Exotisch Amsterdam

Dit is een sterk bekorte versie van een hoofdstuk uit 'Waardevolle bomen in Amsterdam', november 1993, 174 blz. geïllustreerd. ISBN 90 9006686 1. In dit boek is de complete lijst opgenomen van alle exotische bomen in Amsterdam met precieze standplaats. Dit boek is te verkrijgen door storting van ƒ 23,-. op giro 4595304 ten name van Stedelijk Beheer Sport onder vermelding van titel. Het is ook te koop bij Bosmuseum Amsterdamse Bos en het Hugo de Vries infocentrum Plantage Middenlaan 2.

Liefhebbers van exotische bomen buiten Amsterdam die moeite hebben met het determineren, zouden zich kunnen wenden tot de Nederlandse Dendrologische Vereniging, Stamerweg 14, 3941 XJ Doorn.

In 1951 kwamen wij naar Amsterdam en gingen op het Stadionplein wonen. Ons blok was toen het laatste van de stad. Op zaterdagmiddag zwierf ik met de kinderen over het nabije opgespoten terrein en over de Ringdijk, waar veel struiken en boompjes waren opgeschoten, en langs de Zuidelijke Wandelweg, waar wij vogelnestjes wisten. Wij hadden in dit gebied ook een soort volkstuintje met perebomen en aardbeien en met veel gewone en rugstreeppadden. Vanaf de landelijke Amstelveenseweg kon je over de weilanden en langs de boerderijen nog tot aan de Amstel kijken.

In 1965 verhuisden wij naar de Albrecht Dürerstraat, bij de Beethovenstraat, en vanaf 1970 liep ik iedere morgen naar de Vrije Universiteit in het inmiddels bijna volgebouwde Buitenveldert.

Nadat ik in 1986 gepensioneerd werd begon ik de dag - en ik doe het nog steeds - door met de honden als het weer het even toelaat een wandeling van één à anderhalf uur te maken. Wij lopen door heel Zuid, van de 'Wolkenkrabber' tot de Schinkel en van achter Station-Zuid en de RAI tot in het Vondelpark en de prachtige tuinen van het Rijksmuseum.

Er is veel te zien: de opmerkelijke ruimtelijke indeling, de verschillende bouwstijlen, de talrijke gevelstenen en beelden, de vaak mooi beschilderde naambordjes, de verscheidenheid van de gietijzeren deksels en dekseltjes in de straten, de huisvlijtprodukten op de vensterbanken en nog veel meer.

Al spoedig begon ik speciaal op de bomen te letten. Ik wist daar niets van - ik ben een laboratoriumbioloog - maar werd gefascineerd door de pracht in bloei en vorm van deze grootste levende wezens. Ik schafte goede literatuur aan, nam takjes mee naar huis en ging determineren. En toen begonnen de ontdekkingen.

Allereerst gingen mijn ogen er voor open dat iedere straat met specifieke bomen beplant is. De mijne met ginkgo's en, een rondje lopend, de Anthonie van Dijckstraat met meelbessen, de Quinten Massijstraat met linden, de Gerrit van der Veenstraat met iepen en de Jan van Eijckstraat met haagbeuken.

Maar er was meer. Tot mijn verrassing merkte ik dat in mijn directe omgeving, waar ik tientallen jaren klaarblijkelijk blind had rondgelopen, niet alleen bovendien wilgen, populieren, meidoorns, acacia's, platanen, kastanjes, elzen, essen, esdoorns en lariksen groeien, maar ook moeraseiken, Libanonceders, trompetbomen, tranendennen, amberbomen, hybiscussen en dwergkweeën.

Verder vond ik tot mijn dagelijks groeiende verbazing op mijn wandelingen zo maar in de stad bomen die volgens mijn boeken zeldzaam of zeer zeldzaam zijn en waarvan ik deels nog nooit gehoord had, zoals kurkboom, moseik, tamarisk, camelia, koelreuteria, hemelboom, Nothofagus, sleedoorn, echte tulpenboom, vaantjesboom, Paulownia, doodsbeenderenboom en pruikeboom.

Botanische collega's van elders die ik er van vertelde stonden hiervan perplex en konden nauwelijks geloven dat ik in Amsterdam zelfs augurkestruiken en pimpernoten tegenkwam. Sommige van deze bijzonderheden staan in parken of tuinen, maar ze staan ook wel gewoon in straten, zoals de magnifieke valse christusdoorns met hele bossen vertakte stekels en 40 cm lange bruine platte peulen in de Speerstraat, en de in augustus stralend geelwit bloeiende honingbomen in de Hondecoeterstraat.

