Meebuigen met storm die in Rusland raast

De Russische buitenlandse politiek verhardt zich, nauwkeuriger gezegd, er is een Russische buitenlandse politiek bezig te ontstaan die Rusland minder volgzaam maakt ten opzichte van het Westen, ofwel de Verenigde Staten. Maar daarmee behoeft geen einde te komen aan het 'partnership' met het Westen dat het nieuwe Rusland erfde van het 'nieuwe denken' van de laatste Sovjet-president, Michail Gorbatsjov. Als het Westen, dus Amerika, bereid is wat mee te buigen in de storm van veranderingen die over Rusland raast, zou het 'partnership' in stand kunnen worden gehouden.

De veranderingen in de Russische houding hebben slechts zijdelings te maken met de jongste verkiezingsuitslag. De voorboden waren er immers al. Dat die veranderingen zijn ingezet onder het ministerschap van Andrej Kozyrev kan het Westen bovendien het nodige vertrouwen schenken: Kozyrevs beleid is geworteld in de erkenning dat Rusland zich moet openstellen voor de wereld en dat daartoe de steun van het Westen noodzakelijk is. Alleen, Rusland heeft een bepaalde voorstelling van zichzelf behouden die het niet zo maar wil opofferen voor rinkelende dollars en klopjes op de schouder van bezoekende Westerse staatslieden. Er is ondanks de diepe crisis geen sprake van een 'Stunde Null'.

In het middelpunt van de Russische politiek staat het 'nabije buitenland', gevormd door de republieken die evenals Rusland uit de Sovjet-Unie zijn voortgekomen en die onderling en met Moskou een losse band onderhouden in de Gemeenschap van Onafhankelijke Staten (GOS). De Russische benadering van die periferie is nogal gecompliceerd en soms zelfs paradoxaal. Bij de verwerping van Gorbatsjovs nieuwe Unie waren de republieken, Rusland incluis, min of meer op één lijn. Maar geleidelijk aan zijn de Russen zichzelf steeds meer gaan beschouwen als de natuurlijke leiders binnen die samenhang, een ontwikkeling die het Westen met het oog op de overzichtelijkheid heeft bevorderd, maar die de andere republieken met groeiende argwaan heeft vervuld. Tegelijkertijd wenste Rusland de financiële last die het als bestuurlijke centrale binnen de Unie had gedragen, van zich af te schudden. Economisch en financieel werden de republieken zoveel mogelijk op zichzelf teruggeworpen.

Het duidelijkst komt de leidersclaim tot uitdrukking in de gewapende conflicten in de verschillende republieken. In Tadzjikistan en Georgië hebben Russische troepen en Russische wapenhulp een beslissende rol gespeeld, in de oorlog tussen Armenië en Azerbajdzjan en in het etnische conflict in Moldavië was er eerder sprake van vrijbuiterij van plaatselijke Russische commandanten. Voor Ruslands critici is het eenvoudig: de Russen stoken tussen partijen om vervolgens als zogenaamde neutrale vredestichters de zaken naar hun hand te zetten. Moskou spreekt daarentegen van een gerechtvaardigde bemoeienis met problemen die aan de eigen veiligheid en die van de Russische minderheden in de aangrenzende republieken raken.

De nieuwe Russische assertiviteit kwam onlangs tot uitdrukking in contacten met het Westen. In Rome, tijdens een bijeenkomst van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), wenste Kozyrev de Westerse zegen voor Ruslands militaire activiteiten in dat nabije buitenland. De gesprekspartners voelden zich in de hoek gedreven: enerzijds moesten zij erkennen dat de Russen redelijk succesvol waren bij het opleggen van vrede aan anderen, aan de andere kant konden ook zij hun argwaan jegens de Moskouse motieven niet onderdrukken.

De tweede gelegenheid deed zich voor op de recente Brusselse bijeenkomst van de Noord-atlantische Raad van Samenwerking - die de vroegere leden van het Warschaupact, de daaruit voortgekomen nieuwe staten en de NAVO-landen bundelt. Nadat de Amerikanen de deelnemers een nieuw bilateraal 'partnership in vrede' hadden aangeboden met de NAVO in het middelpunt, kwam Kozyrev met het voorstel om de NAVO juist op afstand te plaatsen en de Raad van Samenwerking een centrale rol te geven. Het moment bleek slecht gekozen, en Kozyrev moest onverrichterzake huiswaarts keren. Maar in een langdurig onderhoud afgelopen weekeinde met zijn Duitse ambtgenoot kwam Kozyrev terug op zijn suggestie.

Het is nog wat vroeg om conclusies te trekken, maar er zijn wel enkele aanwijzingen te destilleren uit de verschillende verschijningsvormen van de Russische politiek. Zij lijkt zich te voltrekken op drie niveaus waartussen vanzelfsprekend een zekere interactie bestaat. Zo wil Moskou een vrije hand in zijn omgang met de andere erfgenamen van de Sovjet-Unie, maar het realiseert zich dat het Westen gevoelig is voor wat er binnen die omgang gebeurt. Op de conferentie in Rome trachtte Rusland de grenzen af te tasten van wat voor het Westen aanvaardbaar is. Die grenzen zullen nu binnen de CVSE in een reeks van voorwaarden worden vastgelegd. Of dat wat aan de praktijk verandert, moet worden afgewacht.

Verder wil Rusland zich niet buitenspel laten zetten in Midden- en Oost-Europa. Het beschouwt dat gebied als behorend tot zijn historische invloedssfeer. Vandaar het Russische verzet tegen uitbreiding van de NAVO in oostelijke richting en Russische bedenkingen tegen het 'partnership in vrede' dat voorziet in een bilaterale relatie tussen de NAVO en individuele staten ten oosten ervan. In de Samenwerkingsraad als multilateraal orgaan daarentegen kan Rusland voor zijn belangen opkomen zonder het Westen bij voorbaat voor het hoofd te stoten. Ten slotte is de Raad een Amerikaanse creatie.

De Russische houding tegenover Servië is tekenend: tot dusver liet Moskou zijn natuurlijke sympathie voor Belgrado zijn medewerking aan het werk van de Verenigde Naties in voormalig Joegoslavië niet in de weg staan. Maar de Russen verzetten zich tegen gewapend VN-optreden tegen de Servische milities. Tegenover zijn Duitse ambtgenoot bepleitte Kozyrev een onmiddellijke beëindiging van de sancties tegen Servië zodra er in Bosnië een vredesovereenkomst zou zijn getekend.

Op het derde niveau koestert Moskou zijn goede relatie met de Verenigde Staten. De Amerikanen bepalen de internationale sfeer waarin Rusland moet functioneren, en zij hebben een doorslaggevende stem in instellingen als het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Bovendien, voor de verzekering van de algemene veiligheid zijn de VS onmisbaar: bij de pogingen het oude Sovjet-arsenaal aan massa-vernietigingswapens onder controle te houden zijn de Amerikanen een gewaardeerde partner. Zonder Amerika's bemiddeling, hulpverlening en toezicht zouden de relaties tussen Rusland en de Oekraïne spoedig in de gevarenzone raken.