Raadsman: Nederlandse Duitser niet uitleveren

AMSTERDAM, 23 DEC. Nederland moet niet ingaan op een Duitse verzoek om uitlevering van een 36-jarige in Duitsland geboren man. Dat betoogde gisteren voor de rechtbank in Maastricht de advocaat van de man, mr. Th. Hiddema. De man, die zowel de Nederlandse als de Duitse nationaliteit heeft, wordt verdacht van handel in verdovende middelen.

Volgens Hiddema heeft de Duitse politie door middel van een 'pseudoverkoopteam' de man tot het plegen van strafbare feiten proberen over te halen. Daarbij had de Duitse justitie van meet af aan de bedoeling om hem in Duitsland te laten berechten nadat hij de grens over was gelokt.

Verkopen is 'wervender' dan kopen, stelde Hiddema, daarom is binnen de Nederlandse jurisprudentie een infiltratiepoging van de politie beperkt tot 'pseudokoop'. De advocaat voegde daaraan toe dat door de inzet van een pseudoverkoper ook niet wordt getracht een hoeveelheid verdovende middelen aan de markt te onttrekken, maar dat door deze handeling juist een hoeveelheid aan de markt wordt toe gevoegd.

“Er is honderd kilo cocaïne op de Nederlandse markt gepushed”, zei Hiddema. Dit bewust leuren met 'overheidscocaïne' is onverenigbaar met de Nederlandse normen die bestaan ten aanzien van geoorloofde infiltrant, aldus de raadsman. Daarbij is met betrekking tot deze “zeer belangrijke handelingen” op Nederlands grondgebied, geen contact opgenomen door de Duitse justitie met de Nederlandse justitie.

Ook omdat de geconstateerde werkwijze niet onder toezicht van Nederlandse politie en justitie stond, zo betoogde Hiddema, moet Nederland zich verzetten tegen het uitleveringsverzoek. Officier van justitie, mr. P.E. Vos, zei dat hij niets wist over de activiteiten van het Duitse pseudoverkoopteam. Hij vond het ook niet van belang daar iets over te weten. Volgens Vos “blijkt uit niets dat er uitlokking heeft plaatsgevonden”. De 36-jarige man was volgens de officier gebracht tot “niets anders dan waar zijn opzet reeds van tevoren op was gericht”. De rechter doet over twee weken uitspraak.