AUSCHWITZ

In Auschwitz zijn naar schatting 1,5 miljoen joden en 1 miljoen niet-joden, afkomstig uit heel Europa, vermoord.

De onmenselijkheid van het nazi-regime wordt daar in alle rauwheid getoond. Het kamp is gelaten zoals het werd aangetroffen tijdens de bevrijding, inclusief crematorium IV waar de opstand van het Sonderkommando was uitgebroken, en het wordt met grote zorg in stand gehouden. Had Paula Gruber (NRC Handelsblad, 18 december) misschien gewild dat de gaskamers en crematoria gerestaureerd werden? Gelukkig is niemand in Polen op zo'n idee gekomen.

Gruber stelt ten onrechte dat 'de Polen de mythe creeerden dat zij de echte slachtoffers waren'; daarmee impliceert zij dat de exclusiviteit van de martelgang alleen aan de joden toebehoort. Wat wil zij daarmee bereiken? Is de onderscheiding tussen de joden en niet-joden in het licht van de onvoorstelbare onmenselijkheid tegen alle slachtoffers die Auschwitz vertoont werkelijk relevant? En bovendien: kan er een onderscheid gemaakt worden tussen de geschoren haren, koffers, brillen en schoenen van joden en niet-joden?

In plaats van pompeuze verdachtmakingen te spuien over 'dit ontoelaatbare gedrag van opzettelijke verwaarlozing van de joodse overblijfselen' en 'minachting voor het joodse aandeel in het lijden in Auschwitz' moest Gruber zich eerst op de hoogte stellen van de betekenis en de wijze van instandhouding van dit monument voor alle slachtoffers van Auschwitz. Het Joods Historisch Instituut in Polen, dat zich al vanaf 1944 met de holocaust bezighoudt, kan haar de nodige inlichtingen verschaffen.