Bladeren in vorm aangepast aan geografische breedte

Op noordelijke breedten en hoog in de bergen komen geen loofbomen voor. Behalve wat kruipwilgen en wat verspreide berkjes worden de noordelijke (boreale) bossen gedomineerd door naaldbomen: sparren, dennen en lariksen. Het Russisch kent een eigen woord voor voor de gordel van naaldbossen, de taiga.

Op het zuidelijk halfrond is er geen equivalent voor de taiga. Zo zuidelijk (en dus zo ver naar de pool) reiken de continenten niet op het zuidelijk halfrond.

Waarom de naaldbossen zo noordelijk en zo hoog in de bergen kunnen groeien, is niet goed duidelijk. Het lijkt erop dat het vooral een kwestie is van koudetolerantie - de cellen van naaldbomen ondervinden geen schade van extreme koude. De coniferen, de belangrijkste klasse binnen de naaktzadigen (Gymnospermen), vormen een zeer oude groep, met een lange evolutie en goed aangepast aan barre omstandigheden. Hoe kruipwilgen en berken (vertegenwoordigers van de moderne bedektzadigen (Angiospermen) er ook in slagen om zo noordelijk te groeien, is niet helemaal duidelijk. Behalve de naalden die, met uitzondering van de lariks, niet jaarlijks worden afgeworpen, verschillen de coniferen van de loofbomen door het bezit van tracheïden in het hout. Dat zijn korte vaatbundels die de opgaande sapstroom verzorgen. Loofbomen bezitten hiervoor in de plaats tracheën, die veel langer zijn.

Loofbossen domineren in de gematigde breedten en in de tropen. In de gematigde breedten staan de bomen die bladverliezend zijn, in de tropen zijn de eeuwig groene loofhoutsoorten. Als er een droge tijd is verliezen ze in die periode soms hun blad, vergelijkbaar met de winter in de gematigde bossen.

Minder bekend en ook enigszins raadselachtig is het feit dat de tropische plantesoorten meestal gaafrandig zijn. Ver weg van de evenaar zijn de planten (en ook de bomen) in de meerderheid met gekartelde, gezaagde en ingesneden bladeren. In de tropen daarentegen domineren de gaafrandige soorten. In het overgangsgebied vinden we gaafrandige en ingesneden bladeren door elkaar.

Er bestaat een lineair verband tussen de gemiddelde jaartemperatuur en het percentage gaafbladige soorten. Wat hiervan de de onderliggende oorzaak is, is vooralsnog onbekend. Het verband wordt soms gebruikt om de gemiddelde jaartemperatuur te bepalen van fossiele flora's.