De erotiek van gebouwen en gebruiksvoorwerpen

Borek Sipek en de moeder der kunsten. Ned.3, 22.46-23.31u.

Dit najaar kreeg de Tsjechische ontwerper en architect Borek Sipek, die sinds tien jaar in Amsterdam woont, de prijs van het Prins Bernhard Fonds voor architectuur. Daarbij hoort dat over de laureaten een film wordt gemaakt, in dit geval door Jan Kelder met als titel Borek Sipek en de moeder der kunsten. Op de valreep kon daarin Sipeks nieuwste en tot nog toe grootste opdracht worden vermeld: de op veertien miljoen gulden begrote uitbreiding van Museum Het Kruithuis in Den Bosch.

Sipek is als filosoof en architect opgeleid, eerst in Praag dat hij in 1968 verliet en vervolgens in Duitsland. In Nederland is hij zich bij ontstentenis van bouwopdrachten op de toegepaste kunst gaan toeleggen, met name meubels en barokke, kleurige objecten van glas die in een fabriek in Tsjechië worden geblazen. We zien hem daar bezig, jongens onder elkaar: “Ze nemen me hier echt niet ernstig”, verzekert Sipek lachend. “Als ik tussen de wereld van de fabriek en de galerie zou moeten kiezen, ben ik liever in de fabriek.”

Zijn omvangrijke oeuvre - geïnspireerd op romantiek, erotiek en veel kinderlijke herinneringen - heeft hem binnen een aantal jaar wereldfaam bezorgd. De zogenaamde Bambi-stoel die hij ontwierp voor zijn vrouw, een danseres, is een collector's item dat naar verluidt voor zestigduizend gulden bij Sotheby's is geveild, en voor het glas zijn liefhebbers eveneens bereid astronomische bedragen neer te tellen. Sipek spreekt dan van “de macht van het object”: hij maakt iets wat zo mooi is, dat de toeschouwer het niet niet kan kopen.

Inmiddels groeit Sipeks architectonische produktie in Nederland, al bestaat die vooralsnog voornamelijk uit verbouwingen en inrichtingen, onder andere de bovenverdieping van het WTC in Rotterdam en in Amsterdam een schoenenwinkel, een coffeeshop, een restaurant en zijn eigen woonhuis. Onlangs is zijn winkel en woonhuis voor de fotograaf Leon Gulikers in het Limburgse Gulpen gereedgekomen. Bovendien heeft president Havel Sipek aangezocht als architect van de restauratie en herinrichting van de Praagse Burcht - hieraan worden ook de honderdduizend gulden prijzengeld van het Prins Bernhard Fonds besteed. We zien Sipek bij Havel op de kamer, die al met diens boekenkasten, schrijftafel en bureau is ingericht.

IJver kan samensteller Kelder en producente Mirjam van Rijn niet ontzegd worden: alle bovengenoemde locaties komen in beeld. Deze film is dan ook een tamelijk compleet en veelzijdig portret van een architect/ontwerper die onder alle accolades schijnbaar nuchter en bescheiden blijft. Maar daarmee weet samensteller Jan Kelder zich geen raad. Misschien uit vrees voor een kritiekloze bewonderaar te worden versleten slaat hij door naar de houding van de populaire, botte vlerk. Over het werken aan de Burcht: “Verdient het lekker? Wie betaalt je reizen naar Praag?” Over Plecniks Heilige Hart-kerk in Praag, waar Sipek als kind speelde: “Het motief van die kleine openingen, heb je dat daarvan gepikt?” In het Amsterdamse atelier: “Je lijkt mij iemand die zonder succes in de goot terecht zou komen.” Het heeft er alle schijn van dat Kelder zijn laconieke houding tegenover roem en geld eenvoudigweg niet kan verkroppen. Maar Sipek blijft beleefd en weet zijn succes aangenaam te relativeren: “Het enige dat ik graag wil is dat ik goed kan koken.”