Hout moet er komen, veel Nederlands hout

Bosbouwers laten zich niet meer uit over de vitaliteit van het Nederlandse bos. Maar zeker is dat er meer hout is dan ooit. En er moet nog meer hout komen. Van 8 naar 25 procent zelfvoorziening.

Gaat het nu goed of fout met het Nederlandse bos? De afgelopen jaren werd de krantelezer jaarlijks wel een keer opgeschrikt met inventarisaties waarin somberheid troef was. Het ene jaar luidde de conclusie dat de dennen minder vitaal waren, in het andere jaar ging het juist weer slecht met de eiken.

'Eerlijk gezegd, over dit soort kranteberichten halen deskundigen hun schouders op,'' zegt ir. L.J.M. Dielen, directeur van de Stichting Bos en Hout (gefinancierd door de ministeries van economische zaken en landbouw en uit verworven opdrachten van vooral de papierindustrie) in Wageningen, 'de meeste vaklieden laten zich niet meer over de gezondheid van de bossen uit, het beeld is te gecompliceerd om het met enkele kreten samen te vatten.''

Tien jaar geleden waaide de kreten 'zure regen' en 'stervende bossen' over uit Duitsland. De zure regen was al eerder bekend uit Scandinavië en Canada, waar zwavelrook uit industriegebieden (Engeland en de VS) de noordelijke meren verzuurde, waardoor deze helder als glas maar tevens visloos werden. De term 'stervende bossen' had Nederland overgenomen van West-Duitsland, dat bevreesd was zijn Germaanse erfgoed aan Waldsterben ten gronde te zien gaan als gevolg van de zwaveluitstoot van het toenmalige Oost-Duitsland, Polen en Tsjechoslowakije.

In Duitsland ontbrandde enkele jaren later een academische strijd of het Waldsterben nu werkelijk wel door zwavelrook werd veroorzaakt. Kwam het niet veeleer door ozon dat in combinatie met licht de bladeren beschadigde? De hoge ozon-concentraties van de lucht werden veroorzaakt door hoge NO-gehalten, die op hun beurt veroorzaakt werden door het autoverkeer. Stikstofoxyden werken op zich ook verzurend, dus zijn dubbel fout. Al gauw kreeg de auto een katalysator.

In Nederland werd ontdekt (door Van Bremen uit Wageningen) dat de ammoniak uit de intensieve veehouderij eigenlijk de grote boosdoener was. Ammoniak is weliswaar basisch en niet zuur (wat chemisch gezien het omgekeerde is), maar bodembacteriën zetten ammoniak om in salpeterzuur. Waar de regen het meest basisch is, raakt de bodem het meest verzuurd.

Ontzwavelingsprogramma

In West-Europa werd een grootscheeps ontzwavelingsprogramma ingezet, de autokatalysator werd verplicht zodat er minder NO werd uitgestoten en sinds kort wordt er ook wat aan het mestprobleem gedaan. Gaat het nu wel of niet goed met de bossen?

Ook ir. C.P. van Goor, een van de nestors van de Nederlandse bosbouw, haalt zijn schouders op: 'Het is heel wisselend, het hangt veel van de boomsoort en de standplaats af. Ik zal een voorbeeld geven. Hier in het landgoed Schovenhorst in Putten zijn tachtig jaar geleden douglassparren aangeplant van verkeerde herkomst. Het zaad kwam uit de binnenlanden van de Amerikaanse staat Washington, uit drogere bossen. Wij gaan er in het algemeen van uit dat je in Nederland beter zaad kunt gebruiken van rassen die aan de kust groeien en aan een vochtig klimaat zijn aaangepast. Maar wat zie je nu? Juist die droge rassen doen het de laatste jaren uitstekend, waarschijnlijk door de afgelopen jaren met de warme zomers. Doet de douglas het nu goed in Nederland? Nee, helaas niet. De laatste jaren blijkt dat de Nederlandse douglas ernstig is aangetast door een voetrotschimmel. De schimmel dringt via de grond de stam in en verzwakt het hout. Tenslotte waait de boom om. Als je de boom voortijdig kapt, kan je de eerste paar meter weggooien omdat het hout is aangetast - onderaan waar de stam het breedst en het meest waardevol is. Wordt die voetrotschimmel nu begunstigd door de zure regen, dat wil zeggen door een overmaat aan nitraat? We weten het niet. Wel is die schimmel een zeer groot probleem voor de bosbouw. Juist de douglas is een van de waardevolste bomen en een groot deel is aangetast. Hoeveel? Weten we ook niet. Maar als ik het moest schatten zou ik denken: zo'n 30 procent.''

