Nederlandse economie stabiliseert zich licht

ROTTERDAM, 23 DEC. De conjuncturele neergang op het Europese vasteland is het afgelopen kwartaal tot staan gekomen. Ook de Nederlandse economie heeft in het derde kwartaal van 1993 tekenen van stabilisatie te zien gegeven. Dit blijkt uit het derde kwartaaloverzicht van De Nederlandsche Bank.

In zijn overzicht schrijft president Wim Duisenberg dat het Bruto Binnenlands Produkt (BBP) ten opzichte van het afgelopen kwartaal met 0,7 procent gestegen is. Voor een deel is deze groei toe te schrijven aan een toeneming van de produktie als gevolg van het slechte zomerweer. In het derde kwartaal van 1993 werd 5,5 procent meer aardgas gewonnen dan in het tweede kwartaal.

Ook het produktievolume in de industrie, dat een gevoeliger graadmeter is voor de conjunctuur dan het BBP, lijkt het dieptepunt te hebben bereikt. Na een daling met 0,7 procent in het tweede kwartaal liet de produktie in het derde trimester een stabilisatie op het niveau van het voorafgaande kwartaal zien. De bezettingsgraad in de verwerkende industrie, die sinds het tweede kwartaal van 1990 met 5,5 procent was gedaald, liep in het derde kwartaal nog wat verder terug met 0,3 procentpunt tot 80,6 procent.

De enigszins verbeterde stemming onder de ondernemers (een verwachte toeneming van de bedrijvigheid) is een van de factoren op grond waarvan de conjunctuurindicator van de Centrale Bank een gunstiger beeld begint te vertonen. Van een krachtig herstel lijkt echter nog geen sprake te zijn. De groei van de industriële produktie zal gemeten ten opzichte van de vorige overeenkomstige periode volgens Duisenbergs verwachting de komende maanden nog nauwelijks boven de nul uitkomen.

De relatief gunstige ontwikkeling van het BBP moet vooral worden toegeschreven aan de consumptieve bestedingen. Die vielen in het derde kwartaal ten opzichte van 1992 ongeveer 4 procent hoger uit. Alleen de afname van voedings- en genotmiddelen liet een daling zien. De verkopen van kleding en nieuwe auto's namen enigszins toe.