Komische satire over voze kanten van tv-bedrijf

Voorstelling: De heldenlul, door Erik van Muiswinkel en Margôt Ros. Regie: Maarten Wansink. Gezien: 22/12 in de Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 3 mei.

Erik van Muiswinkel was cabaretier, werd tv-presentator (Ook dat nog, Megabrein) en is nu terug in het theater met een voorstelling over een cabaretier die tv-presentator is geworden. Verder gaat de gelijkenis echter niet, want in het populaire personage Marco Bontempi portretteert hij een vlerkerig vlotte schnabbelaar die in het dagelijkse infodocutainment-programma Prime Time Totaal met groot gemak een kwisje laat volgen door een huichelachtig item over massagraven en een newsflash over Kazachstan - waarbij de produktie-assistente gejaagd roept: “Kazachstan? Wie is dat? Hebben we daar een foto van?”

Leven en werken van deze Bontempi vormen het middelpunt van een satirische raamvertelling over de voze kanten van het televisiebedrijf, met een paar treffend getypeerde bijrollen en het fijnzinnig geschetste miniatuurtje van een studieuze broer van de presentator, die diens werkzaamheden met dédain en pijn in het hart bespreekt. Van Muiswinkel schreef en speelt al die rollen met een groot komisch raffinement. Vooral die van zijn hoofdpersoon: de cynische shoptalk tussen de opnamen door, het ijdele gefriemel aan het showjasje, het vettige geflikflooi met de assistentes (gespeeld door de kordate comédienne Margôt Ros), de routineuze telefoontjes met de organisatoren van symposia en andere evenementen, het quasi-diepzinnige liedje, de gehaaide stembuigingen, de snelle babbel waarmee de domheid wordt gemaskeerd - het is allemaal weerzinwekkend authentiek. Hij heeft de gewiekste platheid van die types beter doorzien dan Gerrit Komrij.

In een lange flashback wordt bovendien het cabaret De Kopstoot ten tonele gevoerd, waarin Bontempi en zijn gehaaide vriendin hun eerste triomfen vierden. Die scène heeft een fraaie dubbele bodem, want ze is bedoeld als een pregnante parodie op slecht cabaret, maar naast het cliché-matige slotlied en de geëngageerde dertien-in-een-dozijn-conférence speelt Van Muiswinkel ook enkele hilarische nummers en zingt Ros een aardig chanson over de generatie die geboren werd in de jaren zestig.

Toch is het een te lang intermezzo in een scherp geobserveerde en verrassend in elkaar schuivende voorstelling, die ten onrechte onder een platte titel wordt gepresenteerd. Het zijn juist de platheid en de ordinaire publieksverachting die hier in volle omvang door de mand vallen - samengevat in een heel kort scènetje, waarin de schrijfster van een aanval op de televisie-verdomming als gaste in het tv-programma alweer na een paar woorden ruimte moet maken ter meerdere eer en glorie van de presentator.