Linten in het landschap

Houtwallen, heggen en singels. Lijnvormige houtopstanden in Nederland. Door H. Schmitz. Uitgave van de stichting Landelijk Overleg Natuur- en Landschapsbeheer (LONL), 1993. 88 pag, ill. Te bestellen door ƒ 14,- over te maken op giro 4252780 t.n.v. Stichting LNOL Utrecht onder vermelding van 'houtwallen'.

Houtwallen kleden het landschap aan en geven elke landstreek zijn eigen karakteristieke charme. Een holle weg door Zuidlimburgs heuvelland, elzensingels in de veenweiden, knotwilgen en populieren op een Zeeuwse dijk, of dat fraaie oude Overijsselse beekdalcomplex bij Geesteren. Zo staat het boekje 'Houtwallen, heggen en singels' vol fraaie voorbeelden. Het maakt deel uit van een inspirerende reeks rond natuur- en landschapsbeheer. Eerdere deeltjes gingen over drinkpoelen in het boerenland, hoogstamvruchtbomen, archeologische landschapselementen en 'alles wat wriemelt': minimilieus voor microfauna.

Dit verhaal voert de lezer terug in de tijd tot zo'n 7000 jaar geleden, toen de eerste landbouwers hun opwachting maakten in ons land. Soms werd eenvoudig een stuk bos platgebrand, op den duur kreeg men ook de technieken in de vingers om minder geschikte gebieden te ontginnen. Elke tijd en elke ontginningsmethode leverde een eigen landschapspatroon op. Zoals de Celtic Fields, die al uit de IJzertijd dateren en waarvan in Drenthe nog sporen te vinden zijn voor wie daar met kennersblik naar kijkt: min of meer bolvormige akkertjes, in een regelmatig patroon van vierkanten, omringd door kleine wallen. Dit moeten de eerste echte houtwallen in ons land zijn geweest.

Functioneel

Eeuwenlang waren houtwallen louter functioneel. Ze dienden om het vee binnen en het wild buiten te houden, om eigendomsgrenzen af te bakenen en mensen van hout te voorzien. Vaak markeerden ze tevens een waterscheiding. In de beekdalen werden houtwallen vaak loodrecht op de stroomrichting aangelegd, niet alleen om de weilanden af te bakenen in tijden toen er nog geen prikkeldraaf bestond, maar ook om bij de veelvuldig voorkomende overstromingen voor vertraging van de stroomsnelheid te zorgen waardoor slib en kleideeltjes op de oevers achterbleven. Want kunstmest was er ook nog niet.

Op het moderne, grootschalige gemechaniseerde boerenbedrijf lijken al die hagen en heggetjes alleen nog maar lastig. Hun economisch nut is achterhaald, het onderhoud tijdrovend. Houtwallen zijn dan ook in deze eeuw massaal opgeruimd.

De kaalslag die op het landschap is gepleegd is veel mensen aan het hart gegaan. Zo ook de Stichting Landelijk Overleg Natuur- en Landschapsbeheer in Utrecht. Hierin werken de provinciale landschapsstichtingen (zoals het Gelders Landschap, het Noordhollands Landschap, It Fryske Gea enzovoorts) samen.

In het boekje wordt een krachtig pleidooi gevoerd voor herstel van houtwallen op het boerenbedrijf. Nadelen, zoals vocht- en voedingsstoffenconcurrentie tussen bijvoorbeeld een populierenrij en een aangrenzend weiland zijn voor een groot deel te ondervangen door weer net als vroeger een greppel te graven. Geen boomwortel kruipt dan nog het weiland in. Verder wordt erop gewezen dat zo'n houtwal niet zomaar een bron van ongedierte en onkruid is, maar ook massa's nuttige insekten en insektenetende vogels herbergt, waardoor de balans doorslaat naar het voordeel voor de boer. Het vee vindt hier beschutting tegen regen en felle zon en de boer - in de ogen van het publiek welhaast een ecocrimineel - draagt met zo'n brok natuur op zijn erf veel bij aan een beter imago van de agrarische bedrijfstak. Het boekje gaat uitgebreid in op subsidieregelingen en mogelijkheden om vrijwilligers bij het onderhoud in te schakelen.

'Houtwallen, heggen en singels' is een herziene versie van een eerder boekje, 'Houtwallen in het boerenland' uit 1980. Sindsdien hebben grondeigenaren, de provinciale landschapsstichtingen en vooral ook hele legers vrijwilligers zich gestort op het knotten van wilgen, het snoeien van oude hoogstamboomgaarden en ander achterstallig landschapsonderhoud.

Gaandeweg zijn nieuwe inzichten ontstaan in de wijze waarop je de houtwallen het beste kunt aanleggen en beheren. Bij ruilverkavelingen, tegenwoordig liever aangeduid als landinrichtingsplannen, worden niet alleen oude houtwallen opgeruimd, maar ook nieuwe aangelegd. Al met al is er - troost voor sombere lezers - inmiddels meer aangeplant dan er deze eeuw verloren is gegaan.

Hoe je zoiets aanlegt maakt een wereld van verschil. Een interessant gegeven is bijvoorbeeld dat je drie maal zoveel broedvogelparen krijgt als je in plaats van één houtsingel van 200 meter lang twee singels van elk zo'n 100 meter lang naast elkaar aanlegt, waarbij de boomkruinen elkaar net kunnen raken. Of, nog mooier, als je de dubbele bomenrij in een T-vorm plant, dan levert een zelfde aantal strekkende meters zelfs zesmaal zoveel broedvogels op als één even lange, rechte rij bomen. Het boekje geeft een hele reeks schema's voor aanplant en onderhoud. Hakhout met weinig of veel overstaanders, bossingels met of zonder mantel, brede singels met zoom, scheren en opsnoeien, het staat er allemaal duidelijk in. Wie meer advies wil is welkom bij de provinciale landschapsstichtingen.

Verbindingsweg

Inmiddels zijn ecologen de afgelopen vijftien jaar veel meer te weten gekomen over de wijze waarop planten en dieren de groene linten in het landschap als leefgebied of als verbindingsweg gebruiken. Zo is hier een kaartje afgebeeld van de route die een Zuidlimburgse eekhoorn volgde op zijn tocht van Herkenbosch naar Melick. In enkele uren legde deze dreumes twee kilometer af, waarbij hij een enorme omweg maakte om van boom naar boom te kunnen trekken.

Een ander kaartje toont de vliegroutes van vleermuizen in het strakke landschap van de Beemster, met een batdetector gevolgd. De diertjes blijken nooit een open weiland over te steken, maar zich perfect te houden aan het design van de Noordhollandse droogmakerijen, dat met bomenrijen en lanen in het landschap is afgebakend. Wat de groene verbindingswegen precies voor planten betekenen is minder helder. Wellicht ligt hun voordeel vooral in een betere verspreiding van hun zaden via dieren, voor zover van toepassing.

Zulke inzichten vormen de rode draad in het uit 1990 daterende Natuurbeleidsplan. Daarin is op de kaart van Nederland een Ecologische Hoofdstructuur getekend die versnipperde natuurterreinen onderling moet verbinden. Het boekje geeft een kort overzicht van recente beleidsontwikkelingen, ook in EG verband.