Hoeveel kost drugs?

Hij heet misschien Halim, of Mehmed. Hij zit nonchalant te wachten in de krappe gang. Sigaretje. Nog een sigaretje. Dertig ogen staren hem aan. Nog één trekje, dan mogen ze hun vragen stellen.

Bijna elke schooldag komt de achtste groep van een van de Amsterdamse basisscholen op het hoofdbureau van politie. Daar praten de kinderen met zo iemand als Halim, of Mehmed. Iemand die verslaafd is aan heroïne, cocaïne of een ander verboden verdovend middel.

Halim, of Mehmed, is nog geen twintig en hij rookt al hasj sinds hij 14 is. De eerste vinger gaat omhoog: “Spuit je ook in je arm?” Nee, zegt Halim, of Mehmed, de heroïne waaraan hij verslaafd is, rookt-ie. Nu pakken alle kinderen hun vragenlijstje erbij. De meisjes stellen misschien iets meer bezorgde vragen: wat vinden je ouders ervan? Heb je nog vrienden? De jongens iets stoerder: hoeveel kost drugs en hoe kwam je dan aan al dat geld? Heb je een mes?

Naast Halim, of Mehmed, zit agent Bent Vermeulen. Hij werkt op het politiebureau in de Rivierenbuurt en als een school in zijn buurt iets over verslaafden wil weten, komt hij langs. In januari gaat hij naar de islamitische Bouschrâschool. Maar de Marokkaanse kinderen die daar zitten, weten eigenlijk alles al.

“Als je rookt, word je stoned. Krijg je rooie oogjes.” Khalid heeft vorig jaar op de Bouschrâschool een spreekbeurt gehouden over drugs, dus hij weet het precies. En trouwens, ze hebben bijna allemaal wel eens, in het echt, een junkie gezien - dat is iemand die zo verslaafd is dat-ie de hele dag alleen maar aan drugs kan denken.

En ze weten ook hoe die aan geld komen. Ze 'poffen'. Meester Giel Graven heeft er nog nooit van gehoord. Rachid legt uit: “Je neemt de bougie van een auto in je mond om hem warm te maken. Dan gooi je hem door de autoruit en steel je de radio. Die radio kun je in een koffieshop verkopen voor hasj of heroïne.” Vriendje van zijn broer doet dat.

Ze zien het niet alleen in Nederland. Ook in Marokko, het land waar hun familie woont en waar ze elk jaar met vakantie gaan, komen ze junkies tegen. Achter het huis van Fadua, in het bos, heeft ze eens een man zien snuiven aan wit poeier. “Lijm kun je ook snuiven,” zegt Khalid. “En mint,” volgens Rachid. Nee, daar heeft Khalid nooit van gehoord. Maar andere kinderen zeggen toch van wel.

Verslaafd is slecht, daar zijn ze het allemaal over eens. “Maar jij bent ook verslaafd,” zegt Khalid plots en hij wijst op de buik van Rachid. “Aan snoep.” Allemaal chocolaatjes. Rachid bloost zijn bolle wangen rood. Dat-ie verslaafd is, weet hij zelf ook wel. “Ik zeur de hele dag bij mijn moeder om geld voor snoep.”

Maar er zitten er meer in de klas. Fadua vraagt of je ook verslaafd kunt zijn aan Coca Cola, want daar drinkt ze heel veel van. De meeste kinderen zijn verslaafd aan computerspelletjes. Nintendo, daar zit Ismael wel vier uur per dag mee te spelen. Als hij 's avonds gaat slapen, ziet-ie Super Mario nog rondrennen met taarten of met stapels bakstenen. Nee, rooie oogjes krijgt hij er niet van. Vierkante oogjes.