'Wij wilden weg, maar wie wil hier m'n huis kopen?'

ROERMOND, 23 DEC. In de legertruck die bewoners van Itteren overbrengt van de rubberboot naar de dijk van het Julianakanaal wordt 'Lang zal ze leven' gezongen voor Sabine, die vandaag zeventien jaar wordt. Haar ouders en zusjes staan er lachend bij, ondanks alle ellende die ze op hetzelfde moment doorstaan. “Schade?” zegt haar vader met een wegwerpgebaar, “reken maar uit: de koelkast, de diepvriezer met inhoud, de vloerbedekking, de servieskast, de boekenkast... We hebben alles drie keer met blokken hoger gezet, maar op een gegeven moment kom je het plafond tegen. Toen hebben we gezegd: kom, we gaan.”

Als de truck terugrijdt om de volgende groep evacués op te halen, rijdt een jongen van vijftien mee terug die zojuist zijn hond heeft weggebracht. “Ik blijf bij mijn moeder, die het huis absoluut niet in de steek wil laten. Ze is er geboren en getogen.”

Naar schatting duizend van de drieduizend inwoners van Itteren en Borgharen hebben de zwaar getroffen dorpen verlaten waar het water vaak meer dan een meter hoog in het huis staat. “Wij zouden wel willen verhuizen, maar wie wil hier nu mijn huis kopen?” zegt een passagiere, die aan haar tongval te horen hier niet is geboren: “Ik heb het al een keer willen verkopen, toen ik nog nooit water in huis had gehad en toen was het al bijna niets waard.”

De veel gehoorde theorie dat de Zuidlimburgers zich liever laten leiden door emoties en de Noordlimburgers liever door hun nuchtere verstand, lijkt dezer dagen volop voeding te krijgen. Terwijl in de Maastrichtse kerkdorpen Itteren en Borgharen bewoners pas in de allerhoogste nood hun huis in de steek laten en slechts een op de drie inwoners zich laat evacueren, lijkt vijftig kilometer stroomafwaarts de reddingsactie veel soepeler te verlopen, ook al ziet het water er daar minder dreigend uit. Het blijkt toch verschil te maken als de een voor de zoveelste keer met hoog water te maken krijgen, terwijl de ander het Maaswater voor het eerst van zijn leven in zijn huiskamer ziet opkomen. Bovendien was de overlast in de omgeving van Maastricht nauwelijks te voorzien, terwijl men zich in de buurt van Roermond veel beter kon voorbereiden.

Toen gisteravond in het Roermondse kerkdorp Herten de inderhaast aangelegde nooddijk het begaf, zocht het grootste deel van de inwoners met eigen vervoer een veilig heenkomen. De zandzakken stonden toen al tegen de deuren, in de huiskamers waren de tapijten opgerold en de meubels op een verhoging gezet. Een bejaarde bewoner van de Schoolstraat die gisteravond uit het raampje in zijn gebarricadeerde voordeur stond te kijken of het wel zo'n vaart liep, was vanmorgen vertrokken. Terwijl het water zienderogen steeg, bleef hij nog op de zandzakjes voor zijn deur vertrouwen. “We zien wel hoe hoog het komt, dan zien we wel”, had hij gisteravond gezegd. Maar het water kwam zo snel dat er een legertruck aan te pas moest komen om hem op het droge te brengen.

De hele nacht door hebben legertrucks gewerkt om de tweehonderd bewoners te evacueren die niet op eigen gelegenheid weg konden. In enkele gevallen kwam er een helikopter aan te pas om geïsoleerde bewoners te bevrijden uit de jachthaven Hatenboer en het modieuze wijkje 'Marina Oolderhuuske', waarvan huizen op betonnen caissons in de Maas drijven. De palen waaraan de huizen zijn verankerd, blijken net lang genoeg te zijn. Drijvende huizen lijken dezer dagen een ideale oplossing, maar helaas zijn de toegangswegen, die niet drijven, onbegaanbaar geworden.

Van de vijftienhonderd bewoners die in Herten, Ool en de Voorstad Sint Jacob door het water worden bedreigd zijn er aan het einde van de nacht naar schatting meer dan duizend weg. Het dringende verzoek van de gemeente aan de bewoners om te vertrekken is slechts ten dele opgevolgd. Het gevolg is dat de hulpverleners niet meer precies weten wie er nog in de ondergelopen huizen zit en wie er nog uit wil. “We hebben wel de indruk dat de wijken zo goed als leeg zijn”, zegt GSD-directeur mr. J. Broere. Slechts enkele tientallen hebben gebruik gemaakt van de vijfhonderd opvangplaatsen die in de politieschool in Baexem en twee bejaardentehuizen in Roermond zijn gereserveerd.