Unieke beeldhouwwerken gevonden in Amsterdam

AMSTERDAM, 23 DEC. Bij opgravingen in de Amsterdamse binnenstad is zeldzaam beeldhouwwerk tevoorschijn gekomen uit de zestiende eeuw. De archeologen vonden onder meer een cupido en een door klassieke oudheid geïnspireerde, zandstenen kop. De werkzaamheden brachten ook bijzondere plafondschilderingen, geveldecoraties en vloeren aan het licht.

De vondsten werden gedaan in een pand aan de Sint Annenstraat 12, het enige overgebleven renaissance woonhuis in de hoofdstad. Het maakt deel uit van drie aangrenzende historische panden die worden gedemonteerd in verband met een ingrijpende restauratie.

Volgens stadsarcheoloog J. Baart vormen het huis, de opgegraven voorwerpen en de bewaard gebleven delen van het interieur “een uniek document van de Amsterdamse renaissance”. Het beeldhouwwerk is uitgevoerd in de stijl van het internationale maniërisme, dat zijn oorsprong vond in Italië.

De Sint Annenstraat maakt deel uit van het oudste middeleeuwse stratenpatroon van Amsterdam. Van het huis op nummer 12 zijn vijf vloeren uit vijf verschillende bouwperioden opgegraven. De oudste bebouwing betreft een stenen huis met een plavuizen vloer uit ongeveer 1380. Het huis was opgetrokken uit helder rode stenen. In de eerste helft van de 15de eeuw kwam er een ander huis te staan van dezelfde afmetingen. Het was gebouwd in roze stenen en geplaveid met mooie, geglazuurde plavuizen in groen en bruin. In 1565, zo blijkt uit archiefstukken, werd het huis ingrijpend verbouwd en uitgebreid en geheel in renaissance stijl opgetrokken met roze stenen en in zandsteen uitgevoerde beeldhouwwerken en andere decoraties in de voorgevel.

Volgens de stadsarcheoloog moeten in Amsterdam tussen 1543 en 1565 ongeveer honderd van dit soort gevels gebouwd zijn. De stad maakte in die periode een bloeiperiode door en groeide van ongeveer 3000 tot 6000 huizen. Interessant is, aldus Baart, dat deze periode voorafging aan de beeldenstorm in 1566, de afsluiting van de Schelde door de Geuzen in 1572 en de val van Antwerpen in 1585, gebeurtenissen die gewoonlijk in verband worden gebracht met de grote economische expansie van Amsterdam.

De jongste vloer die werd opgegraven stamt uit 1650 en bestaat uit plavuizen in twee kleuren van Namense steen. De tegels waren gelegd in een geometrisch patroon, zoals dat bekend is van de schilderijen van Pieter de Hoogh. Het huis werd in 1564 gekocht door Frans Stoffelzn, een “zijdelakencoopman”.