspraken over invloedssferen in Europa werden gerekend. Menslievende overwegingen speelden hier geen rol, mededogen met kleine mogendheden evenmin. Het was eigenbelang. Open markten en vrije handel werden van essentiele betekenis geacht voor welvaart in eigen land en voor politieke invloed tot ver daarbuiten. Edoch, uiteindelijk hebben de Verenigde Staten zich neergelegd bij de deling van Europa. Het is de vraag of ze een andere keuze hadden, gezien de stand van de geallieerde legers. Bovendien maakt Gardners analyse nog eens duidelijk dat de deling van Europa waarvan sprake bleek na afloop van de oorlog tegen Duitsland, in belangrijke mate in overeenstemming was met de onderhandelingsstrategie en de doelstellingen van de beide andere partners in het bondgenootschap: Engeland en Rusland. Churchill toonde zich reeds in oktober 1940 bereid om de soevereiniteit van de Sovjet-Unie in de gebieden die ze zich na de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact (augustus 1939) had toegeeigend te erkennen, en zou later, in oktober 1944, afspraken met Stalin maken over wederzijdse invloedssferen op de Balkan. De premier werd ongetwijfeld geleid door nobele motieven, zoals de strijd tegen Nazi-Duitsland, het voorkomen van chaos en burgeroorlog in de regio, en, bovenal, de instandhouding van het Britse imperium. Maar, zoals Gardner opmerkt, het zou een schaduw werpen over het verzet van de Westerse bondgenoten tegen pogingen van Stalin de rest van oostelijk Europa, in het bijzonder Polen, te domineren.

De politieke strategie van Stalin ten aanzien van oostelijk Europa is een van de belangrijke twistpunten in de discussies over het ontstaan van de Koude Oorlog. Gardner concludeert dat er aanwijzingen (some evidence) zijn dat Stalin in de zomer en herfst van 1945, van de drie geallieerden het minst geneigd was, Europa in invloedssferen te verdelen. De Westerse leiders zouden echter hebben verzuimd diens signalen op te vangen. Helaas, zoals wel vaker in dit soort gevallen, blijft het onduidelijk waarop de auteur zijn stelling baseert. Minstens zo controversieel als Gardners interpretatie van Stalins politieke voornemens in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog is zijn conclusie dat de deling van Europa uiteindelijk een zegen voor het Westen is gebleken. Hoeveel moeilijker zou het economische herstel van West-Europa zijn geweest zonder de Russische invloedssfeer in het oosten?

Hoeveel moeilijker zou de creatie van een westers bondgenootschap zijn geweest zonder de dreiging van de Sovjet-Unie? De vrede in Europa vereiste een tijdelijke deling van het continent, meent Gardner, alleen op deze wijze kon het zich herstellen van de bijna dodelijke verwondingen die het door Hitler waren toegebracht.

Agressie

Van Koude Oorlog naar nieuwe chaos, een geschiedenis van de Oost- Westbetrekkingen vanaf de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, is vrij van dergelijke Spielerei. Havenaar blijkt een streng historicus. Zijn verhaal is sterk gecomponeerd en op kernachtige wijze geformuleerd, zonder franje. De grote lijnen worden niet uit het oog verloren en uitweidingen worden vermeden. Het boek is vrijwel uitsluitend gebaseerd op de studie van bekende literatuur en memoires, en moet het niet zo zeer hebben van nieuwe feiten of verrassende inzichten, maar van de klare en consistente analyse.

