Tropisch hardhout in bouw steeds verder verdrongen door naaldhout; Van rotte onderdorpel tot Eurokozijn

Het tropisch regenwoud is nog niet op, maar het wordt wel steeds moeilijker om aan tropisch hardhout te komen. Indonesië, dat na Brazilië over de grootste reserves tropisch bos beschikt, heeft een exportverbod ingesteld op ruwe stammen. De eigen triplexindustrie heeft daarvan volop geprofiteerd. De Filippijnen hebben vrijwel geen bos meer. Thailand evenmin, en is daardoor zelf de grootste importeur van gezaagd tropisch hout geworden. Alleen Maleisië exporteert nog volop. Afrika doet nauwelijks meer mee op de markt voor tropisch hout.

Het gevolg is dat de timmerfabrieken uitwijken naar naaldhout, maar dan technisch upgraded, zodat het evengoed duurzaam is. Dat is kort gezegd de belangrijkste trendbreuk die zich aan het voltrekken is.

'Wat je nu ziet,'' zegt ir. J.S. Tieland, directeur van Centrum Hout in Almere, 'is een soort herhaling van wat je na de oorlog zag, maar dan verantwoord''. Het Centrum Hout is een voorlichtings- en opleidingscentrum van de houtindustrie en de houthandelaren. Het beschikt over een grote technische expertise.

Tieland: 'Voor de oorlog werden betimmeringen in huizen, zoals raamkozijnen en deuren, grotendeels van Europees grenen gemaakt. Voor het buitenwerk gebruikte men grenen zonder spint, het zachtere hout rondom de kern van de stam. Dit grenen was zeer duurzaam. Het is enigszins harsachtig en het heeft weinig onregelmatigheden. Bij normaal onderhoud bleven dergelijke kozijnen de gehele levensduur van het huis goed.''

Na de oorlog werd dat abrupt anders. Door de gigantische bouwgolf die op gang kwam, was er onvoldoende grenen voorhanden. Men schakelde over op het goedkopere vuren, dat op dezelfde wijze werd verwerkt als het grenen. Vuren heeft veel meer kwasten, is weinig harsig en veel lichter.

Tieland: 'Het gevolg was dat door inwatering de kozijnen verrotten en dat er steeds veel onderhoud nodig was. Vuren kreeg een slechte naam als hout voor raamwerk. Omdat er nog steeds geen grenen in grote maten beschikbaar was - voor spintloos zaaghout heb je dikke, oude stammen nodig - stapte men over op tropisch hardhout. Aanvankelijk Afrika, maar die kon onze bouwmaten niet leveren, en daarna Azië. Men begon in de jaren zeventig op grote schaal de vuren kozijnen te vervangen door tropisch hardhout. Tropisch hardhout was goedkoop, de aanvoer was geen enkel probleem, alle Aziatische landen konden leveren.''

Steeds meer kritiek

Maar daaraan komt nu een einde. Ook al omdat er steeds meer kritiek komt op het gebruik van tropisch hardhout door de milieubeweging, zijn timmerfabrieken weer overgegaan op vuren. Maar nu zonder de naoorlogse fouten.

Tieland: 'Wat toen niet kon is nu technisch goed mogelijk. Het probleem met vuren is dat er veel onregelmatigheden in zitten. Ook zijn de maten meestal klein. Om het materiaal homogener te maken, worden nu kleine stukken vurenhout met vingerlassen en lamineren tot grotere delen samengesteld. Vingerlassen is een techniek waarbij met een frees V-vormige profielen in de kopse kanten van twee latten worden gemaakt, zodanig dat ze precies in elkaar passen. Met een moderne watervaste lijm worden de latten een geheel. Lamineren is het verdikken van latten of balken door de lange kanten tegen elkaar te lijmen.''

Tegenwoordig wordt dit upgraded vurenhout voor allerlei constructies gebruikt, waar vroeger alleen duurdere houtsoorten in aanmerking kwamen. Maar voor kozijnen komt meer kijken. Vooral de liggende dorpels hebben veel te lijden van het weer.

De meeste rot komt voor in de hoeken, waar de staande stijlen overgaan in de onderdorpel. Aanvankelijk werden hele dorpels verduurzaamd met agressieve chemische middelen om schimmels te weren. Later beperkte men zich tot een 'pil' die alleen in de hoeken werd aangebracht. Maar veel vertrouwen had men niet in de pil - als hij was uitgewerkt kon het hout toch gaan rotten.

Ook was de milieubeweging sterk gekant tegen verduurzaming, omdat dit van het hout een chemisch produkt maakte, dat later als chemisch afval behandeld moest worden. De milieubeweging maakte zich sterk voor de aanplant van Robinia, een Amerikaanse boom (meestal Acacia genoemd), die in Europa is ingeburgerd en die zeer duurzaam hardhout levert.

Eigen alternatief

Maar de timmerindustrie heeft een eigen alternatief. Het probleem van de rot in de hoeken werd technisch bekeken. Het bleek dat de haakse verbinding van stijl en onderdorpel altijd problemen gaf. Hout zet sterker uit in de breedterichting dan in de richting van de nerf. Waar twee kopse einden haaks op elkaar staan, zullen deze door vochtopname en uitdroging altijd enigszins gaan werken. Hierdoor ontstaan barsten in het schilderwerk en kunnen vocht en schimmels binnendringen.

Soomige timmerfabrieken bedachten op eigen houtje nieuwe hoekverbindingen die redelijk voldoen. Maar tien timmerfabrikanten staken de koppen bij elkaar en ontwikkelden het Eurokozijn, een kozijn met een dubbele pen-en-gat verbinding op de hoeken. Ook zijn er talloze andere technische verbeteringen in verwerkt.

Het Eurokozijn wijkt nogal af van de gebruikelijke kozijnen. Om te beginnen is het in principe van Noordeuropees vuren vervaardigd (al kan het naar wens ook in andere houtsoorten worden uitgevoerd), afkomstig uit bossen waarvan men controleert of ze duurzaam beheerd zijn. De helling van de dorpels is steiler, waardoor water sneller wordt afgevoerd. De verbinding tussen dorpels en stijlen is zeer hecht en op kritieke plaatsen wordt het hout niet in directe aanraking met weer en wind. De belangrijke verbindingen worden uitgevoerd met een dikke, enigszins flexibele lijmsoort die het kops hout volledig afdicht.

Ir. J.K.A. Banga, technisch medewerker van Centrum Hout, wijst erop dat ook andere fabrikanten niet hebben stilgezeten. Banga: 'Er zijn kozijnen waarbij de hele hoekverbinding in kunststof is uitgevoerd, waarbij op die manier het probleem van het werken van het kopse hout is opgelost.''

Tieland: 'En nu maar hopen dat mensen er geloof aan hechten. Veel kozijnen worden tegenwoordig in aluminium en kunststof uitgevoerd. Ik zal daar niets ten nadele van zeggen, maar ik wil alleen opmerken dat het vuren kozijn weer terug is - als hoogstaand, milieuvriendelijk produkt.''