Wouden van de wereld

Nederlanders zijn niet verwend met hun natuurlijke bostypen. Van nature komen in ons land geen naaldbomen voor - de dennen- en sparren zijn hier allemaal aangeplant. Alleen de grove den (Pinus sylvestris) heeft hier na de laatste ijstijd enige tijd gegroeid, maar deze pionier werd verdrongen door bladverliezende loofbossen.

Er zijn op de wereld een stuk of twintig verschillende soorten bos - het precieze aantal hangt af van de indeling. Ofschoon er in de wetenschap geen volledige overeenstemming over de details bestaat, ligt de hoofdindeling wel vast. We volgen hier de indeling van Alan Watson van Trees for Life.

Tropisch regenwoud is een verzamelnaam voor een groot aantal bostypen, die gemeen hebben dat ze in de tropen liggen. Er zijn zo'n tien subtypen, afhankelijk van de regio (Zuidoost Azië, Equatoriaal Afrika en Zuid-Amerika), de mate van beregening, de grondsoort en de standplaats: laagland of gebergte.

Het tropische 'evergreen' laaglandregenwoud is het rijkste ecosysteem dat onze aarde kent. De regen is over het gehele jaar verspreid. Er zijn geen of weinig bladverliezende soorten. Tussen de hoge bomen die een gesloten bladerdak vormen, staan reuzebomen (emergenten) die nog eens uitsteken boven het dak. Veel bomen hebben 'steunlijsten' onderaan hun stam. Dit bostype komt vooral voor in Zuidoost Azië en in Zuid-Amerika.

Het algemeenst is het tropische 'semi-evergreen' laaglandregenwoud. Sommige boomsoorten verliezen hun bladeren in de droge tijd, zij het niet allemaal op hetzelfde tijdstip. Het bos blijft nog wel een groene indruk maken. De soortendiversiteit is iets geringer dan in het 'evergreen' subtype. Het komt vooral voor in Zuid-Amerika en Afrika.

Het premontane regenbos. Dit bostype begint op zo'n meter of duizend hoogte. De bomen zijn nog wel hoog, maar missen de typische steunlijsten van het laaglandbos.

Het bergregenwoud. 1Tropische bergbossen die op zo'n 2000 of 3000 meter hoogte beginnen. De bomen zijn klein en dikwijls knoestig. Ze zijn bedekt met epifyten en mossen. Het meeste vocht komt uit wolken en niet uit regen. Vandaar de bekendere naam 'tropisch nevelwoud'.

Boven de wolken bevindt zich het subalpiene tropenbos, bestaande uit dwergboompjes en struiken met kleine blaadjes die bestand zijn tegen droogte en extreme temperatuurwisselingen.

Mangrovebossen. Een verzameling van bostypen van bomen en struiken die zijn aangepast aan zout water en getijden. Ze komen vrijwel overal voor, behalve aan de Noord-Atlantische kusten. Steltwortels geven de bomen stevigheid. 'Kniewortels' rijzen op uit de modder om de wortels voldoende zuurstof te geven.

Tropische oeverbossen. De smalle strook bossen langs waterwegen in de savannen. De aanwezigheid van water maakt dat deze bossen enigszins op regenbossen lijken in een omgeving die een lang droog seizoen kent.

Tropische moerasbossen. Bossen die groeien in een overdaad aan water. Er zijn bossen die constant in water staan. Meestal zijn dit palmen. En er zijn veenmoerasbossen. Die komen vooral veel voor op Borneo en Sumatra en in Maleisië.

Overstromingsbossen. In tegenstelling tot moerasbossen staan deze bossen periodiek onder water. In het stroomgebied van de Amazone staan grote delen van het bos de helft van het jaar onder water: de várzea. Vissen zorgen vaak voor de verspreiding van de vruchten. De boomsoorten zijn volledig aangepast aan de overstromingen. Dit in tegenstelling tot de bomen van de terra firma laagland regenwouden, waar deze bossen in overgaan.

Moessonbossen. Bossen met een droge periode van enkele maanden. Dit type bos komt in een groot deel van Zuidoost Azië voor. Teak is een belangrijke boomsoort. Als de droge tijd langer dan zes maanden duurt, heet het bos het droge tropische bos of loofverliezend tropenbos. Dit type bos is in Centraal- en Zuid-Amerika grotendeels gekapt.

Savannen. Tropische graslanden met hier en daar een verspreide boom of een bosje. De boomsoorten zijn vuurresistent. In Afrika vooral Acacia-soorten.

Enkele typische tropische bossen zijn de kerangas op Borneo, de wallaba in Guyana en de catinga do Rio Negro in Brazilië. Ze worden gekenmerkt door zeer arme grond. De bomen zijn veel kleiner dan in het gewone tropische regenwoud.

Subtropisch regenwoud. Bijna zo soortenrijk als het tropisch regenwoud. Komt voor daar waar voldoende of continu regen valt, zoals aan de voet van de Himalaya, de oostkust van Zuid-Afrika, Zuid-Brazilië en de oostkust van Australië.

Lederbladbossen (sclerofyl bos). De zomers zijn heet en droog, de winters warm en nat. Vroger kwamen deze bossen voor rond de Middellandse Zee, Zuid-Californië, Zuid-Afrika en het zuidwesten van Australië. Het merendeel is gekapt.

Gematigd warme, groenblijvende bossen. Deze bossen komen voor aan de oostrand van de continenten: China, Korea, Zuid-Japan, Oost-Australië, Nieuw Zeeland en het zuidoosten van de Verenigde Staten.

Gematigde regenwouden. Bossen aan de westkust van continenten. Er valt het hele jaar overvloedig regen. Westkust van VS en Canada, Chili, Tasmanië en Nieuw Zeeland. De bomen, met woudreuzen van meer dan tachtig meter, zijn bedekt met mossen, varens en korstmossen. Veel bossen zijn gekapt. Men neemt aan dat Schotland en West-Ierland vroeger ook bedekt waren met regenwoud.

Gematigde loofverliezende bossen. De bossen die in Centraal-Europa, voor de komst van de landbouw, dominant waren. Komen nu voor als secundaire bossen aan de oostkust van Noord-Amerika. Nederland zou zonder ingrijpen van de mens geheel met loofbos zijn bedekt, op de zandgronden met eiken en beuken, in de rivierdalen en veenmoerassen met essen, elzen, wilgen en populieren.

Het afwerpen van het blad in de herfst wordt vooraf gegaan door geel- en roodkleuring. Dit spectaculaire verschijnsel komt alleen in de loofbossen van het noordelijk halfrond voor.

Gematigde naaldwouden. Op grotere hoogten in Centraal-Europa en westelijk Noord-Amerika verdringen naaldbomen de loofbomen.

Boreale naaldbossen. Op het Noordelijk halfrond vormen de boreale naaldwouden een aaneengesloten gordel van lariksen, dennen, sparren en zilversparren: Scandinavië, Noord-Rusland, Alaska en en het grootste deel van Canada. Naaldbossen komen niet op het Zuidelijk halfrond voor.