Golo Mann en de moraal

Golo Mann: In de schaduw van de tovenaar. Een jeugd in de Duitse storm 474 blz. Arbeiderspers 1993, vert. Thomas Graftdijk en Paul Beers (Erinnerungen und Gedanken. Eine Jugend in Deutschland, 1986), fl.69,90

Joachim Fest: Wege zur Geschichte. Ueber Theodor Mommsen, Jacob Burckhardt und Golo Mann 144 blz. Manesse Verlag 1992, fl.24,75

De val van de Muur en de vereniging van Bondsrepubliek en DDR hebben de nooit verstomde discussie over Duitsland weer in een hoogconjunctuur gebracht. Ook voor de historicus Golo Mann was de hereniging aanleiding om zich opnieuw in het openbare debat te mengen en de publieke arena weer te betreden waaruit hij zich begin jaren tachtig enigszins had teruggetrokken.

Mann was niet gerust over de mogelijke gevolgen van de plotselinge omwenteling in Duitsland en Oost-Europa. Vanuit Zwitserland protesteerde hij onder meer tegen de Duitse plannen regering en parlement van Bonn naar Berlijn te verhuizen. Berlijn herinnerde hem te veel aan het Pruisisch bestuurscentralisme, het was voor hem de stad van waaruit Duitsland tussen 1871 en 1945 bepaald slecht geregeerd was. De regering deed er goed aan in het provinciale Bonn te blijven. Een 'absolute Geschmacklosigkeit' ook, vond Mann het potsierlijke eerbetoon van Bundeswehr en kanselier Kohl bij de herbegrafenis van Frederik de Grote te Potsdam, in augustus 1991. Berlijn als hoofdstad en Frederik II, in beide gevallen betrof het symbolen van een belast verleden, symbolen waarmee de nieuwe, vergrote Bondsrepubliek zich niet onnodig diende te identificeren.

Concreter was Manns oproep, begin 1992, de Stasi-archieven te sluiten en af te zien van de ontmaskering en rechtsvervolging van Stasi-verklikkers. De oude DDR had domweg te veel van zulke politiespionnen gehad; systematische vervolging zou slechts demoraliserend werken. Aandacht in de Nederlandse pers kreeg vooral Manns angstige verklaring dat hij zich, wanneer hij dertig jaar jonger zou zijn, zou bewapenen. Aanleiding voor de uitspraak was de aanslag in Molln, een van de dieptepunten in de golf van rechts-radicaal geweld die Duitsland sinds de eenwording overspoelt. Eigenlijk was Mann, die al vanaf de jaren dertig pleitte voor een federale ordening van Midden-Europa, tegen de hele hereniging geweest. De twee Duitse staten hadden veel beter een confederatie kunnen aangaan. In dat geval ook hadden de Oostduitsers op eigen termen een begin kunnen maken met de verwerking van het communistische verleden.

Engagement

De thans vierentachtigjarige Golo Mann, de tweede zoon van Thomas Mann, is wellicht de bekendste Duitse historicus van zijn generatie, hoewel de twee jaar oudere Sebastian Haffner in dat opzicht een geduchte concurrent is. Haffner mist echter het aanzien dat de leden van de familie Mann aankleeft.

Golo Mann neemt als historicus een volstrekt aparte positie in. Zijn werk laat zich nauwelijks inpassen in het brede spectrum aan geschiedschrijving van de laatste decennia. Misschien laat Manns oeuvre zich in zijn oorspronkelijkheid inderdaad nog het best vergelijken, zoals Joachim Fest in zijn vorig jaar verschenen essaybundel Wege zur Geschichte suggereerde, met het werk van eenlingen als Jacob Burckhardt en Theodor Mommsen, twee negentiende-eeuwse monumenten van de Duitse geschiedbeoefening. Deze bundel bevat de rede die Fest uitsprak ter gelegeheid van de uitreiking van de Goetheprijs in 1985 aan Golo Mann.