Er staan zelfs bomen die volgens mijn collega's op onze breedte eigenlijk niet kunnen groeien. Wij waren eens op bezoek bij Ds. Hoekert van de Willem de Zwijgerkerk aan de Olympiaweg. Hij vertelde dat er op de binnenplaats achter de kerk in een hoek een rare, hem onbekende boom stond. Ik ging kijken en determineerde hem als Cercidiphyllum japonicum (katzuraboom). Om zeker te zijn zond ik een takje naar mijn oude studievriend de bekende botanicus prof. V. Westhoff uit Nijmegen. Na nog een specialist in Antwerpen geraadpleegd te hebben bevestigde hij mijn determinatie. Hij had er zelf in Nederland nog nooit een gezien. Twee andere botanische hoogleraren, van de VU en uit Utrecht, zeiden dat deze vorstgevoelige boom in ons land onbestaanbaar is. Mijn boom steekt echter boven de huizen uit! Hoe was hij achter de kerk gekomen?

Speurwerk leidde er toe dat ik op een morgen werd opgebeld door de gepensioneerde heer E. Mos uit Landsmeer. Hij vertelde dat hij vroeger kerkvoogd van de Willem de Zwijgerkerk was geweest in de periode dat hij Hoofd-Tuinarchitect van Amsterdam was en te maken had met de voorbereiding van de Floriade-1972. In die tijd, 1968, moest een iep achter de kerk gerooid worden en hij heeft toen ter vervanging voor de aardigheid een Cercidiphyllum voor de kerk gekocht en zo staat hij daar na 25 jaar nog.

Het is leuk om te vermelden dat ik sindsdien drie kleine exemplaren van deze soort heb gevonden aan het hek van de Valeriuskliniek, en één in een tuin aan de Henri Viottakade, terwijl ik kort geleden een jong exemplaar aan de Koningslaan, een ander aan de Messchaertstraat, en een volgroeide boom aan het Albert Hahnplantsoen vond. Botanici moeten eens een excursie naar Amsterdam organiseren! Dan kunnen zij ook de metershoge palm aan de Koningslaan bekijken.

Ik loop tijdens de wandelingen ook voortdurend te eten: vruchten van de krenteboompjes, 'kersen' van de gele kornoeljes, rode 'bessen' van de taxus, bramen, tamme kastanjes, hazelnoten van de gewone en van de boomhazelaar, walnoten, vlierbessen, wilde en sierappeltjes, mispels, rozebottels, aalbessen uit een plantsoentje, en moerbeien (de dikste moerbeiboom van Nederland leunt op het drukke Roelhof Hartplein over het hek van de daar staande school). Maar er zijn natuurlijk ook kruisbessen, frambozen, kersen, peren, pruimen en perziken en ik weet wel acht vijgebomen aan de straat te staan.

De conclusie waartoe mijn speuren leidde is dat in Amsterdam-Zuid door de voortreffelijke activiteiten van Groenvoorzieningen en van de bewoners zeer veel bomen uit Noord- en Zuid-Amerika (tot Vuurland toe), uit Noord-Afrika en uit Azië (van de Kaukasus tot Japan) broederlijk met Europese verenigd staan. En dat geldt niet alleen voor Zuid, maar ook voor heel Amsterdam.

Twee voorbeelden. Vanuit lijn 24 ontdekte ik op de hoek van de Vijzelgracht en de Weteringsschans twee in ons land zeldzame Oosterse platanen, verschillend van de gewone platanen, terwijl ik ergens achter het AMC al jaren een hier per definitie onbestaanbare Australische eucalyptus weet te staan. In Zuid ontdekte ik overigens onlangs aan de Apollolaan ook een eucalyptus (van een ander soort).

Om exotische bomen te zien hoeven wij dus niet naar speciale bomentuinen in Wageningen of elders te gaan. Ze pronken in Amsterdam, dat niet alleen een Artis heeft, maar zelfs één groot Arboretum is! Het feit dat de bewoners van onze kosmopolitische stad uit alle werelddelen afkomstig zijn wordt dus gereflecteerd door ons bomenbestand. Wellicht mede daardoor voelen onze exotische soortgenoten zich onbewust hier zo thuis!