Banenruil vergroot arbeidsvreugde en verkort file

Er is een eenvoudige nieuwe maatregel van de overheid denkbaar met gunstige effecten op de arbeidsproduktiviteit, de volksgezondheid, het milieu en de verkeersveiligheid. Werknemers zouden onder bepaalde voorwaarden via arbeidsbureaus en dergelijke met iemand van baan moeten kunnen ruilen.

Stel je bent 55 jaar en je doet al 20 jaren achtereen hetzelfde werk bij dezelfde baas. Je hebt vaak gesolliciteerd naar ander werk, maar de concurrentie op de arbeidsmarkt is moordend en je leeftijd een groot nadeel. Pas over tien jaar mag je met pensioen. Er zijn twee mogelijkheden: of je gaat nog tien jaar met frisse tegenzin naar je werk of je wordt een zieke WAO'er. Banenruil met iemand die in hetzelfde schuitje zit zou een oplossing kunnen zijn. De welkome verandering zorgt aan het eind van je carriere onverwacht voor ongekende energie en arbeidsvreugde. In Nederland werken ruim een half miljoen mensen langer dan 20 jaar bij dezelfde werkgever.

Nog een voorbeeld. Stel meneer A staat 's morgens op en voelt zich een beetje ziek. Hij twijfelt of het verstandig is te gaan werken. Zijn reistijd bedraagt anderhalf uur, waar hij trouwens vaak al een beetje tegen opziet. Meneer B heeft hetzelfde gevoel. Hij woont op tien minuten afstand van zijn werk en besluit daarom 'het te proberen'. Als het niet gaat, ligt hij immers heel snel weer onder de wol. De reistijden van A en B zijn voor hun werkgevers van groot economisch belang. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die verder van hun werk wonen, significant vaker ziek zijn. Niet zo vreemd als wordt bedacht dat forenzen zoals A per week 13 uur minder vrije tijd hebben dan mensen als B, die meer praktische mogelijkheden hebben om zich te ontspannen en daardoor minder stress ervaren. Meneer A heeft tevergeefse pogingen gedaan dichter bij zijn woonplaats werk te vinden. Eigenlijk zou A moeten kunnen ruilen met iemand die ongeveer hetzelfde werk doet in A's woonplaats en woont waar A werkt.

Natuurlijk zouden twee forenzen die in elkaars woonplaats werken niet van baan, maar van woning kunnen ruilen. Dat is echter minder eenvoudig dan het lijkt. Op het terrein van de volkshuisvesting is juist de doorstroming moeilijk te bevorderen. Mensen met een relatief hoog inkomen die goedkope huurwoningen bezetten, blijken niet geneigd te verhuizen. Bovendien spelen bij het kiezen van de woonplaats ook de motieven van andere gezinsleden een rol. Misschien werkt de partner wel dichter bij huis, en hebben de kinderen het erg naar hun zin op school.

Banenruil kan dus positieve effecten hebben op de arbeidsproduktiviteit en volksgezondheid. Er zijn echter meer voordelen. Banenruil kan het overmatige autogebruik helpen terugdringen, wat een gunstig effect heeft op het milieu. De essentie van het idee van banenruil is dat indien twee werknemers met hetzelfde beroep van baan willen ruilen, zij onder bepaalde voorwaarden het recht krijgen op een orienterend gesprek met de betrokken werkgevers. Hiermee is een sollicitatieprocedure gestart, waarbij gangbare normen worden gehanteerd. Dat betekent bijvoorbeeld dat aanstaande collega's bij het gesprek aanwezig zijn, en dat de kandidaat wordt beoordeeld als ware het een normale sollicitant. Als beide procedures bevredigend verlopen, kan er van baan worden geruild, en anders niet. Het lijkt dat de kans op een geslaagde banenruil groter wordt naarmate de voor de functie relevante kenmerken van de werknemers in mindere mate van elkaar verschillen. Gedacht kan hierbij worden aan leidinggevende capaciteiten, opleiding, werkervaring of leeftijd. Maar ontoelaatbare discrepanties tussen functie-eisen en bekwaamheden komen, als het goed is, aan het licht tijdens het sollicitatiegesprek. Indien een kandidaat niet voldoet aan de criteria in de ogen van de beoordelaars gaat de ruil niet door.

Men kan zich voorstellen dat het ene beroep meer geschikt is voor banenruil dan het andere. Elk werk waarbij handelingen of gedachten min of meer zijn gestandaardiseerd komt in aanmerking. Niet alleen het anekdotische lopende-bandwerk, maar ook werk in de automatiseringsbranche, gezondheidszorg, juridische sferen en in de bouwnijverheid. En wat te denken van de bank- en verzekeringswereld, technisch-industriele beroepen, onderwijs- en onderzoeksbranches, administratief en secretarieel werk en banen in de horeca? Banenruil is mogelijk voor dienstverleners als politiemannen, veiligheidspersoneel, kappers, brandweermannen en vuilnisophalers, voor beleidsmedewerkers bij gemeenten en voor schei- en natuurkundig analisten. Met een beetje inspanning zijn vele sectoren voorstelbaar en daarbinnen vele beroepen en functies.

Maar, ook werknemers met verschillende werkniveaus zouden, zo nodig na een interne verschuiving, van werkgever kunnen ruilen. Deze variant kan tegemoetkomen aan het bezwaar dat banenruil de promotiekansen van andere werknemers frustreert. Men kan immers al lang zitten azen op de functie van een collega, vast van plan zijn 'intern' te solliciteren zodra hij zou vertrekken, en vervolgens vernemen dat door banenruil van de betrokkene de functie voorlopig niet vrijkomt. Maar geen nood, ook 'verticale' banenruil, ruil tussen werknemers van twee bedrijven die ongelijke capaciteiten hebben, kan heel goed worden gerealiseerd. De ambitieuze collega krijgt z'n promotie en de vertrekkende werknemer gaat naar het bedrijf dat iemand op een lager niveau ziet vertrekken om de plaats van de ambitieuze zojuist bevorderde werknemer in te nemen. Zelfs een nog ingewikkelder driehoeksruil behoort tot de mogelijkheden. Men verzamelt zoveel mogelijk kenmerken en wensen van werknemers en -gevers en met een eenvoudig computerprogramma kan de optimale verdeling van banen over werknemers worden vastgesteld. Met de invoering van banenruil op allerlei niveaus zou de starre arbeidsmarkt veel flexibeler kunnen worden en belangrijker nog, is de welvaart in het algemeen gediend.