Diep

Jarenlang was ik te duur, maar nu mag ik weer een paar uur in de onderbouw lesgeven. Niet aan een tweede klas zoals ik hoopte, maar aan klas 3y. Tweede klassen zijn druk en vrolijk, voor derde klassen ben ik een beetje bang.

Een derde klas is een collectieve chronische depressie. Het kost biologisch zoveel energie om de geslachtsrijpheid te laten rijpen, dat de gemiddelde derde klasser een gemelijk sjagrijn is. Het kan ook zijn dat faseverschil oorzaak van de somberheid is. De meiden liggen op veertienjarige leeftijd zoveel voor: kindvrouwtjes zitten in een klas samen met mannetjeskinderen. Misschien moeten we de meisjes uit de derde bij de knullen uit de vijfde zetten voor een prettige werksfeer.

(In mijn eigen 2c eeuwen geleden, zaten twee vrouwelijke zittenblijvers. Soms zat ik niet schuin achter maar op gelijke hoogte met deze vrouwen. Als ik dan tersluiks naar rechts keek en zij leunden verveeld naar voren, werd mijn blik gegrepen door enorm opbollende truitjes die mijn verbijsterde begeerte opwekten. Tegelijkertijd begreep ik dat het ongepast was, niet dat ik keek, niet dat ik begeerde, maar dat ik bij deze volwassenen in één klas zat.)

In deze 3y zit een mannelijke anomalie. Door zitten blijven en daarbij nog kromme genen of een gunstig dieet ziet deze 1 meter 85 lange knul er uit als een echt stuk. Zijn gebronsde stem steekt vreemd af tegen het gepiep van zijn nog niet mannelijke klasgenoten. Dikwijls gaat de omslag naar geslachtsrijpheid gepaard met een woeste explosie van acné, bij jongens waarschijnlijk meer dan bij meisjes omdat het proces zich zo razendnsel voltrekt, maar deze bink heeft er geen last van. Zelfs meiden uit de vijfde zijn zó gebiologeerd, dat ze speciaal voor hem hun manen van links naar rechts zwiepen met daarbij een blik van 'kijk eens hoe lekker ik ben'. Bij zijn nieuwe kapsel gaven de dames van 3y als moederlijk commentaar: “een stuk beter zo”.

Ach, 3y. De meiden zitten links en zeuren, klagen, mekkeren, hangen, trutten, pielen, kletsen, mieren en rechts zitten de jongens onwennig in door hun moeder gekochte kleren gehuld, ze zijn altijd onwennig, ze zijn van nature onwennig, en zeggen niets. Ze luisteren naar het broeien tussen hun benen. Nog even, jongens.

Vooraan, bijna binnen handbereik, zit Marieke. Marieke vertoont ultiem vermijdgedrag. School is voor haar de belangrijkste belemmering bij het leren. Haar en de rest van 3y enthousiast kennis laten verwerven is een uitdaging als de beklimming van alle achtduizenders in één week. Wanneer ik les geef aan 3y, denk ik met collega vanderK: “onderwijs is oorlog”.

Aan het begin van het uur kijk ik, mij iedere les weer verbazend, naar het onderuit gezakte stelletje. Tot tien tellen, Zen, ademhalingsoefeningen, sensitivity training, alles heb ik nodig om mijn geduld te bewaren, om niet cholerisch: “krijg de kolere” te roepen. Hier baart oefening geduld.

De klassen die aan je lippen hangen, die altijd opgewekte slimme gemotiveerde kinderen, daar is geen kunst aan. Dit is het echte werk. Hier is te scoren. Als je dit lieftallige tuig opgewekt en aan het werk weet te krijgen, dan heb je wat gepresteerd.

Bibberend van de zenuwen werd ik vanmorgen ontvangen, velen straalden bij het horen van hun proefwerkpunt, de onvoldoendes veroorzaakten bij anderen doffe melancholie, bij een enkeling woede. Zelden zag ik zulke betrokken, geïnvolveerde leerlingen. Pubers zijn diep, zó diep.