Eigenzinnig is Golo Manns geschiedschrijving in dubbel opzicht. Ten eerste hield Mann onverkort vast aan de opvatting dat geschiedschrijving primair het vertellen van een verhaal is, een standpunt dat onder historici lange tijd uit de gratie was. Dat hij de kunst van het vertellen meester was, bewees hij in 1971 met zijn kolossale biografie van Wallenstein, de raadselachtige veldheer uit de Dertigjarige Oorlog. Uitzonderlijk is ook de wijze waarop Mann de contemporaine geschiedenis beoefende. Manns werk over het twintigste-eeuwse Duitsland kenmerkt zich door een bijzonder krachtig moreel engagement. Volgens Mann is de mens vrij goed of kwaad te doen en al dan niet te gehoorzamen aan de imperatieven van zijn geweten. Daarom kan en mag de geschiedschrijver als moraalrechter optreden en op basis van een tijdloze morele maatstaf oordelen vellen over individuele keuzes en beslissingen.

De kracht waarmee Golo Mann deze zo sterk aan negentiende-eeuwse idealen over individuele autonomie en moraal herinnerende opvattingen uitdraagt, is, zoals Fest terecht benadrukt, de vrucht van zijn ballingschap. Na de machtsovername door Hitler in januari 1933 zag Mann zich, 24 jaar oud, genoodzaakt Duitsland te verlaten. In exil, dat hij in Frankrijk, Zwitserland en vanaf 1940 in de Verenigde Staten doorbracht, rekende Mann af met de overgeleverde vormen van geschiedbeoefening, met het staatsverheerlijkende Duitse historisme en met het marxisme.

Geen van beide stromingen bood steun in de strijd tegen het nazisme. Het historisme ontbrak het aan morele oordeelskracht, zeker tegenover de staat. Het marxisme dat aanvankelijk in het fascisme slechts de laatste stuiptrekking van het ineenstortende kapitalisme ontwaarde, was defaitistisch. Zelf beschouwde Mann, in navolging van Hermann Rauschning, het nazisme als een nihilistische revolutie: de strijd daartegen vereiste ook een sterk moreel besef. Daarbij beriep Mann zich op de christelijk-humanistische waarden van de Westerse traditie.

Angst

Mann bleef na de Tweede Wereldoorlog, waaraan hij vanaf 1943 als radio- officier in Amerikaanse dienst deelnam, in de Verenigde Staten. Pas in 1958 keerde hij terug naar Duitsland, en al snel naar Zwitserland. In Duitsland had hij toen inmiddels naam gemaakt als geschiedschrijver en politiek publicist. Zijn zojuist vertaalde memoires, Erinnerungen und Gedanken, zijn vooral een ontmoeting van de oudere, in de emigratie en naoorlogse periode intellectueel gerijpte Golo Mann met de jonge, nog weinig gevormde Mann. In het boek doet hij verslag van zijn leven vanaf de vroegste jeugd tot aan het moment waarop de ballingschap begon. Herinneringen, gedachten en dagboekfragmenten van voor en na 1933 zijn in het boek onontwarbaar verknoopt. 'Het is onmogelijk,'' schrijft Mann in het slothoofdstuk dat gaat over het laatste jaar dat hij in Duitsland doorbracht, 'met enige precisie onderscheid te maken tussen wat men, op een vroeger beleefde periode terugblikkend, er later over te weten kwam, leerde, begreep, op grond van allerlei boeken en documenten, voorts ook van de voortgang der dingen zelf, die een nieuw licht op het achter ons liggende werpt, en anderzijds wat men voor gedachten over dat verleden had toen het nog heden was.'' En als toelichting bij zijn eigen titel stelt hij: 'Wie zich herinnert, denkt over het herinnerde na.''

