De dingen zijn toch nooit zoals ze zijn

Voorstelling: In de schaduw van de zon, door Adelheid Roosen en George Groot. Regie: Marcelle Meuleman. Gezien: 23/12 in theater Frascati, Amsterdam. Aldaar t/m 8/1, daarna elders.

Het is glad ijs waarop Adelheid Roosen en George Groot zich in hun tweede duo-voorstelling begeven. Het succesvolle Tergend langzaam wakker worden, drie jaar geleden, vormde voornamelijk een spannende uitwisseling van redeneringen over de manier waarop een man en een vrouw zich tot elkaar verhouden. Ditmaal is het echter aanzienlijk minder grijpbaar wat er uit hun improvisaties is ontstaan. Pas langzaam ontvouwt zich een gedachte over leiderschap en over de kooi waarin de meeste mensen zich door die leiders laten duwen, maar daar zijn aanvankelijk veel omtrekkende bewegingen voor nodig. En die zijn, vind ik, lang niet allemaal even helder.

In de schaduw van de zon begint met een ontmoeting. “Wat leuk dat we mekaar nou weer zien!” roept de man en hij oogt vriendelijk genoeg om te denken dat hij het oprecht meent. Maar de vrouw laat zich zo makkelijk niet overtuigen. Ze heeft er moeite mee, zegt ze later, de dingen gewoon te nemen zoals ze zijn. “Dingen zijn nooit gewoon zoals ze zijn,” vindt ze. “Er zit altijd wat onder.” Ze is bang hem te aanvaarden als een aardige aartsengel Gabriël, want je weet maar nooit of er niet tegelijk óók een Mefisto met hem onder de deur meekomt. Ze verschanst zich en is extra op haar hoede. Voordat hij haar dwingeland zou kunnen worden, tracht ze zijn dwingeland te zijn. Zo ontstaan leiders - althans, zo heb ik hun rollenspel begrepen. En een oplossing is er niet: het lieve kusje aan het eind betekent geen begin, maar een afscheid.

In de vrouw, die aan de publieke persoonlijkheid van Adelheid Roosen doet denken, is veel samengebald van wat in deze wereld chaotisch en onoplosbaar lijkt te zijn. Ze speelt de rol met inzet van al haar expressieve talent, met stemverheffing, maar ook met verstilde wanhoop, met wapperende handen, fladderende armen, dubbelknakkende knieën en verkrampte voeten die méér uitdrukken dan heel wat andere actrices met hun hele lichaam nog niet kunnen. “Ik breng iedereen in de war,” beaamt haar personage. George Groot, wiens spel doorgaans wordt gekenmerkt door een transparante lichtheid, is in deze confrontatie echter te vaak gedwongen tot machteloze loopjes en een verongelijkte kraaitoon die allengs in herhalingen vervalt.

Het leek mij gisteravond dat hun voorstelling nog teveel sporen vertoont van de improvisaties onder leiding van Marcelle Meuleman. In plaats van mee te kunnen zoeken naar een eigen standpunt, zoals de vorige keer, had ik nu vooral de indruk naar een repetitieproces te kijken, waarin de thematiek nog niet scherp genoeg onder woorden was gebracht en de structuur nog niet gevonden.