In de richtingenstrijd over de Koude Oorlog kiest Havenaar voor de 'traditionele' interpretatie. Hij stelt dat Stalin vanaf de ondertekening van het Duits-Russische non-agressiepact van augustus 1939 slechts een doel voor ogen stond, namelijk vaste greep krijgen op een zo groot mogelijk deel van oostelijk Europa. Havenaar gaat nog verder. Recente 'archiefvondsten' (waarvan ook hier de werkelijke betekenis duister blijft) zouden aangeven dat West-Europa het 'volgende doelwit' van Stalin was. Ook dit is een omstreden stelling. Vanzelfsprekend had Stalin de ambitie, in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog, 'zo ver mogelijk in westelijke richting door te stoten' en wellicht heeft hij ooit serieus overwogen een militaire aanval op West-Europa te ondernemen. Over het algemeen lijkt hij zich echter toch meer te hebben laten leiden door de gelegenheid (het benutten van de mogelijkheden die hem werden geboden) dan door vooropgezette plannen. En bovendien, zo merkt ook Havenaar op, had Stalin een uitgesproken afkeer van 'riskante ondernemingen', waartoe zeker 'het penetreren van een gebied dat traditioneel tot de Westerse invloedssfeer behoorde' mag worden gerekend.

Wat dit betreft hadden de Sovjet-leiders na Stalin minder scrupules. Zij voelden zich niet bezwaard om de macht en invloed van de Sovjet-Unie te doen gelden tot ver buiten de grenzen van Europa. De Koude Oorlog werd vooral uitgevochten in het Midden-Oosten, in Azie en op het Afrikaanse continent. Havenaar verklaart de voortdurende expansie van de Sovjet-Unie in de Derde Wereld vanuit de ideologische vooringenomenheid van haar leiders. Waar het marxisme-leninisme voor Stalin nooit meer dan een 'middel' zou zijn geweest om zijn macht te vergroten, was het voor diens opvolgers, met name voor Brezjnev en de zijnen, een 'automatische piloot' geworden. Dit is een opmerkelijke en tegenwoordig nogal ongebruikelijke interpretatie. Over het algemeen wordt aangenomen dat in deze periode ideologische argumenten eerder dienden als legitimatie dan als inspiratie van de Russische buitenlandse politiek.

In de 'traditionele' visie op de Koude Oorlog is het marxisme-leninisme dikwijls beschouwd als het bepalende element van de expansie van de Sovjet-Unie. Hoewel Havenaars analyse van de Koude Oorlog doet vermoeden dat hij deze verklaring deelt, duidt de conclusie van zijn boek op een andere en veel onrustbarender beoordeling van de Russische buitenlandse politiek. Hij wijst op het grote gevaar van hernieuwde agressie uit het oosten. Mocht de huidige preoccupatie van Rusland met zijn binnenlandse problemen van korte duur blijken te zijn, dan behoort een 'nieuw offensief', ditmaal gebaseerd op 'groot-Russisch nationalisme', tot de reele mogelijkheden. Kortom: Rusland als zodanig is een bedreiging van Europa _ communistisch of niet.

Stelligheid leidt soms tot eenzijdigheid. Het is dezer dagen niet populair om relativerende kanttekeningen te plaatsen bij de perfiditeit van het communistische systeem, maar de vaststelling dat de 'rechten' van Serviers, Kroaten en de overige volkeren in Joegoslavie vanaf de Tweede Wereldoorlog 'systematisch' werden 'onderdrukt', lijkt me toch ietwat overdreven. Hetzelfde geldt onder meer voor Havenaars opmerking dat het communisme een 'materiele en morele woestenij' zou hebben achtergelaten. De situatie is inderdaad niet best, en in het ene land slechter dan in het andere land, maar er zijn nog voldoende lieden in het oostelijk deel van Europa met wie een redelijk gesprek is te voeren.

Van Koude Oorlog naar nieuwe chaos is met een grote mate van zorgvuldigheid geschreven. Enkele slordigheden die desondanks in de tekst zijn geslopen, worden hier vanwege de volledigheid (en een mogelijke volgende druk) vermeld. Sacharov is nooit naar Siberie verbannen; de Republiek Rusland is niet alleen samengesteld uit zestien republieken; Solzjenitsyn heet geen Andrej; en in Polen is na december 1981 geen 'militaire regering' gevormd. En tot slot verdient het aanbeveling om de spelling van namen en uitdrukkingen van Slavische origine nog eens kritisch onder de loep te nemen.