Zuid-Korea, een vogel die volgt

SEOUL, 23 DEC. Soldaten van het Leger des Heils zingen strijdbaar hun blijde kerstboodschap. 'Believe in God' staat boven hun versierde collectebus. Het is avond in Myong Dong, het overvolle winkelcentrum in het hartje van Seoul. Iets verder staan groepjes studenten, met hun vuisten gebald, eentje zwaaiend met een rode vlag. 'Yankee go home', schreeuwen ze.

Aan de rand van het centrum houdt zich dreigend een grote politiemacht op, allemaal zittend op straat, alsof het niet diep onder nul vriest. Ze moet de demonstrerende studenten belemmeren op te rukken naar de Amerikaanse ambassade, waar twee dagen eerder nog een veldslag woedde. Studenten en boeren gezamenlijk in het krijt tegen het boze Amerika dat Zuid-Korea dwong zijn rijstmarkt te openen. Het enige land ter wereld waar zonder Amerikaanse bescherming de communisten uit het Noorden meteen zouden binnenvallen.

Dertig jaar geleden was Zuid-Korea straatarm, armer nog dan Noord-Korea. Nu rijdt iedereen er in een Hyundai of een Daewoo, piepklein of luxueus groot en alle auto's nieuw maar ongewassen, want Seoul is één grote, stoffige bouwput en Zuidkoreanen zijn liever een beetje slonzig dan netjes. Japanse auto's zie je er niet, maar dan ook geen enkele. Die worden met hoge invoertarieven geweerd, om de eigen industrie te beschermen. Zo is de Zuidkoreaanse economie groot en sterk geworden. Precies zo als de oude aartsvijand die 35 jaar lang Korea onbarmhartig koloniseerde, deed met zijn economie. Aan het koloniale bewind herinnert nog een groot, neoclassistische gebouw, nu het Nationale Museum, eens het Japanse gouvernement - uiteraard van graniet.

Tegenwoordig heeft Zuid-Korea Japan hard nodig. Om zijn economie af te schermen van Amerikaanse druk. Amerika is uit op zijn eigen belang en wil dat Azië zijn markten openstelt voor Amerikaanse produkten. Als Japan toegeeft, moet de rest van Azië wel volgen. En omdat de Zuidkoreaanse markt niet de gecompliceerdheid kent van die van Japan, is het land bang dat dan zijn markt zal bezwijken onder een vloed van Amerikaanse produkten. “Japan dient als tegenwicht voor de Amerikanen”, zegt dr. Jea Bong Ro, verbonden aan het Korea Instituut voor Internationale Economische Politiek, een denktank in Seoul. Om er meteen aan toe te voegen dat op hun beurt de Verenigde Staten dienen als tegenwicht voor Japanse aspiraties. “Met daarbij China als tweede troef”.

Ingeklemd tussen een supermacht, een supermacht in opkomst en een tot de tanden toe bewapend en vijandig broederland, is Zuid-Korea zich scherp bewust van zijn geografische kwetsbaarheid.

Dertien eeuwen lang was Korea onafhankelijk. Pas in de laatste honderd jaar werd het lastig gevallen door de grote mogendheden China, Rusland en Japan. “Dat verklaart misschien waarom Zuid-Korea tamelijk onvriendelijk heet te zijn voor buitenlandse investeerders”, zeggen ze op het ministerie voor economische planning in Seoul. Economische politiek is voor Zuid-Korea dan ook vooral geopolitieke stratego.

Echte buitenlandse politiek is non-existent. “Zuid-Korea is maar lid van een regionale organisatie”, beklemtoont Jae Bong Ro in zijn denktank. Dat is het nog prille APEC. De vrede hangt af van Amerika. De economie vooral van Japan. Japan is er veruit de grootste investeerder. Toch zijn de buitenlandse investeringen in totaal maar betrekkelijk gering van omvang. Om zich te beschermen tegen directe buitenlandse invloeden, kocht Zuid-Korea in de jaren '65 tot '80 zelf buitenlandse technologie met hulp van IMF en Wereldbank. Dat maakte zijn afhankelijkheid anders. Niet meteen de werkplaats van Japan. Jae Bong Ro: “De Asean-landen leunden op Japans kapitaal, Zuid-Korea niet”.

