DE KERSTBOOMINDUSTRIE

In driekwart van de Nederlandse huishoudens met een echte kerstboom staat een Picea abies naast de centrale verwarming. Deze traditionele kerstboom verraadt zich door regelmatige naalduitval en een donkergroene kleur.

Ook naaldverliezend, maar blauwig tot grijs van kleur en zeldzamer is de Picea omorika. Weinig bezitters van deze bovenmodale boom beseffen dat ze hun kerstfeest vieren rond een Servische spar. De soort komt oorspronkelijk uit Servië komt, maar wordt gekweekt in Denemarken, Nederland, België of Duitsland.

Boomkweker A.P.W. Stabel uit Best: 'De omorika is een wat slankere boom, meestal wat mooier van vorm en wordt bijna altijd met een kluitje geleverd, wat voorkomt dat hij snel uitdroogt en zijn naalden verliest.''

Voor een nog luxere boom, een boom die zelfs naast de centrale verwarming zijn naalden vasthoudt, is de overstap nodig naar een zilverspar (geslachtsnaam Abies). De Abies nordmanniana komt oorspronkelijk uit de Kaukasus en Noord-Oost Turkije. Hij heeft een gladde grijsbruine stam - soms met lichte harsvlekken - en stevige groene naalden. De nordmanniana houdt niet alleen zijn naalden vast, hij ruikt ook nog lekker. Een paar procent van de Nederlandse kerstbomen zijn nordmanniana's. In Duitsland beheerst de soort al 40% van de markt. Deense kwekers hebben de nordmanniana op grote schaal aangeplant toen ze doorkregen dat Duitsers voor zo'n boom driemaal de prijs van een gewone kerstboom (Picea abies) willen betalen. In Amsterdam doet een Abies nordmanniana van 2,5 meter wel 60 gulden.

Abies nobilis (een blauwgrijze variant) en Abies koreana (die in Nederland ook als kleine boom rechtopstaande paarse kegeltjes heeft) zijn twee andere zilversparren die soms als kerstboom dienen, maar vaker als snijgroen naast de hulst worden gebruikt.

De Europese kerstboomkwekers leveren jaarlijks 50 miljoen kerstbomen. Moet voor 50 miljoen kerstbomen een halve provincie omgehakt worden? Het valt wel mee. Als een gemiddelde kerstboom twee vierkante meter nodig heeft, zou 100 miljoen vierkante meter volstaan - 10 bij 10 kilometer. Aan de kerstboomhonger valt op Europese schaal makkelijk te voldoen.

Duitsers en Engelsen zijn de grootverbruikers. Nederlanders kopen dit jaar naar schatting 2 tot 2,5 miljoen kerstbomen. De Europese kwekers zijn verenigd in de European Christmas Tree Association, een door de Europese Unie gestimuleerde club met vertegenwoordigers uit 9 EU-landen. Ze wisselen ervaring uit over soorten en kweekmethoden. Kerstdennenteler Van Esch (van Wim van Esch International in Schijndel) is Nederlands lid van de Christmas Tree Association.

Van Esch: 'De meeste bomen voor Nederland komen uit Denemarken. Dat is de laatste drie jaar zo. Een kwart komt nu uit eigen land, 15% uit België en ik denk 10% uit Duitsland.'' Nederlandse kwekers exporteren op hun beurt naar Engeland, Frankrijk en soms naar Spanje en Italië. Nederlandse bomen hebben als voordeel dat ze in losse zandgrond groeien en daarom makkelijk met kluit kunnen worden gestoken. In heuvelachtige buurlanden groeien de bomen vaak op stenige grond en is oogsten met kluit moeilijker.

Kunstboom

De Denen maken het de nationale kwekers niet gemakkelijk. De Deense bomen zijn goedkoop. Echt mooi zijn ze vaak niet. 'Maar onze grootste concurrent is de kunstboom,'' aldus Van Esch, die in Nederland, België en Duitsland op ongeveer 1.000 hectare kerstbomen verbouwt. 'De tuincentra schatten dat er dit jaar 200.000 tot 225.000 kunstbomen in Nederland worden verkocht. Vorig jaar is de kunstboom echt doorgebroken en waren het er net zoveel. Uit Amerikaanse cijfers weten we dat zo'n kunstboom drie jaar mee gaat, dus zeg maar dat er volgend jaar zo'n 850.000 à 900.000 kunstbomen in Nederland in gebruik zijn.''

