Plan voor Grensmaas moet overstromingen voorkomen

MAASTRICHT, 23 DEC. De zware wateroverlast in een aantal Limburgse dorpen aan de Maas lijkt bij alle menselijke leed één voordeel te hebben: een plan om dergelijke overstromingen te voorkomen komt extra in de aandacht. Het betreft een project met de naam Grensmaas, dat zich uitstrekt over veertig kilometer tussen Maastricht en Roosteren. Kern van dit plan is een aanzienlijke verbreding van de stroomgeul, waardoor de rivier veel meer ruimte krijgt om overtollig water te verwerken.

Organisaties als de Vereniging Natuurmonumenten en het Wereldnatuurfonds omarmen het idee, dat berust op studies van het Limburgse bureau Stroming en het Waterloopkundig Laboratorium. Initiatiefnemers zijn de provincie Limburg en de ministeries van landbouw en natuurbeheer en van verkeer en waterstaat, die eind vorig jaar een intentieverklaring ondertekenden om de Grensmaas tot een natuurlijker stroom te maken. De winning van grind moet daarbij gepaard gaan met het scheppen van nieuwe natuur aan de oevers.

Projectleider is de fysisch geograaf F.J. Offerijn, in dienst van het provinciebestuur. Hij verwacht dat de heersende noodtoestand in Limburg “het draagvlak voor het Grensmaasproject verder zal verbreden”. “Als het aan ons ligt”, zegt hij, “is dit een veel beter middel om overstromingen te lijf te gaan dan de aanleg of verhoging van dijken.”

Het plan, nog geheel in de onderzoekfase, voorziet in een verbreding van de stroomgeel tot twee à drie keer de huidige breedte. “Normaal”, legt Offerijn uit, “zal het Maaswater in die verbrede geul blijven. Pas als de afvoer boven de 2.000 tot 2.500 kubieke meter per seconde uitkomt, treedt de rivier buiten haar oevers, maar dan op plaatsen waar het voor de mens geen kwaad kan.”

Hij doelt op aangrenzende uiterwaarden, die volgens het Grensmaas-concept een natuurlijke bestemming krijgen met rivierbegeleidend ooibos van witte wilg en zwarte populier. Als de plannen doorgaan, krijgen Staatbosbsheer en de Vereniging Natuurmonumenten het beheer over die uiterwaarden om er het systeem van natuurontwikkeling toe te passen. Daarbij wordt de natuur door menselijk ingrijpen een handje geholpen om verder 'op eigen benen te kunnen staan'.

De feitelijke verbreding van de stroomgeul wordt toevertrouwd aan ontgrinders, die volgens strakke regels van de overheid te werk moeten gaan. “Dat betekent”, zegt Offerijn, “dat ze niet langer grind winnen in de diepte, maar in de breedte. De ontgrinders kopen de grond en krijgen een vergunning als ze aan alle voorwaarden voldoen. Nadat ze hun materiaal hebben gewonnen, is het werk in feite klaar. Het hoeft dus allemaal maar weinig te kosten.”

De uitvoering van het werk zal zich uitsluitend aan de Nederlandse kant van de Grensmaas voltrekken. De exacte grens tussen Nederland en België, in 1843 per tractaat vastgesteld, loopt over het diepste punt van de rivier. Alles ten westen is Belgisch en ten oosten daarvan Nederlands grondgebied. Omdat werken, bijvoorbeeld ontgrindingen, aan Nederlandse zijde invloed kunnen hebben op Belgisch teritorium, is overleg gaande met het Vlaamse gewest. “Tot nu toe”, aldus Offerijn, “hebben de Vlamingen nogal voorzichtig gereageerd, al willen ze over de grensoverschrijdende aspecten graag meepraten.”

Bij de uitvoering van het Grensmaasplan zou de watervervuiling, vooral veroorzaakt door Waalse industrieën en gemeenten, een negatieve rol kunnen spelen. Verontreinigd slib zet zich af in de uiterwaarden die juist een natuurlijke bestemming moeten krijgen. Nu al ontbreken diverse plantesoorten die er van nature thuis horen. “De kwaliteit van het water moet dus beter worden”, aldus Offerijn, “al vinden we de huidige slechte kwaliteit geen reden om onze plannen op te schorten.” Een ander probleem vormt het zwerfvuil dat met 'bandjirs' van bovenwater komt opzetten. “Dat zie je nu ook weer”, klaagt Offerijn, “overal in de uiterwaarden spoelen de plastic flessen en kratten aan.”