Wassenaar geeft vluchtelingen veel boeken en bollen

Boeken, meubels, oliebollen: over belangstelling hebben de vijfhonderd vluchtelingen in het opvangcentrum in Wassenaar niet te klagen. Buurtbewoners lopen in en uit en stellen hun huizen open voor vluchtelingen. Het drijvende asielzoekerscentrum 'Tais' bij Hellevoetsluis daarentegen biedt een andere aanblik. Spanningen, te kleine behuizing en een zelfmoord.

WASSENAAR, 23 DEC. “Jullie gaan me toch niet vertellen dat jullie de spullen niet nodig hebben”, verzucht een bezoekster van het asielzoekerscentrum in Wassenaar. Ze wijst naar buiten. Daar staat een bestelbus met meubels die overtollig zijn geworden na de verhuizing van haar moeder naar een bejaardentehuis. “Ik heb gisteren gebeld en toen waren de spullen welkom. Ik heb er speciaal een auto voor gehuurd. Als jullie er niet geweest waren had ik ze bij het grof vuil gezet.” Twee medewerkers van het centrum denken koortsachtig na. Dan valt de beslissing: naar de 'living room' ermee. Een medewerker lacht: “Het is ongelooflijk wat hier wordt aangeboden. We kunnen het gewoon niet kwijt.”

Over belangstelling hebben de vijfhonderd vluchtelingen, van wie het merendeel uit het voormalige Joegoslavië komt, in het Pre-Onderzoekscentrum (POC) in Wassenaar op de grens met de Haagse wijk Benoordenhout niet te klagen. “De telefoon staat roodgloeiend”, glundert een medewerker. “Het is gekkenwerk”, zegt een ander. Voortdurend komen er blijken van medeleven van buurtbewoners. Er zijn gastgezinnen waar asielzoekers enkele keren per week welkom zijn om een kopje koffie te komen drinken en televisie te kijken. Er worden oliebollen gebracht. Stapels leesboeken zijn binnengekomen. De kerken zijn behulpzaam. Sportverenigingen hebben hun accommodatie ter beschikking gesteld. Scholen organiseren bijeenkomsten voor de kinderen. De buurman van het centrum aan de Haagse Van Alkemadelaan, het hoofdkantoor van de ANWB, heeft kerstpakketten aangeboden. En maandag kreeg het centrum zelfs een autobusje cadeau, van een door twee buurtbewoners in het leven geroepen stichting.

Vergeten zijn de aanvankelijke scepsis en angst onder de inwoners van Wassenaar voor het idee dat er binnen hun gemeente vijfhonderd vreemdelingen zouden komen die het park Clingendael onveilig zouden maken. Daar komt bij dat het centrum een tijdelijk karakter heeft, op 1 april wordt deze 'wachtkamer' in de voormalige barakken van het ministerie van VROM weer opgeheven.

De meesten zitten er al sinds de opening van het centrum, een maand geleden. Maar de 'contactambtenaren' van Justitie die het 'eerste gehoor' houden laten op zich wachten. Ze hebben het te druk en even een blik nieuwe ambtenaren opentrekken gaat niet, meldt een woordvoerder van de Centrale Opvang Asielzoekers in Rijswijk. Aanvankelijk zou de wachttijd drie à vier weken bedragen. Het worden er waarschijnlijk zes à acht.

In het centrum zitten honderdvijftig vluchtelingen uit ex-Joegoslavië, honderd Irakezen, vijftig Iraniërs, dertig Roemenen, twintig Somaliërs en verder nog een aantal andere nationaliteiten. “We proberen hun verblijf zo aangenaam mogelijk te maken”, zegt A. Groenendaal, per 15 december directeur en de opvolger van interim-directeur C. Wiessner, door wie hij in sneltreinvaart wordt ingewerkt. Enkele Irakezen vertellen dat ze hier naartoe zijn gekomen wegens “de verschrikkelijke situatie” in hun eigen land. “Wij hebben de verhalen gehoord over het regime van Ceausescu in Roemenië. Bij ons is het nog veel erger”, zegt een van hen. Een ander: “Je mag in Irak alles doen als je daarna maar komt vertellen aan de politie wat je precies hebt gedaan.” Een man met verwilderde blik vertelt hoe in het leger iemand twee dagen naar huis wilde gaan om zijn zwangere vrouw te bezoeken. Toen dat werd geweigerd verdween hij twee uur om per telefoon te horen hoe het met zijn vrouw ging. Toen hij terugkwam werd hij vermoord. “U kunt zich niet voorstellen hoe verschrikkelijk het in ons land is”, zegt iemand.

De belangrijkste klacht van de asielzoekers, behalve die over de onzekerheid, betreft de taal. Ze krijgen geen Nederlandse les. Over Nederland kunnen ze niets te weten komen. Er zijn vijftien buitenlandse kranten beschikbaar, maar een krant waarin staat wat er in Nederland gebeurt is er niet. “Het leren van Nederlands heeft niet onze prioriteit”, zegt interim-directeur Wiessner. “Dit is een wachtkamer. Door het geven van Nederlandse les zouden we valse verwachtingen wekken.”