Dat kost de kwekers jaarlijks een derde van hun potentiële omzet. Van Esch: 'In Amerika gaan de meeste kunstboomgebruikers na die drie jaar weer terug naar een natuurboom.'' De overstap naar kunstnaalden hopen de kwekers te vertragen - en de terugschakeling te versnellen - door het leveren van kwaliteitsbomen. Van Esch: 'Wij leveren vooral aan de tuincentra en proberen daar ook de deskundigheid te verhogen. Maar op het beslissende moment staat er vaak een schooljongen die van niks weet buiten de kerstbomen af te rekenen.''

Tegenover de kunstboom stellen de kwekers de kwaliteitsboom. Ze gruwen van de 'straathoekhandel' waar de gruwelijkste groeisels nog voor kerstboom doorgaan.

Een goede kerstboom wordt tijdens zijn groei omringd met zorg. Goed zaad is de basis, een beschermde en bemeste driejarige kindertijd volgt, en daarna een groeitijd van drie tot zes jaar. De teler snoeit in die groeijaren de boom, bestrijdt onkruid en freest de bodem om uitgebreide wortelvorming tegen te gaan, wat een compacte, volle boom van de ideale vorm oplevert. In het oogstseizoen zorgt een kalium- en magnesiumgift voor een mooie groene kleur.

Van Esch laat het zaad door eigen mensen inkopen, tot in Rusland toe. Stabel koopt het van een viertal betrouwbare handelaren die weten van welke percelen het zaad komt en die aangeven hoe goed het kiemt. Meestal gebruikt hij zaad uit Duitsland.

Lopend over zijn kwekerij wijst Stabel op een langgerekt bed met sparretjes van ongeveer 30 cm hoogte: 'Dat is een kerstboom van zaad van een selectie van Sven de Vries van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek in Wageningen. Die heeft in heel Nederland fijnsparren uitgezocht die er als kerstboom mooi uitzien. Takken ervan zijn op een onderstam geënt en bij elkaar in een zaadtuin gezet. Door kruisbestuiving krijg je zaad waar variatie in zit, maar waar toch goede kerstbomen uit moeten kunnen komen. Dit jaar heb ik daarvan voor het eerst driejarige boompjes afgeleverd.''

Stabel zaait in het voorjaar op een hectare een tiental soorten en varianten naaldbomen in. Het resultaat van dit voorjaar staat er als plantjes van hooguit een decimeter. De plantjes zijn tegen alle weersomstandigheden bestand. Onkruid is de grootste vijand. Stabels kwekerij gebruikt weinig bestrijdingsmiddelen en is een 'voorbeeldbedrijf' voor zijn branche. Hij voldoet aan eisen die pas tegen 2000 voor alle kwekers gelden. Stabel schoffelt de helft van het jaar.

In voorjaar of herfst worden de kleine boompjes op ruimere percelen uitgeplant. Voor het uitplanten heeft Stabel 4 hectare beschikbaar. Jaarlijks ligt in de zomer een hectare 'braak'. Daarop groeit bladramenas als groenbemester. De topdrukte van verplanten en afleveren valt in november en begin december en in maart en april. Na 1 mei verplant hij geen boompje meer en begint de onkruidcampagne.

Kerstbomen zijn na drie jaar 40 centimeter. De boompjes worden machinaal uit de grond gehaald met een soort omgebouwde preischudder, met de hand gesorteerd, gebundeld per 50 stuks en op een palet naar de teler vervoerd. Eenderde van zijn produktie van bijna een half miljoen boompjes per jaar verkoopt Stabel aan echte kerstbomentelers, de rest is voor de bosbouw.

Frezen en snoeien

De tijd dat kerstbomen afvalprodukt waren van het uitdunnen van aangeplante bospercelen ligt al 25 jaar achter ons. Stabel, wiens betovergrootvader in 1870 zaden van dennebomen verzamelde en ze verkocht aan Brabantse burgemeesters die er dennebossen voor de produktie van mijnpalen van aan lieten leggen: 'Die eerste uitdunning na een jaar of zes is verdwenen. De bomen voor de bosaanplant worden nu verder uit elkaar gezet en pas na meer dan tien jaar voor het eerst gedund. Tegenwoordig worden er 2500 tot 3000 op een hectare geplant, vroeger was dat meer dan dubbel zoveel. Als je er minder zet groeien ze toch nog wel in lange rechte stammen zonder zijtakken. Dat levert produktiehout zonder knoesten.''

