Buitenlanders ongewenst

Bomennieuws. Uitgave van de Bomenstichting, verschijnt zesmaal per jaar. ISSN 0166-784 X. Jaarabonnement ƒ 35,- Bomenstichting, Oudegracht 201-bis, 3511 NG Utrecht. Tel. 030-340778.

'Achter in onze tuin stonden twee oude, knoestige Tamme kastanjes. Ze waren prachtig in het voorjaar, als de bladeren uitliepen. Ze waren schitterend als ze in de zomer bloeiden. In het najaar zochten we vol spanning in de eerste afgevallen, stekelige bolsters naar de eetbare vruchten. En de hele winter stond er een kist vol kastanjes in de kelder, waar we stevig van door aten, maar die nooit leeg kwam.''

Zo verwoordt Marjan van Elsland in Bomennieuws, het huisblad van de Bomenstichting, haar jeugdherinneringen aan de bossen achter Nijmegen. Woedend was ze dan ook toen onlangs het gerucht ging dat de Tamme kastanjes in deze bossen rigoureus zouden worden uitgeroeid. De Tamme kastanje (Castanea sativa), van origine een mediterrane soort, is zo'n 2000 jaar geleden door de Romeinen in ons land ingevoerd om zijn unieke combinatie van snelle groei en toch hard hout. Een exoot dus, die hier niet thuis hoort, zo liet de Natuurbeschermingsraad onlangs weten.

De Bomenstichting keert zich tegen deze heksenjacht. In zogenaamde bosreservaten, waar de natuur zijn gang mag gaan en op den duur weer oerbos (nou ja...) moet ontstaan, leggen de boombeschermers zich er met bloedend hart bij neer dat exoten daar moeten verdwijnen, al wordt geleidelijkheid bepleit. Maar in andere, multifunctionele bossen, die voor hout, natuur èn recreatie moeten dienen, geven juist exoten het bos kleur en fleur, zoals de donkergroene douglas, de knalgele larix, de blauwgroene grove den en de rood-geel-groene Amerikaanse vogelkers.

Bovendien doen die exoten het in ons land soms erg goed, beter zelfs dan het kwakkelende inheemse bos. Een belangrijke reden daarvoor is dat deze soorten een deel van hun oorspronkelijke natuurlijke vijanden in hun thuisland hebben achtergelaten. Nu wij onze milieuproblemen rond verzuring, vermesting en verdroging niet zo snel de baas worden als voor de bossen zou moeten, kunnen we de succesvolle exoten maar beter met enig respect behandelen, meent de Bomenstichting.

De Bomenstichting staat al bijna 25 jaar op de bres voor bedreigde bomen in ons land. Hier kan men terecht voor advies en bemiddeling, ook op juridisch terrein, bijvoorbeeld rond kapvergunningen. En wie vecht voor het behoud van een dierbare boom in eigen dorp of stad kan hier rekenen op ondersteuning. Zo werd het afgelopen jaar een monumentale Bonte esdoorn op het landgoed Lichtenberg bij Arnhem grondig bijgesnoeid en van steunankers voorzien. Een oude Paardekastanje op het terrein van het voormalige Academisch Ziekenhuis in Utrecht werd onder grote belangstelling 150 meter verplant omdat hij niet in de nieuwbouwplannen paste.

Ook ontfermde de stichting zich dankzij een tip van een patiënte over een Vleugelnoot - qua dikte de zevende in ons land - in de achtertuin van het vroegere St. Ignatius ziekenhuis in Breda. In navolging van de landelijke inventarisatie van monumentale bomen door de Bomenstichting gaan veel gemeenten nu over tot een eigen inventarisatie van waardevolle bomen.

Tamelijk grof was de gang van zaken in Steenbergen. Een kapvergunning voor een oude Linde en een Paardekastanje, die de gemeente had verleend, werd met succes aangevochten in een spoedprocedure bij de Raad van State. Op vrijdag aan het eind van de middag werd de Bomenstichting in het gelijk gesteld en de burgemeester werd daarvan persoonlijk op de hoogte gesteld, maar maandagochtend in alle vroegte haalde de projectontwikkelaar, die officieel nog van niets wist, de bomen stilletjes alsnog omver.

Het jongste nummer van Bomennieuws is geheel gewijd aan de discussie over inheemse en uitheemse bomen. Over het onderwerp komen veel verontruste vragen bij de Bomenstichting binnen. Het nummer is evenwichtig van opzet en toegankelijk geschreven. Zo maakte boomkenner Hans Heybroek, oud-medewerker van de Dorschkamp in Wageningen voor de stichting een leuke folder (bijgesloten bij het themanummer) waarin precies wordt uitgelegd wanneer je een soort inheems of uitheems noemt en welke gevolgen dat heeft voor die soort. Bert Maes, eigenaar van een ecologisch adviesbureau, schetst de bedreiging van de autochtone Nederlandse boomsoorten, een dertigtal in totaal.

Onderzoekers van het Instituut voor Bos- en Natuurbeheer signaleren dat de exoten zich vaak zo snel voortplanten dat de verjonging van de - toch al bedreigde - inheemse soorten in het gedrang komt, de strijd tegen de exoten lijt dan gerechtvaardigd. Daar tegenover stellen ze dat die permanente oorlog nogal strijdig is met de alom beleden idealen van een natuurlijker bosbeheer.

Bosecoloog Erwin Al bespreekt de natuurwaarden van diverse bostypen en stelt daarbij vast dat een oude holle Amerikaanse eik als woning voor vleermuizen en andere holenbroeders net zo waardevol is als een oude holle beuk. Het zijn vooral de agressieve exoten waar je mee op moet passen, alldus Al. Tenslotte zijn er bijdragen van Staatsbosbeheer en van de Stichting Bronnen in Nijmegen, die in vorig jaar werd opgericht. Doel is het kweken van zaad en ander plantmateriaal van inheemse bomen en struiken om ze voor uitsterven te behoeden.