Maar Zuid-Korea wordt bedreigd door de lage lonen in Thailand, Indonesië en China. “Onze lonen zijn wel vijf keer zo hoog als in China en groeien wel twee keer zo hard als in Hongkong en Taiwan”, klaagt een hoge ambtenaar op het ministerie van handel en industrie. Door de snelle technologische ontwikkeling in de wereld moet het land zich nu specialiseren, wil het overleven. Zelf heeft Zuid-Korea het geld niet. Zelf uitvinden kost te veel tijd. Dat betekent dat buitenlandse investeerders opeens hard nodig zijn - de zogeheten internationalisatie, die president Kim Young Sam, de eerste burgerpresident in dertig jaar, heeft afgekondigd. Daarbij kijkt het ministerie voor het eerst anders naar Japan.

Japan heeft Zuid-Korea ook nodig, zegt Byong Ho Lee, topambtenaar op het ministerie. Japan kan onmogelijk nog langer zijn warenhuis-economie volhouden door van alle markten thuis te zijn. Japan moet zelf specialiseren. Het gebeurt al. Japan bestelt nu in Zuid-Korea zijn schepen. De Zuidkoreaanse lonen zijn maar een derde van die in Japan. Bovendien heeft Japan last van de dure yen. Daarbij staat Zuid-Korea psychologisch dichter bij Japan dan China. Dat reusachtige land bergt te veel risico's in zich voor Japan. Op lange termijn is China voor Japan een concurrent. Byong Ho Lee: “Samen met Japan kunnen we winnen op de wereldmarkten”.

Samen winnen? Voorziet Zuid-Korea dan niet dat het zal worden ondergesneeuwd door het machtige Japan? In Seoul kennen ze het beeld van de vogeltrek, waarbij Japan zichzelf ziet als de leider, met de rest van Azië in diens gevolg. Maar de vogels wisselen elkaar af, nietwaar?

Maar als Amerika in Azië wordt buitengesloten, zoals de premier van Maleisië wil, zal Japan dan niet ook formeel de leider willen worden? Inderdaad denkt Japan nog steeds aan allianties in Azië met Tokio als centrum, zeggen sommigen. Destijds vielen Japanse troepen het vasteland van Azië binnen, omdat Azië de Japanse ideologie van gemeenschappelijke welvaart onder Japanse leiding niet accepteerde. De economische invasie heeft Japan al het centrum van Azië en Azië afhankelijk van Japan gemaakt. Maar in Japan is men niet unaniem, een deel denkt maar zo.

Trouwens, zo redeneren de geopolitieke stratego-spelers in Seoul, Azië is afhankelijk van de markten in Amerika. Als het Westen wordt buitengesloten, wordt de druk op Japan almaar groter om zijn markten te openen. Japan heeft daartoe niet de koopkracht. Azië zonder het Westen is dus helemaal niet gunstig voor Japan. Bovendien heeft Japan de VS nodig voor zijn veiligheid. In een land als Maleisië is de invloed van Amerika niet zo relevant. In Zuid-Korea wel, dat heeft tenslotte te maken met Noord-Korea.

Om buitenlandse investeerders, Japanse voorop, naar Zuid-Korea te halen, zal het land binnenslands eerst orde op zaken moeten stellen. De onvriendelijkheid onder de machtige bureaucratie jegens het buitenland is hardnekkig. Daarbij is de corruptie groot, veel groter dan in Japan, zeggen ze in Seoul openhartig. De strijd tegen de Zuidkoreaanse corruptie is een van de hoofddoelen van president Kim Young Sam. Maar ook onder zijn, nog kortstondige bewind, duiken telkens weer nieuwe schandalen op.

Andere problemen zijn de hoge kosten van levensonderhoud, de door speculatie excessief gestegen grondprijzen, de tekortschietende infrastructuur. Met minder dan 1.500 kilometer aan wegen en vier miljoen auto's is het land één reusachtige parkeerterrein, scheef onlangs een maandblad. Dag in dag uit zitten de wegen in de miljoenenstad Seoul verstopt en de ondergrondse treinen overvol.

De pijlsnel gegroeide welvaart (in minder dan 30 jaar groeide het BNP van 87 dollar naar 6.500 dollar per hoofd van de bevolking) doet de goedopgeleide bevolking haar neus ophalen voor vuil en vies werk, wat in de afgelopen jaren tienduizenden illegale gastarbeiders uit heel Azië naar Zuid-Korea deed komen. Misdadig gespuis dat hen volgde heeft de overheid haar lankmoedigheid doen varen in een overigens door en door veilig land. Binnenkort worden 25.000 illegalen het land uitgezet.

Hoge ambtenaren op de ministeries laten niet na de Westerse bezoeker te wijzen op de problemen van het land. Tot ze er zelf van schrikken en prompt de voordelen opsommen. Bovenaan de geografische ligging van het land. Waarna ze hun geliefde geopolitieke stratego-spel hervatten: “Wat heeft Zuid-Korea te winnen bij wie, en omgekeerd.”