Hofstede voert economen top-30 aan

ROTTERDAM, 23 DEC. De Nederlandse economen top-30, die jaarlijks wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van het economenblad ESB, wordt dit jaar, evenals vorig jaar, aangevoerd door prof.dr. G.H. Hofstede, verbonden aan de Rijksuniversiteit Limburg in Maastricht.

Ook de plaatsen twee, drie en vier worden ingenomen door hetzelfde trio als vorig jaar, te weten de hoogleraren J. Tinbergen (met emeritaat), S.J.G. van Wijnbergen (Universiteit van Amsterdam) en P. Nijkamp (Vrije Universiteit). De lijst staat deze week in ESB.

De top-30 komt tot stand door te turven hoe vaak iemand de laatste vijf jaar (in dit geval 1988-1992) is geciteerd in de belangrijkste internationale wetenschappelijke tijdschriften op het gebeid van economie. Tot de lijst kunnen uitsluitend economen doordringen die de Nederlandse nationaliteit hebben en in Nederland werkzaam zijn.

Het is de dertiende keer dat de economen top-30 is opgesteld. De wijzigingen ten opzichte van de vorige aflevering zijn beperkt. Van Hofstede werden 492 citaties geteld, meer dan twee keer zo veel als de score van Tinbergen (242). Hofstede drong vorig jaar voor het eerst tot de lijst door nadat de toelatisngscriteria waren verruimd. Vanwege zijn achtergrond als werktuigbouwkundige en organisatiepsycholoog was hij tot dan toe niet als 'econoom' meegeteld. Maar zijn hoogleraarschap aan een economische faculteit en zijn leeropdracht (bedrijfseconomie, in het bijzonder vergelijkende cultuurstudie van organisaties) hebben de doorslag gegeven om hem toch mee te tellen. Door de toelating van Hofstede werd Tinbergen vorig jaar verdrongen van de eerste plaats die hij vanaf de eerste top-30 onafgebroken had bezet. Van Wijnbergen scoorde 204 citaties, Nijkamp 135.

De nek-aan-nek-race tussen de Tilburgse (Katholieke Universiteit Brabant) hoogleraren E.E.C. van Damme en J.R. Magnus, vorig jaar ex aequo op plaats vijf, is dit jaar beslist in het voordeel van Van Damme (93 citaties). Magnus bleef steken op 76 citaties, twee meer dan prof.dr. F. van der Ploeg (Universiteit van Amsterdam), die vorig jaar ook als zevende eindigde en nu politieke ambities (PvdA) koestert.

De snelste stijger van de afgelopen twee jaar is de econometrist prof.dr. G. Ridder (Vrije Universiteit), die zich vooral bezighoudt met arbeidsmarktonderzoek. Vorig jaar kwam hij binnen op 20, nu stoot hij door naar plek 12.

Opmerkelijk is het ontbreken van spraakmakende economie-hoogleraren als dr. E.J. Bomhoff, mr. C.A. de Kam en drs. G. Zalm in de top-30. Elk jaar roept de top-30 kritische reacties op. “Deels valt de kritiek in de rubriek 'scheve ogen', deels is zij terecht. Iemand kan een kei van een wetenschapper zijn zonder ooit op de lijst voor te komen. Andersom is lang niet altijd duidelijk wat de maatschappelijke relevantie is van onderzoek dat in het citatencircuit hoog scoort”, schrijft ESB-hoofdredacteur L. van der Geest in een toelichting.