Hoogmoed en barbarij

Pilar Bonet: Figures in a Red Landscape 150 blz., The Woodrow Wilson Center Press 1993, (uit het Spaans vertaald), fl.55,65

David Remnick: Lenin's Tomb. The last days of the Soviet Empire 550 blz., Viking 1993, fl.39,45

Een lawaaiboek en een stilteboek, zo kun je het vuistdikke Lenin's Tomb en het beschaafd-dunne Figures het beste met elkaar vergelijken. Beide auteurs maakten ongeveer dezelfde historische gebeurtenissen mee in Moskou. Remnick was er drie jaar correspondent van The Washington Post, Bonet zeven jaar correspondent van El Pais. Beiden waren getuige van de stuiptrekkingen van het communisme en toch kun je je geen twee meer verschillende boeken voorstellen. Remnick concentreerde zich op de politieke omwenteling in Moskou en sprak met alle groten van het perestrojka-tijdperk. Bonet, die ik me herinner als een van de best geinformeerde journalisten in Moskou, liet de rumoerige hoofdstad links liggen en probeert in een dertiental hoofdstukken vanuit alle delen van het rijk een beeld te geven van de droeve erfenis van het systeem.

Haar conclusies stemmen niet vrolijk. 'De realiteit waarmee ik werd geconfronteerd was veel primitiever en complexer dan ik het me had voorgesteld. De provincies lagen voor mij in al hun grofheid en eindeloze verveling. De verborgen charme die ik dacht te hebben opgedolven vervloog in banaliteiten.''

Bonets boek gaat over gewone mensen, die zich zo goed en zo kwaad als het gaat proberen aan te passen aan de natuurrampen en de stormen-van-de-dag. Over displaced Russians in Oezbekistan, over het harde leven in de olievelden van Tjoemen, over een boer in Smolensk, die zich losmaakt van de kolchoz en in zijn eentje het wiel opnieuw probeert uit te vinden, over een majoor in Rjazan, die Gorbatsjov op zijn woord geloofde. Ze schrijft over de nieuwe ballingen in Vorkoeta, ooit met hoge salarissen en schone beloften naar het ijskoude noorden gelokt, maar nu door de ineenstorting van het systeem gedwongen de rest van hun leven straatarm in tochtige blokhutten te blijven wonen, met kinderen die doorschijnend zijn van vitaminegebrek en tekort aan zonlicht.

Behang

Een van de mooiste verhalen vind ik 'Wallpaper', waarin Bonet tegen haar zin door een stel Armeniers wordt meegenomen naar Spitak, dat tijdens de aardbeving van 1988 bijna totaal met de grond gelijk werd gemaakt, terwijl ze eigenlijk van plan was een artikel te schrijven over de grensgevechten tussen Armenie en Azerbajdzjan. Ze treft een troosteloze ruine aan. Machteloze woede bevangt haar als een van de vrouwen in haar gezelschap plotseling verdwijnt om tussen de 'humanitaire hulp' die in Spitak is gearriveerd een behangetje te gaan uitzoeken voor haar tweede huisje in de bergen. In Jerevan is geen behang te krijgen, verduidelijkt haar begeleider Suren. 'Zonder met zijn ogen te knipperen zegt Suren met kille logica: Op welke muren moeten ze hier dan behang plakken?''

Bonet ging op reis in de hoop dat ze in de Russische provincie tekens van nieuw leven zou aantreffen. Ze kwam gedesillusioneerd terug. Ze besloot vervolgens de dramatische veranderingen in Moskou te vertalen naar de banale realiteit van de doorsnee sovjet-burger. Het best komt dat tot uitdrukking in de geschiedenis van Tatjana Merzljakova, hoofdredactrice van de Kommoenistitsjeskaja Pravda in het kleine provincieplaatsje Rezj in de Oeral. Merzljakova behoort tot de journalistengeneratie, die in de beginperiode van de glasnost driftig meevocht om de grenzen van de vrijheid stap voor stap te verleggen, maar toen het er echt op aankwam de verkeerde keuze maakte. Tijdens de staatsgreep van augustus 1991 aarzelde ze net een dag te lang. Moskou is Rezj niet, was haar woedende verdediging, toen Bonet haar kwam vragen waarom ze niet meteen stelling had genomen tegen de putschisten. 'Tatjana was de frustratie in eigen persoon. De dingen die ze had kunnen doen, maar niet gedaan had! De dingen die ze geweest had kunnen zijn, maar niet geworden was! De hele provincie en haar foeilelijke stad, verstikt door de rookwolken van de nikkelfabriek, drukten haar neer. En elke keer dat ze thuis uit haar raam keek, staarde de slogan 'Lang leve de heroische arbeidersklasse' haar aan van de facade van een gebouw aan de overkant van de straat.''

