Het Bentwoud in het hart van Holland

Het Bentwoud is een toekomstig bos in het hart van de Randstad van 16 km. Aanleg ƒ 200 miljoen gulden. Tenminste als de boeren akkoord gaan.

Er staan veel wintergroenten op het land en om de andere boerderij worden aardappels, vooral Eigenheimer en Bildtstar, te koop aangeboden. Rechtstreeks van agrariër naar consument. En verder bespeurt men borden met de tekst 'Stop Bentwoud''.

De streek tussen Zoetermeer en Boskoop noordelijk van de snelweg A12 in Zuid-Holland leent zich vanouds voor akkerbouw en 'akkermatige' tuinbouw, die een breed assortiment aan produkten leveren. Tarwe, gerst, suikerbieten, poot- en consumptie-aardappelen, spruiten, boerenkool, uien en ijsbergsla, ze komen er allemaal tot wasdom dank zij een vruchtbare bodem van middelzware tot zware zeeklei, nadat hier in een grijs verleden het veen werd afgegraven.

Om dezelfde reden zou er bos kunnen gedijen - en als het aan de provincie en het rijk ligt, gaat dat ook gebeuren. Ze hebben plannen ontworpen voor de aanleg van het Bentwoud (naar de streeknaam 'bent', een ander woord voor gras), 1.600 hectare groot en bestaande uit gevarieerd loofbos: 'Een oase van rust en natuur daar binnen het drukke westelijke deel van de Randstad'', zoals het in een brochure heet.

Maar er zullen nog heel wat aardappelen gerooid en uien getrokken worden voor dit toekomstperspectief zich kan ontvouwen. De boerenstand in de regio, die voor het nieuwe bos moet wijken, wil er niets van weten. Daarvan getuigen die borden en een ferme uitspraak van boerenleider Wim van Straalen uit Waddinxveen: 'We zullen alle registers opentrekken om het Bentwoud te verijdelen.'' Ook de meeste betrokken gemeenten zijn vooralsnog tegen.

Groene-sterrenbeleid

Bossen in of langs het groene Hart van Holland. Wie dat gebied met louter malse weiden, koeien en verspreide akkers associeert, is niet meer bij de tijd. Al vroeg in de jaren zeventig bestond zoiets als het 'groene-sterrenbeleid', waaruit onder meer het Spaarnwoude bij Haarlem is voortgesproten; een voorloper van wat nog komen zou nadat in 1985 de 'Randstad Groenstructuur' was ingevoerd. Onder die noemer wordt vooral in Zuid-Holland het areaal geboomte aanmerkelijk uitgebreid. Bij Leidschendam en Voorschoten kwam Vlietland (een recreatieplas met bos en natuur) tot stand en er wordt nog gewerkt aan Bieslandse Bos en Balij (samen 660 hectare) tussen Zoetermeer en Delft. In datzelfde kader moet straks het Bentwoud gestalte krijgen.

Achtergrond van al die 'groenvoorzieningen' is het streven om de randstedeling die verpozing in de open lucht zoekt, te gerieven. 'De Randstad'', zegt provinciaal beleidsmedewerker ir. A.M. van der Meulen, 'heeft nu eenmaal een tekort aan recreatiegebied, met name bos, dat zoveel recreanten pleegt de trekken. We willen voorkomen dat ze allemaal in de auto stappen en naar de Veluwe rijden en we willen bovendien een alternatief bieden voor de kwestbare bossen aan de binnenduinrand.''

Het vervullen van deze wensen gebeurt in samenwerking met het ministerie van landbouw en natuurbeheer, speciaal het consulentschap natuur, bos, landschap en fauna (NBLF) in Zuid-Holland. Ir. P.R. Hilgen is beleidsmedewerker bos van dat consulentschap en uit dien hoofde nauw betrokken bij de plannen voor het Bentwoud, dat hij omschrijft als 'overloop van stad naar landelijk gebied'', gunstig gelegen ten opzichte van Leiden, Den Haag en Rotterdam: 'Binnen een straal van amper vijftien kilometer wonen anderhalf miljoen mensen.''

Houtproduktie

Als de plannen doorgaan, krijgt het woud drie functies: recreatie, natuur en houtproduktie. 'Maar in een kern van 400 hectare'', legt Hilgen uit, 'willen we alleen de natuur haar gang laten gaan. Toch zijn ook daar bezoekers welkom. Het moet iets voor de echte natuurliefhebber worden, een wildernis zonder geasfalteerde paden en ander gemak.''

Bij het bosontwerp is uitgegaan van de historische, zelfs pre-historische opbouw van het landschap. Omstreeks 4.000 jaar voor Christus was deze streek een waddengebied, dat in open verbinding stond met de Noordzee. Uit die tijd stammen diverse kreken, waarvan op luchtfoto's de contouren nog zichtbaar zijn. Het plan is om die geulen uit de graven, zodat ze als een soort ruggegraat van het natte natuurbos kunnen dienen.

Voor het hele, circa 1.600 hectare grote woud komen uiteenlopende boomsoorten in aanmerking met een accent op essen. Daarnaast zullen els, eik, populier, inheemse kers, beuk en linde worden aangeplant. 'Op deze rijk grond past immers een loofbos van grote diversiteit'', aldus Van der Meulen. Alleen de iep zal hoogstwaaarschijnlijk buiten beeld blijven in verband met de iepeziekte die de laatste jaren in Nederland razendsnel om zich heen grijpt.

