Water kan te snel weg door bedijken en kappen bomen

ROTTERDAM, 23 DEC. Heeft wateroverlast in het rivierenland te maken met het naderende broeikaseffect? Of wordt wateroverlast in Duitsland, België en Limburg niet veeleer veroorzaakt door versnelde afvoer van neerslag?

In Duitsland stroomt het water tegenwoordig sneller weg dan in vroeger eeuwen. Door verstedelijking wordt het regenwater onmiddellijk afgevoerd door regenpijpen en riolering, waar het vroeger langere tijd in de bodem werd opgeslagen - het retentievermogen is duidelijk verminderd.

Ook ingrepen in het landschap hebben versnelde afvoer tot gevolg: drainage van akkers, normalisatie van beken, het bedijken van uiterwaarden en het kappen van bossen. Omgekeerd leidt kanalisering van zijrivieren tot vergroting van het bergend vermogen, al moet men zich daarvan geen al te grote voorstelling maken. Bij zomerregens zwelt de Rijn nu sterker aan en komt dan tot waterstanden die vroeger zeldzaam waren.

In Duitsland is een begin gemaakt om het waterbergend vermogen weer te vergroten. Langs de Midden-Rijn zijn enkele projecten in uitvoering om het landschap meer water te laten bergen. Beken worden weer kronkelend gemaakt, bossen uitgebreid en drainage wordt ontmoedigd. Een vergelijkbaar project, Grensmaas, is in Limburg in voorbereiding.

In de Ardennen zou er nauwelijks sprake zijn van een verminderd retentievermogen. Volgens De Moiré van het Belgische KMI is er sprake van extreem hoge neerslag in korte tijd. Het retentievermogen is er niet zo groot: de bodem is dun en de hellingen zijn steil. De Maas is dan ook een snel reagerende regenrivier, net zoals de meeste Middeneuropese rivieren. Wie zijn huis te diep in het dal bouwt, loopt een risico.

Dit geldt gedeeltelijk ook voor de Rijn. Maar de Rijn is een gemengde rivier met smeltwater van gletsjers en regenwater uit de zijrivieren. De ondergrond is dieper en het retentievermogen groter. Bij de Rijn gaat alles geleidelijker. Neerslag wordt over een periode van weken weer afgegeven.

Niettemin is er volgens Van Engelen (KNMI) ook in Duitsland sprake van een extreme situatie. Hij wil onmiddellijk aannemen dat vermindering van retentievermogen een rol speelt. Maar zeker is dat het vanaf begin december onafgebroken heeft geregend, zodat de ondergrond verzadigd is en weinig water meer vasthoudt. Voorts heeft het er zondag, maandag en dinsdag 120 millimeter geregend.

“Of het een eeuwrecord is, weet ik niet”, zegt Van Engelen, “maar 120 millimeter in drie dagen is zeer uitzonderlijk.” Het heeft in heel Midden- en Zuid-Duitsland geregend, met voorafgaande regen leidt dit tot zeer hoge waterstanden, zegt hij.

Pag.3: Niets zeker over broeikas

Is deze uitzonderlijke regenval soms het gevolg van het broeikaseffect? Volgens Greenpeace en grote herverzekeraars moet langzamerhand worden geconcludeerd dat dit zo is. Maar de Intergouvernemental Panel on Climate Change (IPCC) vindt deze conclusie voorbarig.

De Münchener Rück te München en de Swiss Re te Zürich, de twee grote Europese herverzekeraars, geloven geleidelijk aan wel aan een veranderend klimaat. Zij overwegen de premies te verhogen. Prof.dr. Gerhard Berz, meteoroloog, is al twintig jaar verbonden aan de Münchener Rück. Volgens hem is de atmosfeer de laatste tien jaar duidelijk warmer geworden. De temperatuur van het zeewater is daardoor gestegen en de hoeveelheid waterdamp is toegenomen. Dit heeft geleid tot sterkere circulatieprocessen en diepere depressies. Berz is er vrij zeker van dat dit leidt tot meer schades, vooral stormschades overigens.

Greenpeace deelt deze mening. In het recente rapport 'Fossiele Brandstoffen in een Veranderd Klimaat' wijst Greenpeace erop dat er gestopt moet worden met het lozen van nog meer CO. De klimaatsverandering richt zich anders tegen onszelf.

In Nederland is het prof.dr. P. Vellinga van de vakgroep Milieukunde aan de VU die niet moe wordt te wijzen op de toename van het aantal schades als gevolg van een verruwing van het klimaat. Vellinga was tot voor kort directeur-generaal bij VROM en speciaal belast met het broeikaseffect. Ook was hij lid van het IPCC.

Het IPCC zelf is echter veel voorzichtiger. Uit de computermodellen van het klimaat zou een verhoogd broeikaseffect moeten leiden tot een gemiddelde verhoging van de temperatuur op aarde. Bij de tropen zou het niet veel warmer worden, maar meer naar de polen toe juist wel. Dit zou tot gevolg hebben dat het klimaat op de gematigde breedtes een ruwer karakter krijgt met meer uitschieters.

Maar gebeurt dit ook in werkelijkheid? Volgens het IPCC is dit nog niet het geval. Het publiek is snel geneigd een catastrofe in verbinding te brengen met het broeikaseffect, maar dit is voorbarig. Het IPCC is in zijn afwijzing echter niet echt stellig. Volgens Vellinga zou in het eerstkomend IPCC-rapport wel staan dat het broeikaseffect er is.