Stroomversnelling

Wat Figures in a Red Landscape mist aan politieke achtergrond, is bij Remnick ruimschoots voorhanden. Lenin's Tomb lees je om een andere reden ademloos. Het toont hoe de geschiedenis, na decennia van brak water, plotseling in een stroomversnelling kan raken, met alle onvoorspelbare gevolgen van dien. Remnicks boek heeft een paar irritante trekjes. Zo mag hij ons graag voorhouden met welke belangrijke mensen hij heeft verkeerd ('I asked Gorbachev...'' etc.) en kon hij het ook niet laten om zich op zijn Amerikaans te laten fotograferen met Ligatsjov en met Jeltsin. Ook is niet altijd duidelijk wat zijn bronnen zijn. Hij citeert uit gesprekken die hij niet heeft bijgewoond en het hoofdstuk over de mislukte staatsgreep van 1991 lijkt me goeddeels ontleend aan Russische artikelen en boeken over dat onderwerp.

Maar los daarvan bevat zijn met vaart geschreven boek een vracht aan informatie, observaties en gesprekken met de meest uiteenlopende Russen. Remnick stapt overal op af en stelt de juiste vragen. Hij verliest niet uit het oog dat de perestrojka een echte revolutie was, terwijl hij tegelijkertijd genadeloos afrekent met Gorbatsjovs grote blunders. Hij heeft, kortom, een goed gevoel voor drama: 'Gorbatsjov was geen Andrej Sacharov. Hij was geen moralistische profeet of intellectuele reus. Hij was zelfs geen man van uitzonderlijke goedheid. Gorbatsjov was bovenal een politicus. Hij combineerde een wat grofstoffelijk gevoel van fatsoen met een buitengewoon vermogen om een systeem te manipuleren dat van buitenaf onbuigzaam leek. Als Sacharov, in de taal van de Griekse fabel, de vos was, een man met een bijzondere antenne voor morele en politieke idealen, dan was Gorbatsjov de egel, een man die in staat was tot bedrog en wreedheid, een man van wisselende waarden en ideeen, maar een genie in een smerig spel. De juiste man op de juiste plaats.'' Dat lijkt me een vrij aardige typering.

Remnick concentreert zich in zijn boek, anders dan Bonet, voornamelijk op de morele dilemma's van de intellectuele en politieke elite (of wat daarvoor door moet gaan). Mooi is bijvoorbeeld zijn beschrijving van de sjestidesjatniki, de generatie van de jaren zestig, de double thinkers, zoals hij ze noemt. Gelouterd door Chroesjtsjovs destalinisatierede in 1956 worstelen zij tot op de dag van vandaag nog met een schuldgevoel en wringen zich in bochten om vroegere misstappen te verklaren. Gorbatsjov was hun bevrijder. Zij cirkelden rond het weekblad Moskovskije Novosti, dat eind jaren tachtig misschien wel een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij het doorbreken van de 'stagnatie'. Maar Moscow News was op zijn manier een regeringskrant, een krant die dank zij hoofdredacteur Jegor Jakovlev trouw bleef aan de Gorbatsjov-lijn. Pas met de oprichting van de Nezavisimaja Gazeta ontstond een krant van jonge journalisten, die geen enkel begrip konden opbrengen voor de wanhopige soul searching van de oudere generatie en geen enkele achting hadden voor welke autoriteit dan ook.

Geruchten

Remnick en Bonet zijn alle twee gegrepen door Rusland in al zijn hoogmoed en barbarij. Hun boeken raken elkaar bij de beschrijving van de moord op de Russisch-orthodoxe priester Aleksandr Men, een joodse bekeerling, die onder jongeren en intellectuelen op zoek naar houvast waanzinnig populair was. Hij werd, op zijn Dostojevskiaans, zoals beide correspondenten natuurlijk vermelden, 's nachts op weg naar huis in een donker bos met een bijl vermoord. De moord is nooit opgehelderd, maar zoals gebruikelijk gonsde het van de geruchten (over die geruchten waarmee iedere journalist in Moskou worstelt, schrijft Remnick trouwens een mooi zinnetje: 'What it took me a long time to realize was that in Moscow, being paranoid doesn't mean doom is not on the way''). Was het de KGB geweest of de reactionaire Russisch-orthodoxe kerk, waren het de Russische fascisten of was het gewoon een ordinaire dronkelap?

Remnick beschrijft de moord als 'een omineus, bijna bovennatuurlijk voorteken van een tijd van troebelen''. Bonet is bescheidener. 'We zullen nooit weten hoeveel missiewerk werd afgebroken door een bijl, die gehanteerd werd door iemand die niet geloofde in de oecumene,'' merkt ze op, om haar verhaal aldus te beeindigen: 'Een paar dagen later weigerde een beminnelijke monnik, die overstroomde van heiligheid, het geld dat hem geboden werd om een mis ter nagedachtenis aan Aleksandr Men op te dragen. De monnik bood zijn excuses aan. Hij had gewetensbezwaren; hij kon geen mis opdragen voor iemand die de fundamenten van de Russisch-orthodoxe kerk had ondermijnd.'' Een uitsmijter waarmee de schijnheiligheid van de officiele kerk subtiel wordt doorgeprikt.