Hoeveelheid hout

Of het nu slecht of goed gaat met de kwaliteit van het Nederlandse bos, zeker is dat de hoeveelheid hout de laatste jaren sterk is toegenomen. Dielen van Centrum Bos en Hout: 'De bijgroei is veel groter dan we een aantal jaren geleden voor mogelijk hadden gehouden. Toen dat twee jaar geleden door een inventarisatie bekend werd, waren de politici volledig in verwarring. Gabor werd onmiddelijk in de Kamer ontboden. Gaat het slecht met het bos? Maar al die bijgroei dan? Het valt heel moeilijk uit te leggen dat het met de vitaliteit maar matig is gesteld, maar doordat de laatste jaren weinig is gekapt, er nu een grote voorraad staand hout is ontstaan.''

Bosbouwers wagen zich nu maar niet meer aan algemene uitspraken. Dielen: 'In de media worden de bossen ten onrechte als de graadmeter voor het milieu opgevoerd. Het Waldsterben heeft een symboolfunctie gekregen. In politieke zin is dat misschien gunstig. Er komt weer belangstelling voor bos. En er worden nieuwe bossen geplant. Maar tegelijkertijd zie je dat de bosbouwkundige kennis afneemt. Het aantal bosbouwers wordt minder. De 'Dorschkamp' het vroegere bosbouwkundige instituut, is gefuseerd met het RIN tot IBN, waarbij bosbouw niet meer voorop staat.''

Dat vindt Dielen een verkeerde ontwikkeling. Juist nu Nederland meer bossen gaat aanleggen, neemt de bosbouwkennis af. Dielen: 'Nederland is nu voor 7 procent met bos bedekt, vooral op de armere gronden. Het hout- en papiergebruik is hoog, waardoor we hier een zelfvoorzieningsgraad van 8 procent hebben, een van de laagste in de wereld. De overheid heeft besloten dat we naar een zelfvoorzieningsgraad van 17 procent toe moeten in het jaar 2000. En naar 25 procent in het jaar 2050.''

Hoe kan dat? Dielen: 'In de eerste plaats door efficiënter om te gaan met het bos, minder hout laten liggen, technische oplossingen door kleiner hout te gebruiken op plaatsen waar vroeger alleen dik hout werd gebruikt. Hout kun je nu lamineren en vingerlassen. Maar met dat efficiëntere gebruik heb je misschien 10 procent winst.

'Van meer hergebruik verwacht ik niet veel. Bij papier eerder minder: nu de overheid het papierslib als afvalstof beschouwt, kan de papierindustrie er niet meer goedkoop van af. Papierslib is de fractie van de pulp die een te korte vezellengte heeft voor papier. In pulp dat gemaakt is van oud papier, zit relatief meer slib. De industrie is dan geneigd meer nieuw hout te gebruiken.''