Kerstbomen groeien op landbouwgrond, niet op bosgrond. Wie bos aanplant mag een perceel na 5 tot 8 jaar niet zomaar kappen. Dat verbiedt de Boswet. Een kerstbomenbos moet goed bereikbaar zijn voor machines en personeel. Jaarlijks een decimeter diep frezen van de grond tussen de bomen verhindert dat de altijd oppervlakkig wortelende naaldbomen te veel wortel zetten en daardoor te royaal uitgroeien. Een boom met weinig wortels kan alleen maar compact groeien en dat is precies wat de kerstboomkoper wil. Veel bomen groeien vanzelf uit tot de ideale kegelvormige kerstboomvorm. Maar schade door schimmels, insekten, wild en vogels, of door ongunstig weer kan de ideale lijn tijdens de groei verstoren.

Met snoeien valt veel te restaureren. Een verloren top (waardoor het predikaat kerstboom welhaast verloren is) is te herstellen, maar vergt vaak een extra groeijaar. In een natte niet te koude zomer (zoals we dit jaar in Nederland hadden) schieten de takken vaak ver door zonder zijscheuten te vormen. Die doorschieters moeten ingekort.

Kwekers in het noordwesten van de Verenigde Staten - een traditioneel kerstbomengebied waar het streven naar de boom met keurmerk verder is gevorderd dan in Europa - schatten dat 60% van de bomen eenmaal vormcorrectie behoeft en 30% tweemaal of vaker.

Na (afhankelijk van de soort) vier tot zeven jaar opkweken van boompjes die bij aanplanten al drie oud waren, wordt het perceel in drie jaar tijd geoogst. In het eerste oogstjaar worden vooral de betere bomen gezaagd. Het tweede jaar ook wat tweede keus. En het derde jaar wordt het perceel geruimd. De onderkwaliteit komt meestal op de straathoek terecht. De ideale boomlengte ligt momenteel tussen de 1,75 en 2,25 meter.

Kerstbomen groeien niet zonder bemesting en vaak ook niet zonder bestrijdingsmiddelen. Een goede kerstboom verliest geen naalden in de paar jaar van zijn leven. Na de oogst haalt de teler ook vaak de oude wortelstompen uit de grond. Een kerstboom bouwt geen humuslaag op en put de grond alleen maar uit. Bemesting voor een nieuwe aanplant is daarom noodzakelijk. Op landbouwgrond die volgens de regels van de Europese Unie braak moet liggen kan de eigenaar met EU-subsidie bos aanplanten. Maar kerstbomenteelt is daarop niet toegestaan.

Kloonkerstboom

De gekloonde kerstboom heeft de Europese huiskamer nog niet bereikt. De Amerikanen vermeerderen hun kerstdouglasspar door vegetatieve vermeerdering van de wortels. Een vorm van klonen. De Amerikanen tonen zich nog niet erg enthousiast over het klonen met stukjes tak als uitgangsmateriaal. Het zou bomen leveren die binnen de hun gegeven tien jaar geen goede kerstboomvorm krijgen.

De jaarlijkse bijeenkomst van de European Christmas Tree Association werd dit jaar echter toegesproken door een Duitse professor die voorlichting gaf over het klonen van de kerstboom. Kerstboomkweker Van Esch: 'Samen met enkele Belgische kwekers hebben we nu een paar percelen met gekloonde planten staan. We hebben een boom gekloond die pas in mei gaat uitlopen en dus geen last zal hebben van nachtvorst, waardoor groeiende kerstbomen ernstig kunnen worden beschadigd.''

