Run van dieven op apen en slangen

DEN HAAG, 23 DEC. Kostbare dieren worden op grote schaal geroofd uit dierentuinen, winkels en bij particulieren. Met deze handel zijn grote bedragen gemoeid. Het gaat veelal om vogels maar ook reptielen, amfibieën en zelfs apen worden ontvreemd, zo blijkt uit een artikel van ambtenaar F. den Hertog van de afdeling milieucriminaliteit van de divisie Centrale Recherche Informatie (CRI) in het nog te verschijnen blad Politie, Dier en Milieu.

Bij de CRI kwamen dit jaar geregeld signalen binnen van diefstal van zeldzame, soms bedreigde diersoorten. Hierop besloot de CRI via Bureau Interpol te onderzoeken of dergelijke diefstallen ook elders in Europa plaatshebben. Dat bleek het geval in België, Engeland, Spanje, Italië, Frankrijk en enkele Oosteuropese landen. Vooral in Engeland is sprake van een groot aantal diefstallen bij dierentuinen, particulieren en professionele kwekers.

Volgens Den Hertog worden dit soort inbraken maar in weinig landen geregistreerd. Opsporingsactiviteiten, voor zover daarvan sprake is, blijven veelal beperkt tot het opnemen van een doorgaans onvolledige aangifte. In sommige gevallen namen politiekorpsen de zaak wel serieus en konden daders worden opgespoord. Probleem is echter dat moeilijk is vast te stellen of de aangetroffen dieren ook werkelijk horen bij de eigenaar die aangifte deed. Het Openbaar Ministerie vraagt daarbij om harde bewijzen.

Dat het om grote bedragen gaat blijkt volgens Den Hertog uit de diefstal eerder dit jaar van twee hyacintara's, die samen 70.000 gulden waard zijn. Roof van exemplaren die 2.000 tot 15.000 gulden kosten zijn echter ook geen uitzondering. Duidelijk is dat deze diefstallen veelal groepsgewijs worden gepleegd, stelt Den Hertog. De dieven beschikken over veel 'know-how'. Om parken binnen te dringen en kooien en binnenhokken te openen wordt vaak grof geweld gebruikt.

De dieren worden meestal in vakantieverblijven of in schuren van familie of kennissen ondergebracht. Daarna wordt de buit aan handelaren aangeboden. Een aantal zogenaamd bonafide handelaren is zeer actief in het illegale, internationale handelscircuit, zo is de CRI gebleken. Er zijn genoeg mogelijkheden voor afzet. Is een dier eenmaal naar het buitenland verkocht, dan is het praktisch uitgesloten dat het ooit nog bij de eigenaar terugkomt, meent Den Hertog.

Door dit soort diefstallen hebben de meeste dierenparken in Nederland en andere Europese landen hun kweekprogramma's moeten staken. Een probleem bij dierentuinen is dat elke dief overdag - tegen een geringe entreeprijs - in alle rust voorbereidingen kan treffen voor inbraak in de nacht. Dat was ook het geval bij de diefstal van zeventig ooievaars, twee jaar geleden in Liesveld. De dieven hadden een speciale auto gekocht om de vogels te vervoeren.

Een belangrijke informatiebron voor deze criminelen zijn artikelen en advertenties in vak- of verenigingsbladen. Vooral in het buitenland - met name Engeland - blijkt dit een gangbare 'modus operandi'. De angst bij eigenaren om langs die weg slachtoffer van diefstal te worden gaat volgens Den Hertog zo ver dat sommigen niet eens een (bezits)vergunning durven aan te vragen, waardoor hun eigendom op enigerlei wijze wordt geregistreerd en bij mogelijk 'verkeerde personen' bekend wordt.

De Stichting Nationaal Onderzoek Dierentuinen (NOD) is al enige jaren bezig gegevens te verzamelen over dit soort diefstallen. De stichting informeert in voorkomende gevallen andere dierenparken in Europa om te voorkomen dat ze gestolen dieren kopen. Deze methode heeft volgens Den Hertog nog niet echt succes gehad. Het aanbrengen van onderhuidse chips, zodat dieren kunnen worden herkend, blijkt bij de meeste eigenaren nog op weerstand te stuiten.