Verknoopt bijvoorbeeld zijn Manns ervaringen als docent in de Verenigde Staten in de jaren vijftig en het beeld dat hij heeft van zijn eigen jeugd, in het schrijvershuis van Thomas Mann. In een poging het onderscheid in levensgevoel van Amerikanen en Europeanen te verklaren noteerde Mann in zijn Vom Geist Amerikas uit 1954: 'Das Nicht unter druck aufwachsen, das Nicht in Enge und Angst aufwachsen, Angst vor den Eltern, der Schule, der Zukunft, der Welt, das von fruher Kindheit an sich frei Betatigen - das, vor allem, macht den Amerikaner, was er ist und was er in Europa erscheint.'' De angst voor de ouders, de angst voor Thomas Mann, in Golo Manns herinneringen staat daarover geserreerd: 'Hadden wij een vrije jeugd in die periode of een onderdrukte? 't Gaat nogal... Wij moesten ons vrijwel altijd rustig houden: 's ochtends omdat vader werkte, 's middags omdat hij eerst las en daarna sliep, tegen de avond omdat hij dan weer ernstig aan het werk was. En verschrikkelijk was het gedonder als wij hem gestoord hadden: het sneed ons des te scherper door de ziel omdat het maar zelden geprovoceerd werd.'' En even verderop volgt een citaat uit het dagboek van zijn vader, genoteerd tijdens de Spaanse griep-epidemie die Europa onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog teisterde: 'Het is vakantie wegens de griep en de kinderen storen mij...'' Het is even kort als veelzeggend.

Ongetwijfeld zijn het deze passages die de vertalers tot het besluit hebben verleid Manns neutrale titel Erinnerungen und Gedanken. Eine Jugend in Deutschland (voor wie Golo Mann van ijdelheid wil betichten, de titel doet denken aan Bismarcks Gedanken und Erinnerungen) te veranderen in het veel dramatischer In de schaduw van de tovenaar. Een jeugd in de Duitse storm. Die tovenaar, dat was Thomas Mann. Aangenomen dat Golo Mann toestemming heeft verleend voor de Nederlandse titel, blijft het een vreemd besluit. Ofschoon Thomas Mann een zwaar en onaangenaam stempel op zijn jeugd heeft gedrukt, biedt Golo Manns boek nauwelijks een beeld van Thomas Mann, noch van het familieleven in huize Mann. Daarvoor verwijst Golo Mann expliciet naar de herinnneringen van zijn oudere broer Klaus - naar Der Wendepunkt, een boek dat blijkbaar geen correctie of aanvulling behoeft. Bovendien probeert Golo Mann, zoals aangegeven, enkele keren te verwoorden wat het betekent om na te denken over het herinnerde - een directe referentie aan de oorspronkelijke boektitel.

Bildungsroman

Als het niet zozeer over zijn vader en familie gaat, waarover schrijft Golo Mann dan? Erinnerungen und Gedanken gaat voor het grootste deel over Manns eigen intellectuele vorming. Het is een 'Bildungsroman' van zijn jeugd. De exclusieve kostschool te Salem, geleid door de bevlogen Kurt Hahn, een exponent van de vroeg twintigste-eeuwse 'Reformpadagogik' wordt uitvoerig beschreven: de studiejaren bij Karl Jaspers komen aan de orde alsmede Manns eigen, informele curriculum, de eenzame leesuren die hij vulde met de Duitse klassieken, met filosofie en niet in de laatste plaats met geschiedenis.

Het interessants zijn de laatste zes hoofdstukkken, die de periode 1928-1933 beslaan, samen iets meer dan de helft van het boek. Bij de academische 'Bildung' voegde zich deze jaren onvermijdelijk een actuele politieke vorming. In deze delen ook vindt de sterkste confrontatie plaats tussen de oude, bespiegelende Golo Mann en de jonge, zoals hij het zelf uitdrukt, politiek argeloze student. De student die zich in 1930 had aangesloten bij een revolutionair-socialistische studentenbeweging, maar die, allesbehalve een overtuigende marxist, in Duitsland nog alles voor mogelijk hield: een continuering van de Weimar-democratie, die tenslotte wel meer crises overleefd had; een terugkeer, althans in Beieren, van de monarchie; een overwinning van het nazisme, al leek dat laatste hem zeer onwaarschijnlijk. 'Prive mocht ik me alle tegenspraak veroorloven,'' merkt Mann op over deze weinig consistente opinies.

