De varkens geven problemen

VENLO, 24 DEC. Dertig uur is Buitenhuis nu in touw en in die tijd heeft hij ongeveer hetzelfde aantal mensen aan een lier zijn 'search and rescue chopper' ingetakeld. Met oranje oliepak en blauwe wallen onder zijn ogen loopt hij over het sportveld naar de kantine van atletiekverenging Swift in Roermond. Scholieren kijken hem vanachter het hek bewonderend na.

Veel oudjes heeft Buitenhuis uit boerderijen gehaald, soms met hartklachten of onderkoeld, en merkwaardig genoeg ook met uitdrogingsverschijnselen. “Die mensen denken dat het niet zo'n vaart loopt, ze zijn overstromingen hier wel gewend. Tot de vloer opeens blank staat en het licht en de kachel uitgaan. Dan is het opeens paniek en hangt overal het laken uit.”

De collega's van de luchtmacht benijden marineman Buitenhuis. Hun Alouettes zijn alleen geschikt voor verkenningen. Dus patrouilleren ze langs de dijken en zoeken ze naar evacués. De helikopter van sergeant J.M. Hoeve en korporaal R. Stoffers scheert laag over elektriciteitskabels, naar Ohé en Laak, waar het lichtbruine Maaswater zich centimeter voor centimeter terugtrekt. “De dijk houdt het wel”, denkt Hoeve. Het is vrijdagmiddag en de vloed verplaatst zich langzaam naar Venlo.

De Alouette maakt een rondje langs een varkensfokkerij. Meer dan vijfhonderd varkens. “En die boer is koppig. Die stond vanochtend tot zijn middel in het water te wuiven dat we weg moesten gaan.” Inmiddels is de varkensfokker van mening veranderd; pontons van de genie zijn bezig zijn veestapel naar de wal te vervoeren. “Varkens geven problemen”, weet Hoeve. “Dikke lijven en dunne pootjes, die glibberen en buitelen alle kanten op en komen met gebroken poten aan wal. Die kan je maar beter laten staan. Koeien zijn ook niet makkelijk. Die springen steeds van de pontons terug in het water.”

Even verderop drijft een caravan vredig stroomafwaarts richting Venlo. Daar staat de binnenstad al blank, terwijl naast het spooremplacement een loods in brand staat. Alsof de brandweer niet genoeg te doen heeft. Men besluit naar Roermond terug te keren. Resultaat van deze missie: een teruggevonden viertonner, die volgens piloot R. Stoffels de nacht tevoren gestolen is. Hij staat aan de rand van de ondergelopen wijk Ool bij Roermond, tot het dak weggezakt in de drab.

Stoffels is niet helemaal tevreden. Hij wil dat zijn helikopter ook 's nachts wordt ingezet om geëvacueerde dorpen te beveiligen tegen plunderaars. Met nachtkijkers en schijnwerpers; hij ziet het helemaal voor zich. Je kan die dorpjes van alle kanten met bootjes benaderen, de politie houdt dat nooit allemaal in de gaten. “Maar goed, dat mogen we dus niet”, treurt Stoffels.

De zeshonderd militairen die Defensie beschikbaar heeft in Limburg, doen hun werk in het kader van de 'steunverlening in het openbaar belang'. Pas als de noodtoestand wordt uitgeroepen, krijgen militairen in het rampgebied ook een rol bij het handhaven van de orde. Nu mogen ze slechts de burgers bijstaan, en ze doen dat met plezier. “Het is net als in Joegoslavië, we kunnen laten zien dat dit spul geen verspild geld is”, zegt truckchauffeur R. Verhoeven.

Zeshonderd man van de koninklijke landmacht bemannen bootjes, jeeps en trucks, vullen zandzakken, bedienen aggregaten en radio's. Twee F16 van vliegbasis Volkel scheren een paar keer per dag op tachtig meter over de Maas om foto's te nemen. Driehonderd man zijn stand-by voor nieuwe calamiteiten. Nog eens zeshonderd man zijn op afroep binnen zes uur paraat.

Sergeant-majoor L. van der Schors, verbindings-officier in de crisisbunker in Venlo, is uiterst tevreden over de operatie tot dusver. Strijdmacht, politie, brandweer en de reddingsbrigade IJmuiden, die in Venlo met groot materieel is uitgerukt, weten nu wat ze aan elkaar hebben. Zojuist hebben ze 250 man geëvacueerd uit het dorp Arcen, waar een dijk doorbrak. Het gedrag van de burgers blijft lastig, vindt Van der Schors. Eeerst een oproep tot evacuatie negeren, maar als de dijk doorbreekt willen ze opeens met zijn duizenden tegelijk weg. Het zou handig zijn als er bij elke burgemeester een militair gedetacheerd werd om duidelijk te maken wat wel en niet kan. Maar dat zit er niet in.

Toch zijn het mooie dagen voor het leger, denkt Van der Schors. Er zijn wat logistieke problemen nu de manschappen veel langer in de streek moeten blijven dan aanvankelijk werd gedacht. Vuile onderbroeken en een gebrek aan sokken, dat soort dingen. Maar het moraal is hoog. Van der Schors: “Je wordt niet elke dag als redder binnengehaald.”