Gould

In zijn bespreking van het door Gould samengestelde Book of Life, een overzicht van de evolutie van het leven op aarde (boekenbijlage 27-11-93) noemt de heer Eijgenraam het 'terecht natuurlijk', dat Gould in het verleden steeds het door vele wetenschappers beschouwen van de mens als de boven alle levende wezens uitstekende 'spits der evolutie', aan de kaak heeft gesteld.

Gould is (blijkbaar) gezwicht voor de (commerciele) druk zijner uitgevers, veronderstelt Eijgenraam. Geen fraaie houding schuift hij Gould daarmee in de schoenen. Het zou ook kunnen zijn dat Gould van de dwaling zijns weegs in dit opzicht is teruggekomen.

Immers ieder redelijk mens met gezond verstand en niet verblind door een fundamentalistisch 'wetenschappelijk' uitgangspunt zal erkennen, dat de mens vanwege zijn hersenvolume en -structuur en het daaruit voortvloeiende zelfbewustzijn, abstract denkvermogen en technisch kunnen, religieuze intuitie, taalgebruik en creatief vermogen, de vele en rijke culturen binnen de laatste 10.000 jaar hun aanzien heeft gegeven, dat daardoor de mens in 'kwaliteits-orde' ver uitsteekt boven alle andere levensvormen. En dus terecht 'de spits der evolutie' genoemd mag worden.

Het doet wonderlijk en voor mij onbegrijpelijk aan om het aantal individuen en het aantal soorten, dus quantiteiten, van insekten als argument voor hun 'meerwaarde' gehanteerd te zien. Niet te geloven!