Een fooitje

U bezoekt een horecagelegenheid. U bestelt daar wat, en als het u bevallen is, laat u bij het afrekenen een fooi achter. Jarenlang deden wij daar in Nederland niet aan, vanwege de 'inclusief-prijzen', maar langzamerhand is de fooi weer helemaal terug.

Weinig zult u vermoeden wat een juridische complicaties u dan met uw welgemeende gebaar teweegbrengt.

Allereerst is er de fiscus (en zijn onafscheidelijke metgezel, de bedrijfsvereniging, die zorgt voor de inning van sociale verzekeringspremies). Natuurlijk mogen die hun deel van de fooi eisen. Er is een 'Fooienbesluit' dat aangeeft welk bedrag de werkgever in verband met fooien als 'loon' moet aanmerken. Daarover moet de werkgever dan loonbelasting en premies afdragen. Als de werknemer nog andere fooien ontvangt, zou hij die voor de inkomstenbelasting moeten opgeven.

Hierbij gaan wij er van uit dat de fooi uiteindelijk bij de werknemers terecht komt. Is dat wel altijd zo? Komt uw genereuze tip inderdaad bij de sympathieke serveerster of de alerte ober terecht, of strijkt een ander die op? Dat verschilt nogal. In sommige bedrijven mag men fooien zelf houden. Andere bedrijven werken met een fooienpot, waarmee de fooien eerlijk worden verdeeld. Maar er zijn ook bedrijven waar geldt dat fooien aan de baas moeten worden afgedragen.

Dat laatste systeem steekt natuurlijk een beetje. De werknemer in zo'n bedrijf die de fooi toch in zijn eigen zak steekt, kon wat mij betreft wel op enig begrip rekenen. Maar inmiddels kan hij nog meer: onlangs is in hoogste instantie beslist dat zo'n werknemer gewoon rechtmatig handelt.

Het geval speelde zich af in een restaurant, waar inderdaad gold dat fooien 'voor de zaak' waren. Een van de obers was al verschillende malen erop betrapt dat hij fooien achterhield. Toen dat voor de zoveelste keer gebeurde, werd hij ontslagen. Daar kwam dus ruzie van.

De ober kwam terecht bij een prima advocaat (of misschien was het een deurwaarder of een medewerker van het Buro voor Rechtshulp - dat vermeldt de uitspraak niet). Die herinnerde zich iets: een wetsartikel dat werkgevers verbiedt om van hun werknemers te eisen dat die hun loon of 'overige inkomsten' op een bepaalde manier besteden. Dat artikel is ooit in de wet gekomen vanwege een misbruik dat onder de naam 'truckloon' bekend stond: werkgevers verplichtten hun werknemers om het loon geheel of grotendeels in de winkels van hun eigen baas te besteden. (Een andere variant was, dat de werknemer niet in geld werd uitbetaald, maar 'in natura'. Ook dat verbiedt de wet, maar daarop zijn wel uitzonderingen. Verstrekking van kost en inwoning mag bijvoorbeeld wèl).

De slimme raadsman (m/v) van de ober bedacht, dat fooien wel als 'overige inkomsten' van de werknemer mogen worden aangemerkt. Als de werkgever niet eens mag eisen dat de werknemer die op een bepaalde manier besteedt, mag hij natuurlijk helemaal niet eisen dat het geld zomaar aan hemzelf wordt afgegeven. En als de werkgever dat niet mocht eisen, had de werknemer dus niets misdaan door het geld in zijn zak te steken. Dan was hij dus ten onrechte ontslagen.

Om een lang verhaal kort te maken: dat vond de rechter ook. De werkgever probeerde het nog met de stelling dat fooien toch niet zo vanzelfsprekend 'overige inkomsten' van de werknemers zijn; maar de Hoge Raad sprak uit dat fooien die de gasten van het restaurant kennelijk niet hadden bedoeld voor anderen dan de werknemers zelf, wel degelijk onder dat begrip vallen.

U begrijpt dat dit een hele verantwoordelijkheid legt op ons, horecaconsumenten. Wilt u voortaan als u een paar munten laat ligen er duidelijk bij aangeven of die bestemd zijn voor de serveerster of de ober, voor de personeelspot, of voor een ander (goed) doel?