Andere moderne tuinbouwtechnieken zijn in de VS al doorgedrongen in de kerstboomteelt, zo blijkt uit een rapport van de Ierse bosbouwer A. Pfeifer die langs kerstboomtelers in de staten Oregon en Washington reisde. Er vindt zaadselectie plaats op groeisnelheid, ziekte- en vorstresistentie, kerstboomvorm en kleur. Enten op een onderstam is vrij normaal voor de duurder soorten. In de grote kerstboomgebieden worden de plantages vanuit de lucht bemest en met bestrijdingsmiddelen besproeid. Er rijst verzet tegen deze techniek van de verschroeide aarde. Sommige kwekers experimenteren met houtvezelmatten die rond de net aangeplante boompjes worden gelegd. In de matten zijn herbiciden en meststoffen verwerkt. Ze lossen langzaam op door een wateroplosbare hars waarmee de vezels aan elkaar zijn verlijmd. De oogst wordt per helikopter afgevoerd, dat bespaart afvoerwegen in de percelen die 10% van de ruimte in beslag nemen.

Uitdrogen

Begin november, eind oktober al trekken de zagers en stekers de kerstboompercelen in om te oogsten. Kerstbomengroothandels adverteren in de vakbladen voor bloemisterijen en tuincentra met hun kijkdagen vanaf eind november. Krijgt de consument daardoor een oude dode boom in huis?

Boomfysiologe dr. E.G. Steingröver van het Wageningse Instituut voor Bos en Natuuronderzoek: 'Als een boom na het omzagen of uitsteken koel, donker, vochtig en niet te dicht opeen gepakt wordt bewaard blijft hij heel lang goed. Naaldbomen groeien bij ons vanaf mei tot in oktober. Daarna gaan ze in rust en staat hun stofwisseling op een zeer laag pitje. Er is nauwelijks fotosynthese en ze transpireren ook bijna niet. Zelfs een afgezaagde boom blijft dan heel lang goed.''

Huiskamer

Pas als de kerstboom op zijn plaats van bestemming komt, in de huiskamer, gaat het mis. Steingröver: 'Bij een hoge temperatuur en iets meer licht komt de fotosynthese weer op gang. Om koolstofdioxyde binnen te laten zet de boom de huidmondjes, die aan de onderkant van de naalden liggen, open. Door de open huidmondjes begint de boom vervolgens vocht te verdampen. Door het grote verschil tussen vochtigheidsgraad in de boom en de droge huiskamer verdampt de boom als een razende. Op gegeven moment komt er wel een signaal dat er teveel water verloren gaat, maar het sluiten van die huidmondjes is een delicaat proces.''

Voor een afgezaagde boom is het zelfs een onmogelijke opgave. De huidmondjes gaan alleen dicht als de wortels signaalstoffen (hormonen) naar boven sturen die de sluiting bevelen.

Steingröver: 'Omdat de huidmondjes open blijven treft de boom een aantal noodmaatregelen die neerkomen op versnelde veroudering. Hij schrijft naalden af, want dat vermindert het verdampende oppervlak. Het hechtingspunt tussen naald en tak verdroogt dan. Als je tegen zo'n boom aanstoot vallen er ineens een hele hoop naalden naar beneden.''

Een afgezaagde boom houdt het iets langer uit als hij niet stomweg op een kruis is getimmerd, maar in een emmer met vochtige tuinaarde staat. Het verdampen veroorzaakt een zuigkracht onder aan de stam. Normaal gesproken zorgt ook een osmotische potentiaal voor het omhoogpompen van water door de stam. In de bladeren is de zoutconcentratie hoger dan in de wortels.

Een boom met kluit houdt het langer uit. 'Maar,'' zegt Steingröver, 'meestal heeft een kerstboom een zeer bescheiden kluitje met vrijwel alleen houtige wortel en vooral de niet-houtige wortels zijn belangrijk bij de wateropname. Een voordeel is wel dat een boom met zo'n kluitje zijn huidmondjes nog kan sluiten. Hij kan de verdamping beter reguleren. Zo'n boom houdt het binnen dus wat langer uit, maar wie hem probeert te planten merkt dat hij in de tuin maar zelden aanslaat.''

Daar verkopen we een kerstboom met kluit helemaal niet voor, roepen de kwekers in koor. Een kerstboom met kluitje (met stomp, zegt de kweker ook wel) is bedoeld om een boom die drie weken binnen staat, van een week voor kerst tot driekoningen, niet helemaal kaal te laten worden. Het is puur geluk als zo'n boom nog aanslaat, en meestal wordt het een marginaal bestaan.

