Overstromingen Belgie; Vorstelijk medeleven

BRUSSEL, 23 DEC. In België gaven de overstromingen het vertrouwde beeld bij nationale rampen te zien. Het koningshuis en de paracommando's rukten uit, de Belgische symbolen bij uitstek. Daarbij werd uiteraard het Waals-Vlaamse evenwicht in acht genomen. Kroonprins Filip bezocht het zwaar getroffen Limburgse Maasdal in het noorden. Koning Albert waadde door de straten van Dinant in het zuiden. Zo konden de media in beide landsdelen vanochtend ieder het eigen vorstelijk medeleven op de voorpagina afdrukken.

De para's, populair om hun evacuaties van Belgen uit Afrikaanse landen, haalden nu de bewoners van de Maas- en Sambre-oevers uit hun huizen per rubberboot. In de meer afgelegen streken in de Ardennen waren daar soms helikopters voor nodig. Prominent aanwezig was ook minister van binnenlandse zaken Louis Tobback, nooit verlegen om een scherpe observatie. Hij stelde gisteren het Rampenfonds open voor compensatie-aanvragen. Maar van een vorige gelegenheid wist hij nog dat half België “kennelijk in de kelder woont”. Wat de mensen dáár aan televisies, leren bankstellen en kostelijke vloerbedekking hebben liggen, bleek fenomenaal. Tobback was duidelijk niet van plan voor kerstman te spelen. De administratieve afhandeling was trouwens een ramp op zich; het fonds is nog steeds bezig met de aardbeving van Luik van 1983.

Het waren de zwaarste overstromingen sinds 1926. Ze hebben alleen al in het Maasdal 2.500 Belgen uit hun huizen gejaagd en één onvoorzichtige fietser het leven gekost. Het was ook een ware nationale ramp; van de ambtswoning van de Waalse premier, het zogeheten 'Elysette', tot aan de oude slagvelden in de Vlaamse Westhoek had het water toegeslagen. Vrijwel alle Belgische riveren waren buiten de oevers getreden: IJzer, Leie, Schelde, Dender, Samber, Maas, Ourthe en Amblève. Het meest kritiek was de toestand in het stroomgebied van de Maas, waar tot vanochtend toe sommige dijken op doorbreken stonden, met name de Pastoorsdijk bij het plaatsje Elen. Maasmechelen werd gisteren vrijwel geheel geëvacueerd. Maaseik, dat 3 meter onder het Maaspeil ligt, was vanochtend nog steeds bedreigd.

De Vlaamse overheid moest vanochtend wel erkennen dat de moderniseringen van de Maasdijken flink achterliggen op het schema. Na eerdere overstromingen in 1980 en 1984 was in 1985 besloten binnen tien jaar de dijken te verhogen. Dat plan blijkt acht jaar na dato nog maar voor eenvijfde deel te zijn uitgevoerd. Dat zou vooral worden veroorzaakt door de lang aanslepende onteigeningsprocedures. De Maasbewoners zelf werken namelijk niet erg mee, zoals minister Tobback ook opmerkte. “Als de Maas in zijn zomerbedding ligt en je bijna naar de overkant kunt lopen, dan wil er niemand dijken.” Maar als er dan overstromingen komen dan is dat rechstreeks de schuld van 'de politici', constateerde hij enigszins bitter. Opvallend was gisteren ook hoe moeilijk de oeverbewoners zich uit hun huizen lieten praten. Zij leefden al jaren met het wassende water en wisten het dus beter dan de aanbellende rijkswachters, die soms op tirades werden onthaald. In Wallonië werd vanochtend opgelucht geconstateerd dat de Maas inmiddels 1 tot 2 centimeter per uur zakt.