In een deel van het bos (maar nadrukkelijk buiten de kern van pure natuur) zal op onregelmatige tijden hout ten behoeve van de binnenlandse markt worden geoogst; een functie die past in het landelijke beleid om meer hout van eigen bodem te betrekken. Verder krijgt het Bentwoud uitlopers naar het zuiden en zuidwesten, onder meer langs de Rotte richting Rotterdam. Dit zijn zogenaamde verbindingszones, waarmee nog eens 500 hectare land gemoeid is. Hier zullen behalve bos en struikgewas ook rietlanden worden geschapen.

Het complete project van 2.100 hectare (ter vergelijking: het Nationale Park de Hoge Veluwe is 5500 ha) is begroot op bijna 200 miljoen gulden, voor circa driekwart te betalen door het rijk, in casu het departement van landbouw en natuurbeheer. Voor het resterende deel wordt een vorm van private financiering gezocht. Het bedrag is een optelsom van de inrichtingskosten en de kosten die gemoeid zijn met het verwerven van de grond, waarvoor men ongeveer vijftig boerenbedrijven moet uitkopen.

Florerend

Maar dat zal, als de tekenen niet bedriegen, nog vele voeten in de aarde hebben. Het Agrarisch Comité Bentwoud, waarin belanghebbenden zijn verenigd, meldt bij monde van voorzitter Van Straalen: 'We snappen niet waarom ze juist deze streek tot bos willen omtoveren. Vergeleken met de akkerbouw elders in Nederland vind je hier goed florerende bedrijven, ook dank zij de huisverkoop aan de consument. We zitten met anderhalf miljoen randstedelingen om ons heen en dat blijft niet onopgemerkt. Trouwens: er is hier nooit bos geweest, het open landschap is typerend voor de streek. Daarom proberen we de politiek constant duidelijk te maken dat dat hele Bentwoud een stomme zet is.''

Provinciaal ambtenaar en projectleider Van der Meulen voert daarentegen een 'belangrijk motief'' aan om het nieuwe bos juist wèl op die plek te situeren: 'We verwachten er op termijn een sterke verandering van het agrarisch gebruik. Het dreigt allemaal veel intensiever te worden dan nu het geval is. Dat zie je al bij Zevenhuizen en Moerkapelle hier vlakbij in de Zuidplaspolder, waar in de loop van dertig, veertig jaar het ene na het andere kassencomplex uit de grond is gestampt. Al die kassen roepen een sterk beeld van verstedelijking op en dat is uitermate ongewenst als je over het groene hart praat. Die dreiging zien we ook hier op ons afkomen en daarom zeggen we: juist tussen Zoetermeer en Boskoop/Waddinxveen is het Bentwoud op zijn plaats.''

Van der Meulen is tevens secretaris van de stuurgroep Bentwoud, die de feitelijke plannen maakt. Daarin zijn behalve rijk en provincie ook de gemeenten vertegenwoordigd op wier grondgebied het Zuidhollandse bos moet verrijzen. Het zijn er zeven: Bleiswijk, Boskoop, Rijnwoude, Waddinxveen, Zevenhuizen-Moerkapelle, Zoetermeer en Zoeterwoude. Maar tussen al die partners is de overeenstemming nog ver te zoeken. Het rijk is voor. Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben in beginsel, in het kader van een streekplanherziening, ingestemd met de aanleg van duizend hectare bos, al moet daarover nog een definitieve beslissing vallen. De resterende 600 hectaren komen later aan de orde. Van de zeven gemeenten heeft alleen Zoetermeer - met 100.000 zielen een stad op zichzelf - een volmondig 'ja' laten horen. Waddinxveen stelt zich neutraal op en de overige vijf zijn tegen. Als voornaamste argument voeren ze aan dat een typische randstedelijke voorziening als het Bentwoud niet op hun territorium thuis hoort. Daarom weigeren ze vooralsnog in hun bestemmingsplannen plaats voor bomen en kreken in te ruimen.

Dwingen

Daaruit valt slechts af te leiden dan dat het Bentwoud, ook afgezien van het boerenverzet, nog op losse schroeven staat. Hoe denkt de provincie de impasse te doorbreken?

Van der Meulen: 'We doen ons uiterste best de gemeenten alsnog mee te krijgen. Via overleg proberen we tot overeenstemming te komen.''

Maar als dat niet zou lukken?

Van der Meulen: 'Dan kan de provincie de gemeenten via een zogenoemde aanwijzing dwingen hun bestemmingsplannen aan het streekplan aan te passen. Maar dat is een zwaar middel, een uiterste middel ook, dat zelden wordt toegepast, eerder een theoretische dan een praktische mogelijkheid. Dus blijven we in de overlegsfeer naar een oplossing zoeken.''

Ook met betrekking tot de rebellerende boeren wordt dwang uit den boze geacht. Van onteigenen zal volgens Van der Meulen daarom geen sprake zijn; de overdracht van land zal vrijwillig moeten geschieden. Maar hij vreest, als het op uitkopen aankomt, wel moeizame onderhandelingen. De kosten van het Bentwoud zijn gebaseerd op een grondprijs die de agrarische waarde vertegenwoordigt, alsof zo'n stuk land weer een agrarische bestemming zou krijgen. Dat betekent vijf gulden per vierkante meter. Op informatie-avonden in de regio is echter gebleken dat menig boer de 'verstedelijkingswaarde' eist, alsof er na aankoop woningbouw zou worden gepleegd. En daarmee is ongeveer drie keer zoveel geld gemoeid.

'Onterecht en onbetaalbaar'', vindt Van der Meulen, maar boerenleider Van Straalen ziet het, naar te verwachten valt, anders: 'Als onverhoopt mocht blijken dat het Bentwoud niet tegen te houden is, als ons verzet niets uithaalt, dan dient Zuid-Holland ons op een behoorlijke manier uit te kopen. Met andere woorden: geen vijf, maar vijftien gulden per vierkante meter.''