Een list

Uit de radio spreekt een vrouw. “WDR drei. Es folgen Nachrichten und die Wettervorhersage.” Gewone stem, gewone woorden, een gewone mededeling. De onvertaalbare mythe van het Duits.

Veel wind wordt aangekondigd, en in het laagland regen, in de gebergten sneeuw. En ja, het sneeuwt, het sneeuwt de hele dag. Het dwarrelt en het jaagt in kleine vlokjes, nageltjes in je gezicht. Maar op den duur een pak. Het landschap krijgt een nieuwe onschuld, de wereld wordt weer maagdelijk.

Die nacht naar buiten. Geen maan, geen sterren, duister wolkendek. En toch is alles zichtbaar. Het klimmen van de hellingen, de ligging van de bossen, een spoor van weggetjes. De sneeuw knerst zachtjes als je loopt.

Tot in de bosrand, verder niet, want verder is niet nodig. Hier ruist een waterloop. Hier gaat een kloof naar boven. Er staan hier hoge beuken. En op alle takken sneeuw - een wit en stil, een tintelend gewelf. Een plek waar niets gebeurt, die buiten deze aarde ligt en buiten de geschiedenis.

Die nacht in bed. In Operatie Shylock heeft Philip Roth het over White Christmas van Irving Berlin - een geweldige joodse list om de gojim wijs te maken dat het om de sneeuw begonnen is, de viering, de aanbidding van de sneeuw, zodat het Jezusfeest ont-Jezust wordt. Let it snow, let it snow, let it snow. “White Christmas schenkt meer zekerheid dan de Israelische kernreactor.”