In deze laatste hoofdstukken wint de volwassen, ethisch geengageerde historicus het regelmatig van de memoires-schrijver. Bijvoorbeeld waar Mann helemaal aan het einde van het boek de schuldvraag te berde brengt. 'Blijft de vraag naar de schuld (voor de overwinning van het nazisme in 1933), verwant aan de vraag naar de onvermijdelijkheid en er tegelijk tegenover staand, omdat schuld de mogelijkheid van ander handelen vooronderstelt.'' En geheel in overeenstemming met zijn latere opvattingen over keuzevrijheid, de vaste morele maatstaf, en het recht van de historicus over beslissingen uit het verleden te oordelen, noteert Mann dat de oude bovenlaag in Duitsland, de Junkers, de industrielen, de kerk, justitie en overheidsbureaucratie, mede schuldig was aan Hitlers overwinning 'omdat ze te vermijden was''. En nogmaals: 'Het was niet alleen dat ze onder Hitler moesten gehoorzamen. Ze wilden ook.''

Elders en dan veel principieler komt deze voor Manns latere geschiedschrijving zo typerende redeneerwijze aan de orde in het prachtige hoofdstuk over Karl Jaspers. Daarin loopt Mann chronologisch vooruit op zijn breuk met Jaspers in 1963.

Aanleiding was een meningsverschil over Eichmann in Jerusalem, het geruchtmakende procesverslag van Hannah Arendt, eveneens een leerling van Jaspers. Mann kon zich absoluut niet vinden in de typering 'de banaliteit van het kwaad'. Eichmann, zo meende Arendt, zou zijn misdaden gedachteloos en zonder kwade intenties hebben begaan, als een gehoorzame knecht in een monsterlijk systeem. Voor Golo Mann was gedachteloos, 'banaal' kwaad onbestaanbaar. Kwaad was voor hem per definitie intentioneel, namelijk het gevolg van een bewuste overschrijding van de normen die het geweten de mens oplegt. 'Der Mensch ist nicht von Natur Bose; ware er's, so ware er's nicht. Er ist frei, bose zu sein; ist folglich auch frei, seine bose Verfangenheit in sich selbst zu uberwinden'', had Mann eind jaren vijftig geconcludeerd. Kwaad stond gelijk aan kwade wil. Eichmanns optreden leverde geen bewijs van het tegendeel. Eichmann wist wat hij deed, hij had de kampen zelf geinspecteerd en hij was in 1944 tegen het uitdrukkelijke bevel van zijn meerdere Himmler doorgegaan met zijn moorddadige organisatiewerk.

In de controverse rond Arendts boek koos Jaspers de zijde van zijn studente: hij brak met Golo Mann. Opmerkelijk in de herinneringen is Manns poging, bijna vijfentwintig jaar na die breuk, op basis van Jaspers' werk aan te tonen dat de filosoof in dat conflict eigenlijk zijn kant had moeten kiezen en zich had moeten uitspreken tegen de uberklugen Dialektik van Hannah Arendt. Mann probeert alsnog van zijn docent gelijk te krijgen.

In zijn opmerking vooraf spreekt Mann het vermoeden uit dat zijn herinneringen in een eventueel volgend deel zullen worden voltooid. Het is te hopen dat Golo Mann sinds 1986, het jaar waarin de Duitse editie verscheen, inderdaad aan het tweede deel van zijn Erinnerungen und Gedanken begonnen is.