Benetton voorbij

Experimentele chaos behoort tot de triomf van de mens. De dingen zijn er om verhaspeld te worden, dan pas ontstaat schoonheid. Maar een wereld die kapseist op een kledinglijntje was nog nooit in de rampenscenario's van Lord Owen voorgekomen. Cruijff Sportswear, inzet van een ondergangsritueel, daar heeft zelfs Benetton niet van terug.

Op slag werd J. Staatsen een onderworpen held. Nog steeds bleek en schuchter keek hij in de camera. De tabloid-blik kwam er ook nu niet helemaal uit maar hij stamelde wel met aplomb. De rechter mondhoek rekte zich zowaar op tot een grijns van sociale doorbraak. De gespeelde schaamte had deze keer een prettige, heroïeke tint. De waarheid bestaat alleen als ze wordt gesignaleerd, hield hij zich dapper voor. Ik zag hem zoeken naar een kroontjespen om zijn eigen heldendaad te signeren.

Hendrik Johannes: de legende werd gedribbeld door de centenpik. De verzwitserde coach heeft net iets te lang gedacht dat in Zeist nog steeds de radeloze huiskamer-kitsch heerste waar Van Rooijen en Vilé zo'n patent op hadden. En dat hij zich dus als notoir lid van de leidende standen achteloos boven alle verdenking kon verheffen. Tot in een hemel van hem alleen. Met Staatsen als de belleman voor de af en toe naderende wolk van God. Het was Cruijff, die alles ziet, weet en hoort, even ontgaan dat de nieuwe voorzitter van het sectiebestuur betaald voetbal ex-burgemeester is en en dus een taai gevoel voor hiërarchie heeft.

Ik moet nu aan Josip Weber denken. De spits van Cercle Brugge is al enkele jaren topscorer in de Belgische competitie. Een stepdanser als de maëstro van Betondorp is hij niet: Weber voetbalt voor een paar ton. Ieder jaar, tijdens de winterstop, valt de geurscheiding neer tussen de Bosnische spits en zijn club. Weber is dan even voetballer af. Dan is het niet meer de scoringsdrift die explodeert maar de bloedstroom van informatie die hij een jaar lang heeft opgehouden. Ik zie hem dezer dagen als een donkere pelgrim langs de oude, afgebladderde gevels van Brugge struinen. Zijn vadsige medeburgers smekend om wat warme kleren en misschien een reep chocola voor de kinderen van Sarajevo. 'Kinderen zonder kinderjaren.' Huis aan huis belt hij aan, gesticulerend, knikkend, dankend. Een spits met een rug vol rouw.

Hoe kan een multi-miljonair als Cruijff in een leven zonder oorlog, zonder kou zich laten kennen voor een paar ton? De vraag doet stilstaan. Maar dit materialisme is te lomp voor een zinnig antwoord. Gefortuneerd als hij is kon Amerika voor Cruijff niets anders zijn dan een slalom tussen eer en jubel. Toch werd het een geldkwestie. En als het dat niet was heeft de super-strateeg van de verwarring voor een keer zijn eigen mythe neergemaaid. Cruijff heeft het virtuoze straatjoch dat hij eens was eigenhandig vermoord. De geschiedenis neemt hem voortaan mee als een hijgende bankkluis. Een opsteker voor de voetbalbonzen van Saoedi-Arabië, dat wel. Zij weten nu waar ze over vier jaar moeten aankloppen als ze er in Frankrijk weer bij zijn.

De wiedergutmachung komt van Dick Advocaat. In contrast met Cruijff is hij meer dan ooit een Dickens-figuur die, naast tactisch en technisch meesterschap, ook nog het sociale geheugen van het voetbal bewaakt. Mij zou het niet verbazen als deze anti-krist van Las Vegas straks in Orlando een ongekende populariteit over zich heen krijgt. Advocaat draait al jaren mee maar hij blijft de indruk wekken dat het leven nog maar net is begonnen. Daar klappen Amerikanen graag voor in de handen.

Dickie is het prototype van een maakbare samenleving. Het leven in zelfbeheer. Hij heeft geen academische huurling als prof. mr Van Mens nodig om lucratieve arbeidscontracten te bedenken. Advocaat is ook geen dirigent van het struikgewas, eerder de exponent van volkse en slimme eerlijkheid. Hij hoeft niets te zeggen, alleen maar te ademen voor een artistieke gelijkschakeling met de laaggeschoolde Oranje-legioenen. En voor wie anders is het voetbal uitgevonden? Hollandser dan Advocaat, met zijn fluïdum van winterspruitjes, kan een bondscoach niet zijn. Maar vergis u niet, achter dat menselijk gelaat van vlag en vaderland en andere dorpspatriottische driften gaat veel voetbalkennis, lef en bravoure schuil.

Wereldkampioen worden aan de hand van Dick Advocaat: zuiverder kan geluk niet zijn in een wereld van razende hormonen, macho-maniertjes en commercieel uitgebuite afgoderij.