Kweker Stabel: 'Een kerstboom die je ieder jaar binnen wilt halen moet je tijdens de groei al ieder jaar rondsteken om een goede kluit te vormen. Zo'n boom wordt al snel dubbel zo duur want hij groeit ook nog eens langzamer. Bij de oogst moet er een dikke kluit aan zitten, wel van een halve meter doorsnede. Dat is zwaar, dus ook weer moeilijk te vervoeren.''

Ir. S. de Vries, bosbouwkundige aan het IBN: 'De beste kans heeft de boom als hij daarna het hele jaar met zijn kluit in een pot staat. Dan nog krijgt de boom een opdonder als hij uit de vaak vochtige buitenlucht van ten hoogste 12 graden in een droog centraal verwarmd huis van 20 graden komt. Het beste is waarschijnlijk om hem een week of twee ervoor en erna in de schuur te zetten, zodat de temperatuurschok niet zo groot is. En hem kort binnen houden, op zijn hoogst van de kerstdagen tot nieuwjaar. Het is een kwestie van voorbereiden. Eigenlijk moet je in het voorjaar een spar kopen en hem in een pot zetten. Als je het goed doet heb je de kans dat je een aantal jaren plezier van zo'n boom hebt.''

De meeste mensen vinden die moeite te veel en wijken voor een naaldbehoudende boom uit naar andere soorten dan de traditionele Nederlandse kerstboom Picea abies. De hoop is daarbij gevestigd op de in Duitsland al zeer populaire Abies nordmanniana. Kweker Stabel: 'Vorig jaar hadden we zelf een nordmanniana als kerstboom. Die heeft in huis hooguit een paar naalden verloren. Van de zomer lag hij nog achter op het terrein. Hij was verdroogd, maar zeker de helft van de naalden zat er nog aan.''

Boomfysiologe Steingröver vermoedt dat Abies nordmanniana vanwege zijn mediterrane afkomst beter tegen droogte kan dan Picea abies. Bomen die aan droogte gewend zijn reageren er over het algemeen beter op. Het kan ook nog een mechanische kwestie zijn. Bij een abies lijkt het wel of de naald naar de twijg verbreedt en met een zuigertje op de tak vast zit. Trek er een naald af en er blijft een rond plekje achter. De fijnspar heeft maar een klein contactvlakje tussen naald en twijg.

Of de teelt van de nordmanniana in Nederland ooit van de grond komt is nog afwachten. Stabel gelooft er wel in: 'De nordmanniana is een mooie boom, maar maak er nog niet te veel reclame voor, want het duurt nog een jaar of vijf voor Nederlandse kwekers ze in grotere aantallen op de markt kunnen brengen. Hier in de buurt staan er nu ettelijke duizenden, maar het is een langzame groeier en de boom moet alles bij elkaar toch wel een jaar of acht staan voor hij kan worden geoogst.'' Kweker Van Esch plant hem echter alleen in Sauerland en de Ardennen, op hoogte. In Nederland is zijn groeiseizoen te lang, waardoor hij uit zijn krachten groeit. Van Esch: 'Hij groeit hier vijf maanden per jaar, dat is veel te lang.'' Een te snelle verandering van voorkeursboom is dus net zo'n strop voor de Nederlandse kerstboomteelt als de kunstboom.

Picea en Abies zijn geslachtsnamen binnen de dennenfamilie (Pinaceae). De dennenfamilie behoort tot de orde Coniferales binnen de klasse Coniferopsida en de onderafdeling van de naakzadigen (Gymnospermae) in het plantenrijk. Tot de dennenfamilie horen naast Picea en Abies nog de geslachten den (of pijnboom, Pinus), larix (Larix) en douglasspar (Pseudotsuga).

Larixen zijn ongeschikt als kerstboom omdat ze hun naalden al kwijt zijn lang voor ze binnen staan. Larixen verliezen hun naalden in de herfst, wat stedelingen 's winters in het bos bij een larixopstandje vaak doet verzuchten dat het nu toch wel heel erg wordt met de zure regen.

Pinussoorten, in Nederland vooral vertegenwoordigt door de grove den (Pinus sylvestris), vinden wij ongeschikt als kerstboom, maar Amerikanen gebruiken hem wel. De douglasspar is te groot, te onregelmatig en te grof voor binnen, vinden wij, maar de Amerikanen zijn er dol op, als hij maar jaarlijks gesnoeid is. De ideale kerstboomvorm wordt dan zeer dicht benaderd.