Asielzoekers gevraagd

Binnen de Europese Unie (EU) kunnen niet alleen goederen en diensten maar ook produktiefactoren vrij bewegen. Bloemkolen uit Duitsland hebben vrij entree in Frankrijk. En een tandarts uit Blaricum moet zijn praktijk kunnen uitoefenen in Rome. In de praktijk zal er nog wel eens een tandhelerskartelletje wat drempels opwerpen, maar dit terzijde. Intussen zijn we zelfs al verder: ook niet-werkende EU-onderdanen mogen vrij binnen de EU bewegen en verblijven. Als ze maar voldoende tegen ziektekosten zijn verzekerd en over genoeg middelen van bestaan beschikken. De immigratie van personen van buiten de Europese Unie is niet op EU-niveau geregeld. Allerlei pogingen in die richting zijn stukgelopen. Ieder land kan zijn eigen regels stellen. Maar een aantal landen (Benelux, Duitsland en Frankrijk) is met het Akkoord van Schengen tot een stel gemeenschappelijke regels gekomen.

In de periode 1960 en 1975 heeft de arbeidsmigratie een grote vlucht genomen. De produktie in West-Europa draaide op volle toeren. En we konden grote aantallen (vooral ongeschoolde) werknemers gebruiken. Uitgebreide wervingscampagnes in de landen rond de Middellandse Zee zorgden voor grote stromen arbeidsmigranten. Rond 1970 kwamen meer dan een miljoen migranten de EU binnen. Er gingen er overigens ongeveer evenveel weer terug; het waren gastarbeiders. We lieten ze vooral het smerige en zware werk doen met een laag sociaal aanzien.

In het midden van de jaren zeventig zakte de economie in en toen hadden we een probleem. De vraag naar arbeid liep dramatisch terug. In de herstelperiode daarna werden nieuwe technieken in de industrie toegepast, die juist om geschoolde arbeid vroegen. De vraag naar ongeschoolde arbeid herstelde niet. Vooral migranten waren het slachtoffer van de gedaalde werkgelegenheid. De regering probeerde het probleem op twee manieren aan te pakken. De retourmigratie werd bevorderd met financiële prikkels. In de volksmond 'oprotpremies'. Uit onderzoek is gebleken dat het effect sterk tegenviel. De tweede invalshoek: beperking van nieuwe immigratie van werkers van buiten de EU. Probleem: alle landen van West-Europa hebben het recht op gezinsvorming en gezinshereniging voor hun ingezetenen erkend. In plaats van netto retourmigratie zagen we per saldo netto immigratie.

Naast de arbeidsmigratie is er altijd al een migratiestroom van asielzoekers geweest. Mensen die om geloof, ras of politieke overtuiging hun land verlaten omdat zij daar vervolgd worden of geweld te vrezen hebben. Elk land van West-Europa heeft zich verplicht zulke asielzoekers op te nemen. Belangrijke vluchtelingenstromen kwamen op gang in 1956 (Hongarije), 1968 (Praag) en recent uit voormalig Joegoslavië. Tot het eind van de jaren tachtig was het probleem beperkt en daardoor hanteerbaar. De reikwijdte was beperkt tot een werelddeel, het ging om kleine aantallen. Nederland had een relatief groot aantal aanvragen maar liet in verhouding met Duitsland, Frankrijk en Engeland maar weinig mensen binnen.

Ook asielzoekers willen werken om de kost te verdienen. Ook zij bieden zich aan op de arbeidsmarkt. Zolang de economie bloeit en er voldoende banen te vergeven zijn, is er nauwelijks een probleem. Moeilijk wordt het pas als er al onvoldoende banen zijn om de autochtone bevolking plus de al aanwezige arbeidsmigranten aan werk te helpen. En dat is precies het beeld van de laatste jaren. Omdat het slecht gaat met de economie zijn er onvoldoende arbeidsplaatsen. Het laten terugverhuizen van de hier overtollige arbeidsmigranten lukt niet of nauwelijks. En juist in deze periode begint het aantal asielaanvragen sterk toe te nemen. Op tientallen plaatsen in de wereld woeden oorlogen en oorlogjes, die mensen dwingen hun heil elders te zoeken. Intussen hebben wij aan de grenzen onze handen vol om de echte asielzoeker te onderscheiden van de zogeheten economische vluchteling: de ongenode arbeidsmigrant. Voor hem is er op het ogenblik al helemaal geen plek.

De stroom asielzoekers leidt tot een discussie over hoe vol Nederland is. Een zinloze discussie omdat wij wettelijk en uit humane overwegingen verplicht zijn ze gastvrij op te vangen. En afgezien daarvan kunnen we ons afvragen of asielzoekers naast de kosten die ze veroorzaken ook een nuttige bijdrage aan onze produktie kunnen leveren. Misschien hebben we ze in de toekomst wel hard nodig om onze economie draaiende te houden. Je zou kunnen stellen dat ze nu op een conjunctureel ongunstig moment komen. Maar tot dusver is elke laagconjunctuur gevolgd door een hoogconjunctuur. En zou het niet ook op wat langere termijn en meer structureel bekeken, anders kunnen liggen? Onderzoek voor WVC laat zien dat de gemiddelde asielzoeker een behoorlijk opleidingsniveau heeft. In ons land moeten steeds minder actieven de kost verdienen voor steeds meer inactieven. We vergrijzen en ontgroenen. We piekeren over de vraag hoe we meer vrouwen en meer ouderen in de beroepsbevolking kunnen opnemen. Zouden we over een aantal jaren niet met zo weinig krachtige jongeren en zoveel oudjes zitten, dat we een instroom van relatief goed opgeleide mensen prima kunnen gebruiken? Het kan misschien geen kwaad een beetje over het conjunctuurdal heen te kijken.