'De grotere zelfvoorzieningsgraad zal vooral moeten komen van bosuitbreiding. Er komen nu bossen in de Randstad. Dat is mooi, maar voor de houtproduktie verwacht ik er niet zoveel van. Ze zullen toch vooral een recreatief doel hebben, ook al wordt het grootste deel opgezet als multifunctioneel bos. In de plannen voor het Bentwoud komen nauwelijks populieren voor, een snelgroeier die zeer geschikt is voor de papierindustrie. Dat is jammer, want als recreatieboom is er niets mis mee. Populieren geven snel volume, zodat je na een paar jaar tenminste wat ziet staan, je hebt snel een façade. De langzame groeiers kunnen het dan later overnemen.''

'Nee, veel meer zie ik in bebossing van de landbouwgronden, zoals die nu plaats gaat vinden. Ik heb mijn hoop vooral gevestigd op Groningen en Drente, op de vroegere veenkoloniale gronden. Daar heb je een heel actieve club, het Platform Noordelijke Houttelers. Ook de bossen in de nieuwe polders zijn interessant. Jammer is dat de overheid zo schriel is met de subsidies. De belastingbetaler betaalt veel meer aan de landbouw. Zonder die landbouwsubsidies zou er veel meer bos staan.''

Afgelopen maand moest de inschrijving voor subsidies voor bomen op landbouwgronden na twee dagen gesloten worden - het geld was op voor 420 hectare. Volgend jaar zou er geld beschikbaar komen voor 1200 hectaren. En daarna weer. Op die manier moet in 25 jaar 30.000 hectare landbouwgrond bebost worden.

Dielen: 'Dat ze dit jaar beginnen met 420 hectare betekent dat dit jaar binnen het departement de landbouw het weer van de bosbouw gewonnen heeft. We hopen maar op de volgende jaren. Overigens is de financiering van die bebossingssubsidies nog lang niet rond. Het zou me niets verbazen als over een paar jaar na 10.000 hectare bebossing op landbouwgrond het geld op is. Maar goed, het begin is er.''

De Stichting Bos en Hout ijvert nu al jaren voor meer bos in Nederland. En dan niet voor natuurbos, waar niets gekapt mag worden (wat in Nederland nauwelijks voorkomt), maar voor produktiebos of tenminste multifunctioneel bos. Vooral Dielens voorganger ir. H.A. van der Meiden heeft onafgebroken gelobbyd voor meer bomen. Is dan nu eindelijk het moment aangebroken dat de Stichting Bos en Hout zijn zin krijgt?

Dielen: 'Steeds denken we dat we er bijna zijn. Dat er nu eindelijk een begin wordt gemaakt met de bebossing van Nederland. Maar steeds komt er weer iets tussen. Dan is de houtmarkt weer ingestort, waardoor men kopschuw wordt - alsof de momentane houtprijs iets uitmaakt voor een produkt dat je over tachtig jaar zult oogsten. Dan is er weer iets anders. Toch denk ik dat er wat gebeuren gaat. De McSharry-regelingen in de landbouw gaan doorwerken in heel Europa. Er komt meer braaklegging omdat er eenvoudig teveel landbouwgrond is. Dan kun je beter bomen planten. Verder zal de GATT ook wel in het voordeel van bos werken. Als het Amerikaanse graan hier wordt toegelaten, zullen onze graanboeren iets anders moeten. Ik zie hier in Nederland zo gauw geen extensivering van de akkerbouw, dus bos ligt dan voor de hand, al was het maar voor de opwekking van energie. Er hangt toch langzamerhand een energieheffing in de lucht. Dan kan brandhout ineens interessant worden. Er wordt nu druk op gestudeerd.''

'Tenslotte denk ik dat de druk van de milieubeweging een constante factor is die globaal gunstig voor ons werkt. Mensen willen meer natuur en dus meer bos. Maar ons belang strookt niet altijd met dat van de milieubeweging. Zij willen wel bossen, maar bosbouwkundig onderhoud daar is men vaak tegen. Dunnen of kappen is voor sommigen taboe. Ik zeg dan altijd: als je geen bomen mag kappen, hoe moeten we dan aan hout komen? Moet alles dan van beton, staal en plastic worden?''