Groene longen en andere onzin

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, dragen natuurlijke bossen niets bij tot de reductie van koolzuur in de atmosfeer. Maar wel heeft het zin om hout als brandstof te gebruiken.

Bos en hout: dé kans voor een betere CO-balans. Rapport Stichting Bos en Hout. Postbus 253. 6700 AG Wageningen.

Vormen bossen de groene longen van de aarde? Leggen ze op grote schaal koolzuur (CO) vast en vormen ze daarmee een hulp tegen het dreigende broeikaseffect? Het antwoord daarop is ja en nee. Over weinig onderwerpen bestaat zoveel verwarring.

Zoveel is zeker, dat bomen tijdens hun groei CO vastleggen - hout bestaat uit cellulose, een koolhydraat dat voor een groot deel koolstof bevat. Het is door de boom uit de lucht opgenomen en vastgelegd. De energie werd betrokken uit zonlicht door fotosynthese. Een groeiend bos doet hetzelfde op grote schaal. Groeiende bossen leggen dus CO vast, daarover bestaat geen twijfel.

Maar niet-groeiende bossen, natuurlijke bossen, waarin bomen van ouderdom sterven en door insekten en schimmels worden verteerd tot strooisel en tenslotte geheel verdwijnen? Leggen zulke bossen nog CO vast? Het antwoord is nee: natuurlijke bossen verkeren in evenwicht met de atmosfeer, er wordt evenveel CO aan de lucht onttrokken als er door vertering aan wordt teruggegeven. De tropische regenwouden zijn zulke bossen en in het algemeen alle bossen waarin geen houtoogst plaatsvindt.

Natuurbossen leggen dus geen CO vast. Jammer voor natuurvrienden, maar de natuur helpt niet tegen het broeikaseffect. De enige natuurgebieden die wel definitief CO vastleggen zijn venen. Steenkool is voor het belangrijkste deel gevormd door gefossiliseerd veen, al zijn er af en toe boomstammen, takken en bladeren in het veen opgenomen. Venen, zowel hoog- als laagveen, groeien erg langzaam in vergelijking met bossen.

Opslagplaatsen

Toch is dit niet het hele verhaal. Want bossen zijn wel belangrijke opslagplaatsen van koolstof. Wie een bos kapt en verbrandt, brengt een grote hoeveelheid CO in de atmosfeer. Ter vermijding van het broeikaseffect is het dus van het grootste belang dat natuurbossen blijven staan.

Hoe zit het nu met de boomplantacties van de elektriciteitsmaatschappijen? De SEP heeft in verschillende landen projecten lopen om bomen aan te planten. Het is volgens de SEP de goedkoopste manier om iets van de CO vast te leggen die is vrijgekomen bij de opwekking van elektriciteit. Zolang de bossen groeien heeft de SEP het grootste gelijk van de wereld.

Maar waarom geen hout ingezet voor de produktie van elektriciteit? Volgens berekeningen van Richard Sikkema van de Stichting Bos en Hout (SBH) kunnen bossen een substantiële bijdrage leveren aan de CO-reductie. De bijdrage aan het overheidsbeleid - vermindering van de jaarlijkse CO-uitstoot in 1995 met 21 miljoen ton - bedraagt zelfs 9 procent als een gebied van 100.000 hectare wordt gebruikt voor extra bosaanleg. Daarop worden populieren geplant die om de vijf jaar worden geoogst. Het hout wordt na droging verbrand in elektriciteitscentrales. 100.000 hectare is een gebied van 1000 vierkante kilometer, ongeveer zo groot als de Flevopolders.

De bijdrage aan de CO-reductie ontstaat doordat vermeden kan worden dat gas, aardolie of steenkool wordt ingezet voor elektriciteitsopwekking. Dat is immers de gangbare praktijk: fossiele koolstof wordt uit de aarde opgedolven en aan de atmosfeer toegevoegd. Wie daarentegen hout stookt uit vernieuwbare bossen, voegt niets toe, de kringloop is gesloten.

Maar met hout kan veel meer gebeuren. Veel produkten worden nu gefabriceerd met energie-verslindende processen. Aluminium raamkozijnen kosten zeer veel elektriciteit (en dus CO), plastic kratten, kunststof schroten, betonnen bielzen, stalen meubelen, kunststof parket of vloerbedekking en kunststof kratten kunnen net zo goed - of zelfs beter - van hout worden gemaakt, waardoor aardolie wordt uitgespaard. Met produktsubstitutie kan dus ook een belangrijke reductie van de CO-emissie worden bereikt.

(Hoe blind veel mensen hiervoor zijn bleek onlangs in de Verenigde Staten, waar de regering-Clinton met goede bedoelingen alle groente- en fruitkratten vervaardigd wilde zien van plastic. Plastic zou immers recyclebaar zijn en hout niet. Dat hout via de atmosfeer een kringloop vormt, werd even vergeten. Het voorschrift werd na veel gelobby van de houtindustrie ingetrokken.)

Omdat populieren van vijf jaar geen hout leveren met enige waarde voor produktsubstitutie, werden ook andere houtsoorten bekeken. Sikkema van de Stichting Bos en Hout vergeleek eiken/beukenbossen met een omlooptijd van 150 jaar met dennenbossen van 75 jaar en populierenbossen van respectievelijk 15 en 5 jaar. Bij elk bostype werd de gemiddelde bijgroei over 300 jaar in de berekening opgenomen.

Grootste bijdrage

Het blijkt dat dennenbossen de grootste bijdrage kunnen leveren aan substitutie van niet-hout produkten: 784 ton CO per hectare (over 300 jaar). Met populieren van 15 jaar oud kun je niet veel produkten vervangen, maar er is wel erg veel hout beschikbaar, waaruit heel wat kratten en pallets gemaakt kunnen worden: 653 ton CO per hectare. Met eike- en beukehout vallen veel produkten te fabriceren. Helaas zijn eiken en beuken langzame groeiers, in 300 jaar zijn slechts twee oogsten mogelijk. Daarom is de vervanging van niet-hout produkten het minst: 182 ton per hectare.

De studie van Sikkema was zeker niet uitputtend. Zo werden bijvoorbeeld heipalen niet meegerekend, laat staan houtskeletbouw in plaats van de gebruikelijke betonnen heipalen en betonnen systeemwoningen. De cementindustrie in Nederland is goed voor 1 procent van de nationale CO-uitstoot. Heipalen hebben nog het grote voordeel dat de koolstof weer - letterlijk - in de grond wordt gebracht. Het is het enige produkt dat CO aan de atmosfeer onttrekt en voor eeuwig vastlegt. Het komt niet weer in de atmosfeer na een zekere levensloop, zoals meubelen, bielzen of brandhout. (Wonderlijk dat het ministerie van VROM, dat convenanten afsluit over de onbenulligste dingen, zoals waterafdunbare grondverven in de trappenindustrie, nooit op het idee is gekomen om de eigen woningbouwvoorschriften onder de loep te nemen.)

Welke bossen leveren nu de grootste bijdrage aan de vermindering van de CO-emissie? Het antwoord blijkt duidelijk uit de tabel: de populierenplantages met omlopen van vijf jaar voor de produktie van brandhout. Op grote afstand gevolgd door dennebomen (vurenhout) en populieren van 15 jaar. Hekkesluiter is het eike/beukebos. Jammer, want de natuurwaarde van populierenplantages is vrijwel nul.