Kritiek Kamer op nieuwe regeling ontslag ministers

DEN HAAG, 23 DEC. De fracties van D66, PvdA en VVD in de Tweede Kamer hebben twijfels over het voornemen van het kabinet benoeming en ontslag van ministers nader in het reglement van orde van de ministerraad te omschrijven.

Dit bleek gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer dat werd gevoerd naar aanleiding van publikaties in deze krant.

Volgens minister-president Lubbers is de voorgestelde wijziging in feite niet veel meer dan een bevestiging van de reeds bestaande praktijk en is het zeker niet de bedoeling de status van de minister-president te vergroten. Vandaar dat er in zijn ogen ook geen reden is om hierover advies te vragen aan de Raad van State. Hij wees op de clausulering dat de ministerraad met de voordrachten moet instemmen en dat er dus geen sprake is van een geheel eigen bevoegdheid van de minister-president. In dat geval zou er volgens Lubbers een grondwetswijziging noodzakelijk zijn.

Lubbers maakte duidelijk dat het belang van de voorgestelde wijziging vooral is dat de ministerraad betrokken wordt bij benoemings -en ontslagzaken. Nu kunnen dit soort beslissingen nog buiten de raad om worden genomen. Ontslagkwesties om politieke redenen zijn meestal een gevolg van overleg tussen de directe bewindspersoon en de leiding van de partij waartoe hij of zij behoort. De bedoeling van de nieuwe regeling is dat een vorm van medeverantwoordelijkheid ontstaat waardoor wordt voorkomen dat individuele ministers het ontslag van een collega op eigen wijze gaan becommentariëren. Lubbers: “In de toekomst zullen ministers het iets bewuster meemaken en het niet beschouwen als puur een mededeling, waarvan je kennis neemt.”

Het D66-Kamerlid Scheltema vroeg zich af of de voorgestelde regeling waarbij wordt vastgelegd dat de minister-president zijn collega's voordrachten voor benoeming en ontslag kan doen, niet allerlei ongewenste neveneffecten zal oproepen. De VVD'er Wiebenga zei geen behoefte te hebben aan een nadere regeling. Hij vindt dat ontslag- en benoemingszaken tot het “ongeschreven staatsrecht” behoren. Ook het PvdA-Kamerlid Jurgens had zijn twijfels over het nut van een verdere omschrijving.

Het CDA-Kamerlid Mateman vond dat de rechten van de minister-president bij ontslag- en benoemingskwesties in het voorgestelde nieuwe reglement van orde juist heel terughoudend zijn ingevuld. Van hem mag de minister-president zich in dit soort zaken wel meer bevoegdheden toeëigenen, om te voorkomen dat bij individuele ontslagkwesties de collectiviteit van het hele kabinet in het geding komt.

De voorgestelde wijziging wordt volgende maand in de rijksministerraad besproken.