Stroom uit de boom

De helft van al het hout dat in de wereld wordt gekapt dient als brandhout, voor het merendeel in de ontwikkelingslanden. In de Westerse wereld wordt hout vooral op het platteland gebruikt om de kachel warm te stoken. In Amerika draaien hier en daar ook elektriciteitscentrales op hout.

In de noordelijke staat New Hampshire zijn de laatste tien jaar negen elektriciteitscentrales gebouwd met een gezamenlijk vermogen van 110 Megawatt, een kleine tien procent van het verbruik van New Hampshire. New Hampshire is voor 87 procent met bos bedekt, na Maine de meest beboste staat van de Verenigde Staten.

Die dichte bebossing is pas iets van de laatste eeuw. Daarvoor hadden de pioniers deze staat, net als de rest van de oostkust, vrijwel geheel kaal gekapt om plaats te maken voor landbouwgrond. Het was slechte, rotsige grond en de meeste dorpen bleven arm. Toen het rijke middenwesten werd veroverd in het midden van de vorige eeuw, werd New Hampshire door de boeren verlaten. Het land werd aan zijn lot overgelaten en het bos kwam terug.

Het waren vooral loofbomen die verschenen. De grote, oude naaldbomen kwamen niet meer spontaan terug. Hier en daar staat nog een Pinus strobus (hier Weymouthsden genoemd, in Amerika white pine), maar afmetingen zoals vroeger zie je haast niet meer - ze zijn in vroeger eeuwen gekapt als masten voor de Engelse Royal Navy.

Het grootste deel van de bossen is zo'n honderd jaar oud. Grote, eeuwenoude bomen zitten er dus haast niet tussen. Wat vooral opvalt zijn de vele muurtjes van gestapelde stenen, de oude afscheidingen van de akkers, die dwars door de bossen lopen.

IJstijden

Het zijn gemengde bossen: Amerikaanse eik, Ahorn, es, populier, berk, tulipwood en nog tientallen andere soorten. In Noord-Amerika zijn veel meer boomsoorten dan in het overeenkomstige deel van Eurazië. De verklaring is dat de IJstijden in Eurazië een grote opruiming hebben gehouden onder de boomsoorten: tijdens het kouder worden trokken de soorten zich in Amerika terug naar het zuiden. Maar in Eurazië liepen ze dood op met gletsjers bedekte bergketens die van oost naar west lopen. In Amerika was er geen barrière, de bergen lopen van noord naar zuid.

Jameson French, tot voor kort president van de American Hardwood Export Council, geeft onmiddellijk toe dat het loofhout (in Amerika hardwood genoemd) bij lange na niet de afmetingen bereikt van de tropische bossen. Maar het is nu aan de Amerikaanse oostkust wel in grote hoeveelheden beschikbaar. Met lamineren en vingerlassen kunnen tegenwoordig toch stevige balken worden verkregen van grote decoratieve waarde. Jameson: 'Als architecten dat ook eens ontdekten, zou dat mooi zijn. Ze schrijven nu nog steeds achteloos foutvrij hout van grote afmetingen voor. Daar moeten dus die weinige oeroude bomen voor worden gekapt.''

In de loofbossen van de Amerikaanse oostkust wordt selectief gekapt, kaalslag dient alleen om voor de kapploeg een clearing te maken, een werkterrein in het bos vanwaar het hout wordt afgevoerd naar de zagerijen. Omdat nog op grote schaal in de jonge bossen moet worden gedund, wordt ook veel hout als chips afgevoerd naar elektriciteitscentrales.

Eén van die houtcentrales is Pine Tree Power bij Bethlehem (N.H.), een centrale van 15 Megawatt. De centrale is continu, zomer en winter in bedrijf. Grote hopen chips liggen te wachten op verwerking. De chips worden met enorme kiepwagens aangevoerd, de bomen worden al op de clearing verchipt. Het zijn vooral berken, populieren en bomen die ziek, krom of te klein zijn of gewoon in de weg stonden. Ook veel takken worden verchipt.

Op de centrale worden de chips tot nog kleinere spaanders vermalen en in een vuurketel geblazen. Met de vrijgekomen warmte wordt water tot stoom verhit, waarmee een turbine wordt aangedreven. Het rendement is ongeveer dertig procent, niet hoog in vergelijking met moderne poederkoolcentrales, maar de vlamtemperatuur is ook niet zo hoog.

De rook is nagenoeg vrij van zwavel, omdat hout vrijwel geen zwavel bevat. De as, minder dan 1 procent van het volume van het oorspronkelijke hout, wordt gebruikt als meststof voor de akkers. Het bevat veel kalium en is zeer bruikbaar. De boeren moesten even wennen aan de grauwe hopen as, maar het wordt afgenomen. Voorlopig helaas gratis, erkent de bedrijfsleiding.

In tegenstelling tot zijn naam verbrandt Pine Tree Power vrijwel geen naaldhout. Als er af en toe wat naaldhout wordt aangevoerd, gaat het in een enkele campage de ketel in. Naaldhout 'brandt niet zo mooi uit' als loofhout. Vaak moet de as nog een tweede keer de ketel in.

De negen houtcentrales brengen werkgelegenheid voor het ietwat verarmde New Hampshire. Er hoeft ook minder geld uitgegeven te worden aan de import van olie. En met de beschikbare bijgroei zou je wel tien keer zoveel van dergelijke centrales kunnen stoken. Hout is er nog genoeg.